Evaluatie aanpak woonoverlast Rotterdam verschenen

Een onderzoek naar de aanpak van woonoverlast door  gemeente Rotterdam is door het Verwey-Jonker Instituut gepubliceerd. Het instituut meldt over het onderzoek:

In 2009 heeft de gemeente Rotterdam samen met alle partners de krachten gebundeld in het Actieplan Aanpak Woonoverlast. Met dit Actieplan moet ervaren woonoverlast fors worden teruggedrongen en moet elke overlastsituatie binnen drie maanden worden beëindigd. De professionals die zich met het bestrijden van woonoverlast bezighouden, zoals de gemeente, de woningcorporaties, de politie, buurtbemiddeling en lokale zorgnetwerken, beschikken hiertoe over een uitgebreid instrumentarium.

In opdracht van de dienst dS+V van de gemeente Rotterdam heeft het Verwey-Jonker Instituut de resultaten van het tegengaan van woonoverlast over het eerste jaar onderzocht. Dit rapport besteedt aandacht aan drie hoofdthemas: de ervaringen met en de haalbaarheid van de doelstellingen uit het Actieplan, het proces en de werkwijze van de betrokkenen en de effectiviteit en functionaliteit van het instrumentarium.

De onderzoekers besluiten het rapport met tien aanbevelingen om het Actieplan verder te ontwikkelen en het fundament dat er nu ligt te verstevigen

Download het rapport hier.

 

Geluidsoverlast afspelen muziek en vioolspel leidt tot burenrechtelijke rechtszaak

Partijen zijn buren. De ene buur draait vaak erg luide muziek (hardcore, gabber, terror house). De andere buur is beroepsmatig violist. Zij ondervinden van elkaar erg veel overlast. Nadat een mediationovereenkomst niet wordt nagekomen, spant de violist een zaak op grond van art. 5:37 BW aan.

De voorzieningenrechter overweegt:

3.3.   Vooropgesteld wordt dat [eiser] niet kan verlangen dat hij in het geheel niets merkt van de hobby van zijn buurman om (luide) muziek te draaien. Anderzijds zijn er uiteraard wel grenzen aan de mate van geluidshinder die hij heeft te accepteren. Het is zeker denkbaar dat het draaien van de muziek van [gedaagde] bij een bepaald geluidsniveau onrechtmatige hinder oplevert. Vaststaat echter dat partijen op 1 april 2009 een mediationovereenkomst hebben gesloten, waarin een regeling is getroffen voor zowel de tijdstippen waarop de vriendin van [eiser] viool mag spelen als de tijdstippen waarop [gedaagde] muziek mag draaien. Deze overeenkomst, die onverminderd van kracht is, is derhalve gesloten in een periode dat reeds sprake was van (geluids)overlast veroorzaakt door [gedaagde]. Tegen deze achtergrond valt niet in te zien dat de vordering van [eiser] strekkende tot een verbod aan [gedaagde] om in het geheel geen (luide) muziek af te spelen in zijn woning, toewijsbaar is. Ter zitting is voldoende komen vast te staan dat de stellingen van partijen ten aanzien van de vraag of [gedaagde] zich aan de mediationovereenkomst houdt zodanig verdeeld zijn dat niet in het beperkte kader van dit kort geding is vast te stellen welke partij het gelijk aan haar zijde heeft. In elk geval is voorshands niet aannemelijk geworden dat [gedaagde] buiten de tijden genoemd in de mediationovereenkomst harde muziek draait. Nu [gedaagde] heeft aangevoerd slechts luide muziek af te spelen binnen de in de mediationovereenkomst gestelde tijdstippen en [eiser] op grond van de overeenkomst buiten die tijdstippen geen overlast heeft te dulden, kan de vordering [eiser] op de hierna te melden wijze worden toegewezen.

3.4.   De voorzieningenrechter overweegt in dit verband nog het volgende. Het feit dat partijen op een tijdstip waarop de overlast al gaande was afspraken hebben gemaakt over regulering van die overlast brengt enerzijds mee dat [eiser] zijn rechten om tegen die overlast bezwaar te maken heeft beperkt, maar geeft [gedaagde] anderzijds geen vrijbrief voor elke vorm van overlast. De voorzieningenrechter acht, gehoord hebbend de geluidopnames die door [eiser] zijn gemaakt en die kennelijk steeds zijn gemaakt in de periode waarin [gedaagde] volgens de mediationovereenkomst muziek mag draaien, zeer invoelbaar dat [eiser] door die muziek ernstige hinder ondervindt. De mate waarin hij daadwerkelijk hinder ondervindt lijkt evenwel te zijn toegenomen door het feit dat [eiser] thans geen werk heeft en, anders dan voorheen, op de tijdstippen waarop [gedaagde] volgens de mediationovereenkomst muziek mag draaien, thuis is. Zonder dat [eiser] op deze of op andere gronden de mediationovereenkomst heeft doen wijzigen of wegens een tekortkoming in de nakoming daarvan heeft ontbonden of heeft doen ontbinden, rechtvaardigt dat evenwel geen algeheel verbod in kort geding tot het doen veroorzaken van geluidsoverlast.

3.5.   [eiser] heeft tot slot aangevoerd dat de mediationovereenkomst niet meebrengt dat [gedaagde] op de tijdstippen waarop het hem is toegestaan muziek te draaien, onbeperkt overlast kan veroorzaken. Zoals hierboven reeds is overwogen, deelt de voorzieningenrechter die uitleg van de mediationovereenkomst in die zin dat deze mediationovereenkomst [gedaagde] geen vrijbrief geeft voor elke vorm van overlast. De grens ligt gedurende het tijdvak waarin [gedaagde] volgens de mediationovereenkomst muziek mag maken daar waar het voeren van een normaal gesprek in de woning van [eiser] niet langer mogelijk is. Dit oordeel is, zonder een daaraan gekoppelde geluidmeting (die niet voorhanden is) en bij de voorliggende vordering evenwel te onbepaald om zonder de aanmerkelijke kans op een executiegeschil tot enige vorm van toewijzing van de vordering te kunnen leiden, zodat de voorzieningenrechter daarvan thans zal afzien.

3.6.   Oplegging van een dwangsom, als stimulans tot nakoming van de te geven beslissing, is aangewezen. De op te leggen dwangsom zal worden gemaximeerd. Voorts zal er worden bepaald dat de op te leggen dwangsom vatbaar is voor matiging door de rechter, voor zover handhaving daarvan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, mede in aanmerking genomen de mate waarin aan de veroordeling is voldaan, de ernst van de overtreding en de mate van verwijtbaarheid daarvan.

Zie LJN: BQ7504

Overlast-flikken bestrijden geluidsoverlast in Gent

In de stad Gent is een overlastteam opgericht dat zich specifiek richt op sluikstorten en geluidsoverlast. De politiemensen in het team zullen ook gemeentelijk administratieve sancties uitschrijven.

In het Nieuwsblad meldt de burgemeester van Gent:

De politiemensen van het overlast-team moeten ervoor zorgen – met de hulp van de camera’s – dat sluikstorters in de toekomst wél betrapt worden. ‘Maar hun taak gaat verder. We willen hen ook inzetten in de strijd tegen allerlei vormen van geluidsoverlast. Dat kan dan gaan van cafés over studentenkoten tot ook families die de rust in hun buurt verstoren. In eerste instantie is het telkens de bedoeling om preventief op te treden, maar wie niet horen wil zal moeten voelen – er zullen gemeentelijke administratieve sancties van 120 euro volgen.’

Zie hier.

13b Opiumwet sluiting van woningen vanwege drugshandel

De burgemeester van Maastricht sluit een woning op grond van art. 13b Opiumwet. In de woning is drugs aangetroffen. Volgens de burgemeester is sprake van drugshandel.

De rechtbank acht de sluiting op grond van 13b Opiumwet rechtmatig. Over de hoeveelheid drugs stelt de rechtbank:

Bij de beantwoording van de vraag of er sprake is van een handelshoeveelheid dienen naar het oordeel van de rechtbank alle omstandigheden van het geval te worden betrokken, zoals het gewicht van de gevonden drugs. Vaststaat dat in de woning 56 gram aan heroïne is aangetroffen. Deze drug is opgenomen in de in artikel 13b van de Opiumwet genoemde lijst I. Voor zover eiseres heeft gesteld dat de heroïne niet in de woning maar in de heuptas van één van de mannen is aangetroffen, kan het gegeven dat de drugs in een tas zijn gevonden, niet afdoen aan het feit dat de drugs zich in de woning bevonden. Gelet op de hoeveelheid heroïne die is aangetroffen, welke meer betrof dan de maximaal 0,5 gram die volgens het Openbaar Ministerie als voorraad voor eigen gebruik wordt aangemerkt, heeft verweerder op goede gronden geoordeeld dat sprake is van een handelshoeveelheid. Gezien het vorenstaande acht de rechtbank voldoende aannemelijk dat de drugs in de woning aanwezig waren in verband met de verkoop, aflevering of verstrekking van die drugs. Daarbij merkt de rechtbank op dat in de woning materialen zijn aangetroffen, welke wijzen op handel in verdovende middelen en dat uit twee processen-verbaal van twee als verdachte gehoorde personen blijkt dat zij in de woning verdovende middelen hebben gekocht. Gezien al het vorenstaande was verweerder bevoegd de woning te sluiten en kon verweerder, op grond van punt 15 van het Beleid, de woning voor een periode van drie maanden sluiten.

Over het niet geven van een waarschuwing stelt de rechtbank”

Voor zover eiseres heeft gesteld dat het beleid meer waarborgen dient te kennen, is de rechtbank van oordeel dat de bevoegdheid hiertoe bij verweerder ligt. Zo kan verweerder in zijn beleid bepalen of hij al dan niet een waarschuwing geeft alvorens tot sluiting van de woning over te gaan. Dat verweerder in zijn beleid heeft gekozen om bij het aantreffen van harddrugs niet eerst een waarschuwing te geven, is dan ook zijn keuze. De rechtbank kan wel een oordeel geven over de vraag of het beleid past binnen het wettelijk kader van artikel 13b van de Opiumwet, hetgeen het geval is. Verder is de rechtbank niet gebleken dat het beleid als kennelijk onredelijk is aan te merken.

Zie LJN: BQ5699

Zie ook over een woningsluiting op grond van art. 13b Opiumwet,  LJN: BQ71113

Kamervragen over toepassing Wet Kraken en Leegstand

De CDA-fractie stelt vragen over de Wet Kraken en Leegstand naar aanleiding van berichten over overlast veroorzaakt door krakers.

Vragen van het lid Van Bochove (CDA) aan de ministers van Veiligheid en Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het bericht «Krakers zitten klussers dwars» (ingezonden 3 mei 2011).
Antwoord van minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 31 mei 2011) zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2010–2011, nr. 2591.

Vraag 1
Kent u het bericht «Krakers zitten klussers dwars»1?

Antwoord 1
Ja.

Vraag 2 en 3
Deelt u de mening dat door middel van de Wet Kraken en Leegstand de klussers in de Arnhemse wijk Sint Marten beschermd kunnen worden voor de krakers? Kunt u de Kamer informeren over wat de veiligheidsdriehoek van de gemeente Arnhem heeft ondernomen om de overlast aan te pakken, nu sprake lijkt te zijn van huisvredebreuk? Wat heeft de politie bijvoorbeeld gedaan nadat zij reeds elf meldingen heeft ontvangen? Deelt u de mening dat gehandhaafd dient te worden om deze buitenrechtelijke toe-eigening van bezit aan te pakken?

Antwoord 2 en 3
De aanpak van deze concrete situatie is aan de lokale driehoek. Mij is gemeld dat al geruime tijd wordt gewerkt aan een oplossing van de problemen rond de krakers in de wijk Sint Marten. Dit heeft ertoe geleid dat er in drie gevallen een kort geding is of wordt gevoerd (voor panden gekraakt voor de inwerkingtreding van de Wet Kraken en Leegstand op 1 oktober 2010) en dat in vijf andere gevallen (voor panden gekraakt na 1 oktober 2010) is overgegaan tot het aanzeggen van een ontruiming door het Openbaar Ministerie op grond van de Wet Kraken en Leegstand. Verder verwijs ik naar het antwoord op de vragen 4 en 5.

Vraag 4
Bent u bereid het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Arnhem aan te spreken op de mogelijkheden die de Wet Kraken en Leegstand biedt om tegen deze krakers op te treden?

Antwoord 4
Ik vertrouw er zonder meer op dat het College van Burgemeester en Wethouders goed bekend is met de mogelijkheden van de Wet Kraken en Leegstand. Het College heeft aangifte gedaan en het Openbaar Ministerie heeft strafrechtelijke ontruiming aangekondigd.

Vraag 5
Is u bekend waarom deze problemen zo lang voorturen en er niet eerder adequaat is opgetreden? Op welke wijze zorgen deze problemen ervoor dat de wijk verloedert in plaats van opleeft?

Antwoord 5
De burgemeester van Arnhem heeft mij hierover het volgende gemeld. Toen de gemeente Arnhem en woningcorporatie Portaal in 2009 begonnen met het project kluswoningen, hebben zij overleg gevoerd met de toenmalige krakers om de panden vrij te krijgen. Daarover zijn begin vorig jaar afspraken met hen gemaakt. Alle toenmalige krakers hebben via Portaal vervangende huisvesting aangeboden gekregen. Een aantal van hen is inderdaad vertrokken. De vrijgekomen woningen zijn daarna ofwel onklaar gemaakt voor bewoning (gestript en dichtgezet met stalen panelen) ofwel ingevuld met anti-kraak, in afwachting van levering aan de nieuwe eigenaren (klussers). Tegen de krakers die zijn blijven zitten wordt civielrechtelijk geprocedeerd, hetgeen tot nu toe twee keer tot ontruiming heeft geleid. Toen de leeg gekomen kraakpanden wederom werden gekraakt heeft de gemeente hiervan aangifte gedaan. De krakers is vervolgens op grond van de Wet Kraken en Leegstand een strafrechtelijke ontruiming aangekondigd.Over de gevolgen voor de wijk heeft de gemeente Arnhem mij gemeld dat enkele omwonenden en toekomstige eigenaren (klussers) veel last van de krakers hebben. Er is sprake van geluidsoverlast en de krakers zetten de door de klussers alvast leeggemaakte tuinen weer vol met caravans, meubels en andere goederen. Verder kunnen de klussers geen voorbereidingen treffen voor de renovatie, zoals het opmeten van de panden. Het opknappen van de woningen vertraagt op deze manier, en daarmee ook het «opleven» van de wijk.

Vraag 6
Zijn er bij u meer voorbeelden in andere steden bekend waar deze problemen zich voordoen?

Antwoord 6
Er zijn mij geen vergelijkbare gevallen gemeld.

Zie hier.