<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Handhaving openbare orde en overlast</title>
	<atom:link href="http://www.openbareorderecht.nl/index.php/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.openbareorderecht.nl</link>
	<description>Over verstoring en handhaving van de openbare orde, veiligheid en de aanpak van overlast</description>
	<lastBuildDate>Tue, 21 Feb 2012 16:06:52 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=</generator>
<xhtml:meta xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml" name="robots" content="noindex" />
		<item>
		<title>Burgemeester sluit op grond van 13b Opiumwet woning voor één jaar na verklaringen van kopers drugs</title>
		<link>http://www.openbareorderecht.nl/index.php/burgemeester-sluit-op-grond-van-13b-opiumwet-woning-voor-een-jaar-na-verklaringen-van-kopers-drugs/</link>
		<comments>http://www.openbareorderecht.nl/index.php/burgemeester-sluit-op-grond-van-13b-opiumwet-woning-voor-een-jaar-na-verklaringen-van-kopers-drugs/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 21 Feb 2012 16:06:52 +0000</pubDate>
		<dc:creator>M. Vols</dc:creator>
				<category><![CDATA[13b Opiumwet]]></category>
		<category><![CDATA[Rechterlijke uitspraken en thema's]]></category>
		<category><![CDATA[Drugs]]></category>
		<category><![CDATA[Drugsverkoop]]></category>
		<category><![CDATA[Sluiting]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.openbareorderecht.nl/?p=3051</guid>
		<description><![CDATA[De burgemeester van Venlo sluit op grond van art. 13b Opiumwet een woning voor de duur van één jaar na de vondst drugs in een woning. Opvallend is dat in de woning slechts een heel laag percentage drugs is gevonden, maar dat de burgemeester zich voornamelijk baseert op verklaringen van kopers van de drugs. De Afdeling gaat daarmee akkoord: De twee verklaringen die zijn opgenomen in de processen-verbaal van verhoor van 14 augustus 2009 van [persoon A] en [persoon B] komen inhoudelijk met elkaar overeen. Uit die verklaringen volgt dat [persoon A] en [persoon B] in de woning middelen hebben gekocht die zij voor heroïne hielden. Uit het rapport van het onderzoek van het NFI volgt verder dat een van de monsters die is genomen van die materialen, heroïne bevatte. Niet van belang is dat [persoon A] heeft verklaard nog heroïne over te hebben gehad van de dag ervoor. Gelet op haar verklaring en die van [persoon B] is het aannemelijk dat zij de heroïne die bij haar is aangetroffen in de woning heeft gekocht en dat zij met haar verklaring kenbaar heeft willen maken, dat zij laat in de middag naar de woning is gegaan omdat zij voor de ochtend en [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[
<p>De burgemeester van Venlo sluit op grond van art. 13b Opiumwet een woning voor de duur van één jaar na de vondst drugs in een woning. Opvallend is dat in de woning slechts een heel laag percentage drugs is gevonden, maar dat de burgemeester zich voornamelijk baseert op verklaringen van kopers van de drugs. De Afdeling gaat daarmee akkoord:</p>
<blockquote><p>De twee verklaringen die zijn opgenomen in de processen-verbaal van verhoor van 14 augustus 2009 van [persoon A] en [persoon B] komen inhoudelijk met elkaar overeen. Uit die verklaringen volgt dat [persoon A] en [persoon B] in de woning middelen hebben gekocht die zij voor heroïne hielden. Uit het rapport van het onderzoek van het NFI volgt verder dat een van de monsters die is genomen van die materialen, heroïne bevatte. Niet van belang is dat [persoon A] heeft verklaard nog heroïne over te hebben gehad van de dag ervoor. Gelet op haar verklaring en die van [persoon B] is het aannemelijk dat zij de heroïne die bij haar is aangetroffen in de woning heeft gekocht en dat zij met haar verklaring kenbaar heeft willen maken, dat zij laat in de middag naar de woning is gegaan omdat zij voor de ochtend en de middag nog heroïne had van de dag ervoor die zij nog kon gebruiken.</p>
<p>De rechtbank heeft verder terecht geen belang gehecht aan het gegeven dat de materialen die in de woning zijn aangetroffen een concentratie cocaïne bevatten die verwaarloosbaar is ten opzichte van gangbare concentraties op gebruikersniveau en dat [appellant] kopers wenste te misleiden over de betreffende materialen. Uit de verklaringen die zijn opgenomen in de processen-verbaal van de verhoren van [persoon A] en [persoon B] en het rapport van het onderzoek van het NFI van 2 september 2009 volgt dat in de woning heroïne is verkocht, zijnde een stof als bedoeld in artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet.</p>
<p>De rechtbank heeft terecht overwogen dat de burgemeester zich met juistheid op het standpunt heeft gesteld dat in de woning een middel, als bedoeld in artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet is aangetroffen en dat middel daar is verkocht dan wel daartoe aanwezig was. Het betoog faalt.</p></blockquote>
<p>De sluitingsduur is evenmin te lang.</p>
<p>Zie LJN: <a href="http://www.rechtspraak.nl/ljn.asp?ljn=BV2400" target="_blank" onclick="pageTracker._trackPageview('/outgoing/www.rechtspraak.nl/ljn.asp?ljn=BV2400&amp;referer=');">BV2400</a></p>

]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.openbareorderecht.nl/index.php/burgemeester-sluit-op-grond-van-13b-opiumwet-woning-voor-een-jaar-na-verklaringen-van-kopers-drugs/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Verbod op verstoring van de openbare orde niet onverbindend na uitspraak over blowverbod</title>
		<link>http://www.openbareorderecht.nl/index.php/verbod-op-verstoring-van-de-openbare-orde-niet-onverbindend-na-uitspraak-over-blowverbod/</link>
		<comments>http://www.openbareorderecht.nl/index.php/verbod-op-verstoring-van-de-openbare-orde-niet-onverbindend-na-uitspraak-over-blowverbod/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 21 Feb 2012 15:44:30 +0000</pubDate>
		<dc:creator>M. Vols</dc:creator>
				<category><![CDATA[APV]]></category>
		<category><![CDATA[Rechterlijke uitspraken en thema's]]></category>
		<category><![CDATA[Verstoring openbare orde]]></category>
		<category><![CDATA[Blowverbod]]></category>
		<category><![CDATA[Drugsverkoop]]></category>
		<category><![CDATA[Openbare orde]]></category>
		<category><![CDATA[Overlast]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.openbareorderecht.nl/?p=3044</guid>
		<description><![CDATA[Een verdachte wordt vervolgd vanwege overtreding van art. 10 APV Utrecht. Dat artikel luidt als volgt: Onverminderd het bepaalde in de artikelen 424, 426 bis en 431 van het Wetboek van Strafrecht is het verboden op of aan de weg, of in een voor het publiek toegankelijk gebouw op enigerlei wijze de orde te verstoren, zich hinderlijk te gedragen, personen lastig te vallen, te vechten, deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot wanordelijkheden. De verdachte zou drugs hebben gebruikt op straat en daarom de openbare orde hebben verstoord. In hoger beroep gebeurd er wat bijzonders. De Advocaat-Generaal verzoekt om ontslag van alle rechtsvervolging aangezien het verbod onverbindend is: Mijns inziens dient art. 10 lid 1 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente Utrecht onverbindend te worden verklaard wegens strijd met een hogere regeling. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) heeft op 13 juli 2011 geoordeeld dat het per APV verbieden van het gebruiken of aanwezig hebben van drugs in strijd is met de Opiumwet. Ik leg een persbericht over, dat verwijst naar de betreffende uitspraak, nr. 201009884/1 (LJN BR1425). De ABRvS is het hoogste rechtsorgaan op dit gebied, waardoor [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[
<p>Een verdachte wordt vervolgd vanwege overtreding van art. 10 APV Utrecht. Dat artikel luidt als volgt:</p>
<blockquote><p>Onverminderd het bepaalde in de artikelen 424, 426 bis en 431 van het Wetboek van Strafrecht is het verboden op of aan de weg, of in een voor het publiek toegankelijk gebouw op enigerlei wijze de orde te verstoren, zich hinderlijk te gedragen, personen lastig te vallen, te vechten, deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot wanordelijkheden.</p></blockquote>
<p>De verdachte zou drugs hebben gebruikt op straat en daarom de openbare orde hebben verstoord. In hoger beroep gebeurd er wat bijzonders. De Advocaat-Generaal verzoekt om ontslag van alle rechtsvervolging aangezien het verbod onverbindend is:</p>
<blockquote><p>Mijns inziens dient art. 10 lid 1 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente Utrecht onverbindend te worden verklaard wegens strijd met een hogere regeling. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) heeft op 13 juli 2011 geoordeeld dat het per APV verbieden van het gebruiken of aanwezig hebben van drugs in strijd is met de Opiumwet. Ik leg een persbericht over, dat verwijst naar de betreffende uitspraak, nr. 201009884/1 (<a title="Blowverbod Amsterdam door Raad van State van tafel geveegd" href="http://www.openbareorderecht.nl/index.php/blowverbod-amsterdam-door-raad-van-state-van-tafel-geveegd/">LJN BR1425</a>). De ABRvS is het hoogste rechtsorgaan op dit gebied, waardoor er geen rechtsmiddel tegen deze beslissing openstaat. Zij heeft hiermee duidelijk een richting aangegeven. Het proces-verbaal van bevindingen van een verbalisant biedt voldoende bewijs van het gebruik van drugs door verdachte. Naar mijn mening is verdachte echter niet strafbaar. Ik concludeer dan ook tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit en vorder verdachte te ontslaan van alle rechtsvervolging.</p></blockquote>
<p>Het hof gaat daar niet in mee:</p>
<blockquote><p>Gewezen kan worden dat er sprake is van een overtreding van art. 10 lid 1 van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Utrecht. Dit artikel behelst een regeling omtrent de (voorbereiding van) het gebruik van verdovende middelen. Er is echter geen sprake van een rechtstreeks verbod op het aanwezig hebben van de middelen die vallen onder Opiumwet. Hoewel er in sommige gevallen de facto een overlapping met de Opiumwet kan ontstaan, is deze bepaling door zijn formulering ruimer, aangezien zij mede ziet op de voorbereiding en niet enkel op het ‘voltooide’ delict. Mede gelet op het in de APV-bepaling uitgedrukte doel van het betreffende verbod, te weten de handhaving van de openbare orde, dat is het gevoel van vrede en veiligheid van de burger, is er geen juridisch relevante overlapping met de Opiumwet, die als doel heeft het bevorderen van de volksgezondheid. Het hof ziet daarom geen aanleiding om art. 10 lid 1 APV Utrecht onverbindend te verklaren.</p></blockquote>
<p>De verdachte wordt veroordeeld tot een geldboete.</p>
<p>Zie LJN: <a href="http://www.rechtspraak.nl/ljn.asp?ljn=BV3446" target="_blank" onclick="pageTracker._trackPageview('/outgoing/www.rechtspraak.nl/ljn.asp?ljn=BV3446&amp;referer=');">BV3446</a>.</p>

]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.openbareorderecht.nl/index.php/verbod-op-verstoring-van-de-openbare-orde-niet-onverbindend-na-uitspraak-over-blowverbod/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Gerechtshof: proportionaliteitstoets bij beoordeling buitengerechtelijke ontbinding 7:231 lid 2 BW vereist</title>
		<link>http://www.openbareorderecht.nl/index.php/gerechtshof-proportionaliteitstoets-bij-beoordeling-buitengerechtelijke-ontbinding-7231-lid-2-bw-vereist/</link>
		<comments>http://www.openbareorderecht.nl/index.php/gerechtshof-proportionaliteitstoets-bij-beoordeling-buitengerechtelijke-ontbinding-7231-lid-2-bw-vereist/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 21 Feb 2012 15:25:31 +0000</pubDate>
		<dc:creator>M. Vols</dc:creator>
				<category><![CDATA[13b Opiumwet]]></category>
		<category><![CDATA[Huurrecht]]></category>
		<category><![CDATA[Rechterlijke uitspraken en thema's]]></category>
		<category><![CDATA[Verstoring openbare orde]]></category>
		<category><![CDATA[Woonoverlast]]></category>
		<category><![CDATA[7:231 lid 2 BW]]></category>
		<category><![CDATA[Ontbinding huurovereenkomst]]></category>
		<category><![CDATA[Ontruiming]]></category>
		<category><![CDATA[Overlast]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.openbareorderecht.nl/?p=3038</guid>
		<description><![CDATA[De burgemeester sluit een huurwoning op grond van art. 13b Opiumwet. Vervolgens ontbindt de verhuurder de huurovereenkomst buitengerechtelijk op grond van art. 7:231 lid 2 BW (de Wet Victor). De rechtbank toetst vervolgens of deze buitengerechtelijke ontbinding proportioneel is. Dat blijkt het geval. Het Gerechtshof bevestigt dit vonnis. De belangrijkste passages uit het arrest: 8.  Volgens [appellant] is voor een buitengerechtelijke ontbinding van de huurovereenkomst niet alleen vereist dat een (onherroepelijk en definitief) besluit tot sluiting is gegeven, maar ook dat komt vast te staan dat de openbare orde is verstoord. Het is aan de verhuurder om dat laatste aan te tonen. Het hof volgt [appellant] niet in dit betoog, omdat het op een verkeerde lezing van artikel 7:228 lid 2 BW berust. Voor een sluitingsbevel op grond van artikel 13b Opiumwet is niet vereist dat de openbare orde is verstoord. Vereist is dat een middel als bedoeld in lijst I of II van die wet is verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe in de woning aanwezig is, kortom dat in strijd met artikel 2 of 3 Opiumwet is gehandeld. De tekst van artikel 7:231 lid 2 BW brengt dat ook tot uitdrukking door ten aanzien van een sluiting op [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[
<p>De burgemeester sluit een huurwoning op grond van art. 13b Opiumwet. Vervolgens ontbindt de verhuurder de huurovereenkomst buitengerechtelijk op grond van art. 7:231 lid 2 BW (de Wet Victor). De rechtbank toetst vervolgens of deze buitengerechtelijke ontbinding proportioneel is. Dat blijkt het geval. Het Gerechtshof bevestigt dit vonnis. De belangrijkste passages uit het arrest:</p>
<blockquote><p>8.  Volgens [appellant] is voor een buitengerechtelijke ontbinding van de huurovereenkomst niet alleen vereist dat een (onherroepelijk en definitief) besluit tot sluiting is gegeven, maar ook dat komt vast te staan dat de openbare orde is verstoord. Het is aan de verhuurder om dat laatste aan te tonen. Het hof volgt [appellant] niet in dit betoog, omdat het op een verkeerde lezing van artikel 7:228 lid 2 BW berust. Voor een sluitingsbevel op grond van artikel 13b Opiumwet is niet vereist dat de openbare orde is verstoord. Vereist is dat een middel als bedoeld in lijst I of II van die wet is verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe in de woning aanwezig is, kortom dat in strijd met artikel 2 of 3 Opiumwet is gehandeld. De tekst van artikel 7:231 lid 2 BW brengt dat ook tot uitdrukking door ten aanzien van een sluiting op grond van artikel 13b Opiumwet te bepalen dat de verhuurder de overeenkomst kan ontbinden “op de grond dat (…) door gedragingen in strijd met artikel 2 of 3 van de Opiumwet is gehandeld en het desbetreffende gebouw deswege op grond van artikel 13b van die wet is gesloten (…)”. De openbare orde speelt alleen een rol bij de sluiting op grond van artikel 174a Gemeentewet. Dat ligt ook voor de hand omdat die bepaling de burgemeester juist de bevoegdheid geeft om vanwege gedragingen waardoor de openbare orde wordt verstoord een gebouw of erf te sluiten. Dat verstoring van de openbare orde bij een sluitingsbevel op grond van artikel 13b Opiumwet niet is vereist, volgt ook uit de parlementaire geschiedenis betreffende de laatste wijziging van die bepaling. In de memorie van toelichting op de wijziging (Kamerstukken II 2005/06, 30 515, nr. 3. p.2) is onder meer vermeld:<br />
“Dit betekent dat de burgemeester voortaan uitsluitend wegens overtreding van de Opiumwet bestuursdwang kan toepassen ten aanzien van illegale verkooppunten, ongeacht of deze in woningen of andere lokalen zijn gevestigd. Bij woningen is dus voor sluiting niet langer verstoring van de openbare orde of vrees daartoe nodig.”</p>
<p>9.  Het is niet uitgesloten dat het besluit tot sluiting in de bestuursrechtelijke procedure geen stand houdt. In dat geval is de grondslag van de buitengerechtelijke ontbinding ondeugdelijk en is de onbindingsverklaring nietig, in die zin dat zij niet het beoogde rechtsgevolg heeft en dan ook niet leidt tot ontbinding van de overeenkomst (vgl. Hoge Raad 8 juli 2011, LJN BQ1684 r.o. 3.3.1). Bij de beoordeling van een vordering tot ontruiming op grond van een (nog) niet onherroepelijk besluit tot sluiting, dient de (civiele) rechter zich er dan ook rekenschap van te geven dat het besluit kan worden vernietigd en zal hij zich een oordeel moeten vormen over de kans dat het besluit vernietigd zal worden. Wanneer het besluit onherroepelijk is geworden, kan er in de ontruimingsprocedure tussen verhuurder en huurder uiteraard wel van worden uitgegaan dat een deugdelijke grondslag voor de buitengerechtelijke ontbinding<br />
- het besluit tot sluiting, dat dan niet meer aantastbaar is &#8211; aanwezig is.</p>
<p>10.  Indien sprake is van een onherroepelijk besluit tot sluiting &#8211; en de verhuurder gerechtigd is de huurovereenkomst buitengerechtelijk te ontbinden &#8211; dient de rechter, zoals de kantonrechter terecht heeft overwogen, in de ontruimingsprocedure nog wel te beoordelen of het gebruik maken van de bevoegdheid tot ontbinding door de verhuurder naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. In dat kader dient, mede gelet op de uitspraak van het EHRM van 13 mei 2008 inzake McCann/Verenigd Koninkrijk (RvdW 2008, 857) te worden getoetst of de gevolgen van de ontruiming evenredig zijn aan het doel ervan, waarbij rekening moet worden gehouden met het woonbelang van [appellant]. Indien het sluitingsbesluit nog niet definitief is geworden dient deze belangenafweging ook plaats te vinden. In dat geval komt aan het woonbelang van de huurder groter gewicht toe naarmate onzekerder is of het sluitingsbesluit wel stand zal houden.</p></blockquote>
<p>Zie LJN: <a href="http://www.rechtspraak.nl/ljn.asp?ljn=BV2383" target="_blank" onclick="pageTracker._trackPageview('/outgoing/www.rechtspraak.nl/ljn.asp?ljn=BV2383&amp;referer=');">BV2383</a>.</p>
<p>Dit arrest bevestigt hetgeen wat ik al betoogde in M. Vols &amp; S.D. van Wijk, &#8216;Wet Victor en de proportionaliteitstoets uit artikel 8 EVRM&#8217;, <em>WR Tijdschrift voor huurrecht </em>2011, 128. Uit art. 8 EVRM vloeit voort dat de proportionaliteit van  buitengerechtelijke ontbinding en de daarop volgende ontruiming door de rechter moet kunnen worden getoetst.</p>

]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.openbareorderecht.nl/index.php/gerechtshof-proportionaliteitstoets-bij-beoordeling-buitengerechtelijke-ontbinding-7231-lid-2-bw-vereist/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Moeder hoeft huurwoning niet te ontruimen vanwege overlast zoons</title>
		<link>http://www.openbareorderecht.nl/index.php/moeder-hoeft-huurwoning-niet-te-ontruimen-vanwege-overlast-zoons/</link>
		<comments>http://www.openbareorderecht.nl/index.php/moeder-hoeft-huurwoning-niet-te-ontruimen-vanwege-overlast-zoons/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 21 Feb 2012 14:44:12 +0000</pubDate>
		<dc:creator>M. Vols</dc:creator>
				<category><![CDATA[Huurrecht]]></category>
		<category><![CDATA[Rechterlijke uitspraken en thema's]]></category>
		<category><![CDATA[Verstoring openbare orde]]></category>
		<category><![CDATA[Woonoverlast]]></category>
		<category><![CDATA[Jongeren]]></category>
		<category><![CDATA[Ontbinding huurovereenkomst]]></category>
		<category><![CDATA[Ontruiming]]></category>
		<category><![CDATA[Openbare orde]]></category>
		<category><![CDATA[Overlast]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.openbareorderecht.nl/?p=3032</guid>
		<description><![CDATA[De volwassen zoons van een huurder veroorzaken veel overlast voor de buren: straatterreur, bedreiging, straatroof, mishandeling, belediging, inbraak, wederspannigheid, openlijke geweldpleging, rijden zonder rijbewijs, vandalisme en baldadigheid. De verhuurder vordert dat de huurovereenkomst wordt ontbonden. Deze vordering wijst de rechter af: 5.2 Uit vaste rechtspraak volgt dat voor een geslaagd beroep op artikel 7:219 BW voor de ontbinding van de huurovereenkomst beslissend is of de huurder zich, in het licht van de gedragingen van derden, zelf niet als een goed huurder heeft gedragen. Bij de beantwoording van de vraag of hiervan sprake is, dient rekening te worden gehouden met alle omstandigheden van het geval, waaronder de vraag of er een voldoende verband bestaat tussen die gedragingen en het gebruik van het gehuurde. Daarvan is in elk geval sprake indien de huurder van (het voornemen tot) die gedragingen op de hoogte was, of daarmee ernstig rekening had te houden, maar heeft nagelaten de in verband daarmee redelijkerwijs van hem te verlangen maatregelen te treffen (HR 22 juni 2007, NJ 2008/352). 5.3 Op basis van de door [eiseres] overgelegde onweersproken gebleven producties staat naar het oordeel van de kantonrechter voldoende vast dat de twee zonen van [gedaagde], die samen met [gedaagde] in het [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[
<p>De volwassen zoons van een huurder veroorzaken veel overlast voor de buren: straatterreur, bedreiging, straatroof, mishandeling, belediging, inbraak, wederspannigheid, openlijke geweldpleging, rijden zonder rijbewijs, vandalisme en baldadigheid.</p>
<p>De verhuurder vordert dat de huurovereenkomst wordt ontbonden. Deze vordering wijst de rechter af:</p>
<blockquote><p>5.2 Uit vaste rechtspraak volgt dat voor een geslaagd beroep op artikel 7:219 BW voor de ontbinding van de huurovereenkomst beslissend is of de huurder zich, in het licht van de gedragingen van derden, zelf niet als een goed huurder heeft gedragen. Bij de beantwoording van de vraag of hiervan sprake is, dient rekening te worden gehouden met alle omstandigheden van het geval, waaronder de vraag of er een voldoende verband bestaat tussen die gedragingen en het gebruik van het gehuurde. Daarvan is in elk geval sprake indien de huurder van (het voornemen tot) die gedragingen op de hoogte was, of daarmee ernstig rekening had te houden, maar heeft nagelaten de in verband daarmee redelijkerwijs van hem te verlangen maatregelen te treffen (HR 22 juni 2007, NJ 2008/352).</p>
<p>5.3 Op basis van de door [eiseres] overgelegde onweersproken gebleven producties staat naar het oordeel van de kantonrechter voldoende vast dat de twee zonen van [gedaagde], die samen met [gedaagde] in het gehuurde wonen, jarenlang veelvuldig betrokken zijn geweest bij een ernstige vorm van ‘straatoverlast en straatcriminaliteit’ in de buurt waarin het gehuurde is gelegen.</p>
<p>5.4 Uit de stukken blijkt dat [gedaagde] op 19 augustus 2009 door [eiseres] is gesommeerd om ervoor zorg te dragen dat aan het overlastveroorzakende gedrag van haar zonen, welk gedrag in de sommatie is omschreven als ‘zich met regelmaat schuldig maken strafbare feiten in de woonomgeving’, een einde komt. [eiseres] stelt echter onvoldoende concreet welke redelijkerwijs van [gedaagde] te verlangen en doeltreffend te achten maatregelen zij, [gedaagde], nagelaten heeft te treffen. Niet goed valt in te zien welke maatregelen een alleenstaande moeder jegens haar twee inmiddels meerderjarige zonen kan nemen die tot gevolg hebben dat zij ophouden zich op criminele wijze te gedragen. Dat het tijdig inroepen van hulp van deskundigen enig soelaas zou hebben geboden is volstrekt onzeker en niet aannemelijk gemaakt. Bovendien is er een te ver verwijderd verband tussen enerzijds de criminele gedragingen van de zonen van [gedaagde] en het gebruik van het gehuurde. De overlast vindt immers niet plaats in of vanuit het gehuurde en zelfs niet in de onmiddellijke nabijheid van het gehuurde. Het enige -maar onvoldoende geachte- verband met het gebruik van het gehuurde is dat de plegers van de strafbare feiten in het gehuurde hun onderdak hebben. Kortom, in het licht van de gedragingen van haar zonen kan in dit geval niet gezegd worden dat [gedaagde] zich niet als goed huurder heeft gedragen. Van een tekortkoming aan de zijde van [gedaagde] die de ontbinding van de huurovereenkomst met haar gevolgen kan rechtvaardigen is dan ook niet gebleken. Daarom wordt de vordering van [eiseres] als ongegrond afgewezen.</p></blockquote>
<p>Het vereiste causale verband tussen overlast en woning is dus niet voldoende aanwezig. Vergelijk met <a title="Vader van overlastveroorzakers moet huurwoning echt uit" href="http://www.openbareorderecht.nl/index.php/vader-van-overlastveroorzakers-moet-huurwoning-echt-uit/">deze zaak</a>.</p>
<p>Zie LJN: <a href="http://www.rechtspraak.nl/ljn.asp?ljn=BV2185" target="_blank" onclick="pageTracker._trackPageview('/outgoing/www.rechtspraak.nl/ljn.asp?ljn=BV2185&amp;referer=');">BV2185</a>.</p>

]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.openbareorderecht.nl/index.php/moeder-hoeft-huurwoning-niet-te-ontruimen-vanwege-overlast-zoons/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>OM niet-ontvankelijk in de vervolging medewerkers van coffeeshop Checkpoint</title>
		<link>http://www.openbareorderecht.nl/index.php/om-niet-ontvankelijk-in-de-vervolging-medewerkers-van-coffeeshop-checkpoint/</link>
		<comments>http://www.openbareorderecht.nl/index.php/om-niet-ontvankelijk-in-de-vervolging-medewerkers-van-coffeeshop-checkpoint/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 21 Feb 2012 14:30:49 +0000</pubDate>
		<dc:creator>M. Vols</dc:creator>
				<category><![CDATA[13b Opiumwet]]></category>
		<category><![CDATA[Coffeeshop]]></category>
		<category><![CDATA[Drugs]]></category>
		<category><![CDATA[Drugsverkoop]]></category>
		<category><![CDATA[Overlast]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.openbareorderecht.nl/?p=3029</guid>
		<description><![CDATA[Het Gerechtshof Den Haag heeft het OM niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van de medewerkers van coffeeshop Checkpoint uit Terneuzen. Zie LJN: BV2572.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[
<p>Het Gerechtshof Den Haag heeft het OM niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van de medewerkers van coffeeshop Checkpoint uit Terneuzen.</p>
<p><span id="more-3029"></span></p>
<p>Zie LJN: <a href="http://www.rechtspraak.nl/ljn.asp?ljn=BV2572" target="_blank" onclick="pageTracker._trackPageview('/outgoing/www.rechtspraak.nl/ljn.asp?ljn=BV2572&amp;referer=');">BV2572</a>.</p>

]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.openbareorderecht.nl/index.php/om-niet-ontvankelijk-in-de-vervolging-medewerkers-van-coffeeshop-checkpoint/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Gerechtshof: zieke hennepteler moet zijn huurwoning ontruimen</title>
		<link>http://www.openbareorderecht.nl/index.php/zieke-hennepteler-moet-zijn-huurwoning-ontruimen/</link>
		<comments>http://www.openbareorderecht.nl/index.php/zieke-hennepteler-moet-zijn-huurwoning-ontruimen/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 21 Feb 2012 14:25:50 +0000</pubDate>
		<dc:creator>M. Vols</dc:creator>
				<category><![CDATA[Hennepteelt]]></category>
		<category><![CDATA[Huurrecht]]></category>
		<category><![CDATA[Rechterlijke uitspraken en thema's]]></category>
		<category><![CDATA[Woonoverlast]]></category>
		<category><![CDATA[Drugs]]></category>
		<category><![CDATA[Ontbinding huurovereenkomst]]></category>
		<category><![CDATA[Ontruiming]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.openbareorderecht.nl/?p=3024</guid>
		<description><![CDATA[In de tuin van een huurwoning worden 17 hennepplanten aangetroffen. De verhuurder vordert dat de huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurwoning ontruimd wordt. De hennepteler stelt ziek te zijn en betoogt dat ontbinding daarom niet op zijn plaats is. Dat blijkt onsuccesvol: 4.5.3. Het hof deelt het oordeel van de kantonrechter dat de aanwezigheid van deze hennepplanten in de achtertuin van het gehuurde voldoende grond oplevert voor ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde. De omstandigheid dat de kwekerij zich niet in de woning bevond zodat geen sprake was van vochtoverlast of brandgevaar, laat onverlet dat de tekortkoming niet van zodanig geringe ernst is dat ontbinding van de huurovereenkomst met haar gevolgen niet gerechtvaardigd is. Evenals de kantonrechter is het hof van oordeel dat de stellingen van Woonveste over andere tekortkomingen van [appellante sub 1.] en [appellant sub 2.] (zoals de verdenking van handel in drugs vanuit het gehuurde en een slecht betalingsgedrag) onbesproken kunnen blijven. 4.5.4. Dat [appellante sub 1.] en [appellant sub 2.] een duidelijk belang hebben bij het behoud van hun huurwoning, mede vanwege de zorg die [appellante sub 1.] in de weekenden heeft voor haar zwakbegaafde meerderjarige zoon, voert niet tot een ander oordeel. [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[
<p>In de tuin van een huurwoning worden 17 hennepplanten aangetroffen. De verhuurder vordert dat de huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurwoning ontruimd wordt. De hennepteler stelt ziek te zijn en betoogt dat ontbinding daarom niet op zijn plaats is. Dat blijkt onsuccesvol:</p>
<blockquote><p>4.5.3. Het hof deelt het oordeel van de kantonrechter dat de aanwezigheid van deze hennepplanten in de achtertuin van het gehuurde voldoende grond oplevert voor ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde. De omstandigheid dat de kwekerij zich niet in de woning bevond zodat geen sprake was van vochtoverlast of brandgevaar, laat onverlet dat de tekortkoming niet van zodanig geringe ernst is dat ontbinding van de huurovereenkomst met haar gevolgen niet gerechtvaardigd is.<br />
Evenals de kantonrechter is het hof van oordeel dat de stellingen van Woonveste over andere tekortkomingen van [appellante sub 1.] en [appellant sub 2.] (zoals de verdenking van handel in drugs vanuit het gehuurde en een slecht betalingsgedrag) onbesproken kunnen blijven.</p>
<p>4.5.4. Dat [appellante sub 1.] en [appellant sub 2.] een duidelijk belang hebben bij het behoud van hun huurwoning, mede vanwege de zorg die [appellante sub 1.] in de weekenden heeft voor haar zwakbegaafde meerderjarige zoon, voert niet tot een ander oordeel. Het ligt in de eerste plaats op de weg van [appellante sub 1.] en [appellant sub 2.] om de nadelige gevolgen van de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van de woning zoveel mogelijk te beperken. Zij kunnen dit door henzelf veroorzaakte probleem niet op Woonveste afwentelen. Dat door de ontruiming een acute noodtoestand zal ontstaan is niet gebleken. [appellante sub 1.] en [appellant sub 2.] kunnen gebruik maken van noodvoorzieningen die voor dit soort omstandigheden bestaan.<br />
In zoverre falen dus de grieven van [appellante sub 1.] en [appellant sub 2.].</p>
<p>4.6. [appellante sub 1.] en [appellant sub 2.] hebben in hun memorie van grieven nog gewezen op de omstandigheid dat Woonveste hen pas bij brief van 29 april 2010 heeft aangeschreven over de tekortkoming terwijl de politie Woonveste daarover al in oktober 2009 had geïnformeerd. Daaruit blijkt volgens [appellante sub 1.] en [appellant sub 2.] dat Woonveste de tekortkoming zelf ook niet ernstig vond. Het hof volgt [appellante sub 1.] en [appellant sub 2.] niet in deze stelling. Uit de eigen stellingen van [appellante sub 1.] en [appellant sub 2.] blijkt dat de politie hen ook verdacht van handel in harddrugs en dat zij in verband daarmee begin december 2009 zijn gedetineerd. Dat Woonveste bij deze stand van zaken het politieonderzoek heeft afgewacht en [appellante sub 1.] en [appellant sub 2.] pas in april 2010 heeft aangeschreven doet geen afbreuk aan de ernst van de tekortkoming en aan het feit dat die tekortkoming de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde rechtvaardigt.</p></blockquote>
<p>De huurwoning moet worden ontruimd.</p>
<p>Zie LJN: <a href="http://www.rechtspraak.nl/ljn.asp?ljn=BV1458" target="_blank" onclick="pageTracker._trackPageview('/outgoing/www.rechtspraak.nl/ljn.asp?ljn=BV1458&amp;referer=');">BV1458</a>.</p>

]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.openbareorderecht.nl/index.php/zieke-hennepteler-moet-zijn-huurwoning-ontruimen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Burgemeester Den Haag moet geluidsoverlast tijdens manifestatie tegen awacs toestaan</title>
		<link>http://www.openbareorderecht.nl/index.php/burgemeester-den-haag-moet-geluidsoverlast-tijdens-manifestatie-tegen-awacs-toestaan/</link>
		<comments>http://www.openbareorderecht.nl/index.php/burgemeester-den-haag-moet-geluidsoverlast-tijdens-manifestatie-tegen-awacs-toestaan/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 21 Feb 2012 14:18:39 +0000</pubDate>
		<dc:creator>M. Vols</dc:creator>
				<category><![CDATA[Rechterlijke uitspraken en thema's]]></category>
		<category><![CDATA[Verstoring openbare orde]]></category>
		<category><![CDATA[Demonstratie]]></category>
		<category><![CDATA[Wet Openbare Manifestaties]]></category>
		<category><![CDATA[WOM]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.openbareorderecht.nl/?p=3016</guid>
		<description><![CDATA[Verzoeker wil op het Plein te Den Haag een manifestatie houden gericht tegen AWAC-vliegtuigen. Hij heeft daarvan de burgemeester in kennis gesteld. Tijdens de manifestatie wil hij het geluid van vliegtuigen nabootsen door middel van een geluidsinstallatie. De burgemeester legt op grond van de Wet Openbare Manifestaties (WOM) verzoeker de beperking op dat geen excessieve geluidsoverlast mag worden veroorzaakt. Verzoeker stapt met succes naar de voorzieningenrechter: 5.2  De voorzieningenrechter is van oordeel dat juist nu de geluidsoverlast veroorzaakt door AWACS vliegtuigen in Schinveld de kern van verzoekers boodschap is hij deze boodschap dient te kunnen uitdragen. Echter hierbij mag de gezondheid van omstanders geen gevaar lopen en mag verweerder hieraan beperkingen opleggen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de door verweerder aan verzoeker opgelegde beperking onvoldoende concreet is. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt derhalve toegewezen in die zin dat de voorwaarde inzake geluidsoverlast wordt geconcretiseerd. 5.3  Uit het advies van de door de rechtbank geraadpleegde deskundige is gebleken dat, uitgaande van het totale aantal geluidsfragmenten dat verzoeker aanvankelijk wilde laten horen, er een maximaal geluidsniveau van 88 LAmax ten gehore gebracht kan worden zonder vrees voor gezondheidsschade. De voorzieningenrechter neemt het advies van de geluidsdeskundige over. Dat verzoeker heeft aangegeven eventueel [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[
<p>Verzoeker wil op het Plein te Den Haag een manifestatie houden gericht tegen AWAC-vliegtuigen. Hij heeft daarvan de burgemeester in kennis gesteld. Tijdens de manifestatie wil hij het geluid van vliegtuigen nabootsen door middel van een geluidsinstallatie. De burgemeester legt op grond van de Wet Openbare Manifestaties (WOM) verzoeker de beperking op dat geen excessieve geluidsoverlast mag worden veroorzaakt. Verzoeker stapt met succes naar de voorzieningenrechter:</p>
<blockquote><p>5.2  De voorzieningenrechter is van oordeel dat juist nu de geluidsoverlast veroorzaakt door AWACS vliegtuigen in Schinveld de kern van verzoekers boodschap is hij deze boodschap dient te kunnen uitdragen. Echter hierbij mag de gezondheid van omstanders geen gevaar lopen en mag verweerder hieraan beperkingen opleggen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de door verweerder aan verzoeker opgelegde beperking onvoldoende concreet is. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt derhalve toegewezen in die zin dat de voorwaarde inzake geluidsoverlast wordt geconcretiseerd.</p>
<p>5.3  Uit het advies van de door de rechtbank geraadpleegde deskundige is gebleken dat, uitgaande van het totale aantal geluidsfragmenten dat verzoeker aanvankelijk wilde laten horen, er een maximaal geluidsniveau van 88 LAmax ten gehore gebracht kan worden zonder vrees voor gezondheidsschade. De voorzieningenrechter neemt het advies van de geluidsdeskundige over. Dat verzoeker heeft aangegeven eventueel minder geluidsfragmenten te willen laten horen doet niet af aan de zojuist vastgestelde norm. De voorzieningenrechter gaat er hierbij overigens vanuit dat verzoeker in overleg met verweerder en de politie maatregelen neemt om de kans op gehoorschade bij omstanders niet alleen door bijstelling van het maximale volume weg te nemen maar ook door andere maatregelen zoals door hem zelf voorgesteld.</p>
<p>5.4  Met betrekking tot verweerders stelling dat bij de beoordeling van de aanvraag niet alleen naar de kans op gehoorschade dient te worden gekeken maar ook naar aspecten van openbare orde is de voorzieningenrechter van oordeel dat verweerder onvoldoende concrete aanwijzingen heeft aangegeven op grond waarvan dient te worden gevreesd dat de wijze waarop verzoeker zijn manifestatie wenst vorm te geven tot wanordelijkheden zal leiden.</p></blockquote>
<p>Zie LJN: <a href="http://www.rechtspraak.nl/ljn.asp?ljn=BV2981" target="_blank" onclick="pageTracker._trackPageview('/outgoing/www.rechtspraak.nl/ljn.asp?ljn=BV2981&amp;referer=');">BV2981</a>.</p>

]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.openbareorderecht.nl/index.php/burgemeester-den-haag-moet-geluidsoverlast-tijdens-manifestatie-tegen-awacs-toestaan/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Komst jongerencentrum uit angst voor geluidsoverlast aangevochten door buurtbewoners</title>
		<link>http://www.openbareorderecht.nl/index.php/komst-jongerencentrum-uit-angst-voor-geluidsoverlast-onsuccesvol-aangevochten-door-buurtbewoners/</link>
		<comments>http://www.openbareorderecht.nl/index.php/komst-jongerencentrum-uit-angst-voor-geluidsoverlast-onsuccesvol-aangevochten-door-buurtbewoners/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 21 Feb 2012 14:07:25 +0000</pubDate>
		<dc:creator>M. Vols</dc:creator>
				<category><![CDATA[APV]]></category>
		<category><![CDATA[Rechterlijke uitspraken en thema's]]></category>
		<category><![CDATA[Exploitatievergunning]]></category>
		<category><![CDATA[Geluidsoverlast]]></category>
		<category><![CDATA[Horeca]]></category>
		<category><![CDATA[Jongeren]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.openbareorderecht.nl/?p=3012</guid>
		<description><![CDATA[De burgemeester van Middelharnis verleent op grond van de APV een exploitatievergunning aan een jongerencentrum. De buurtbewoners vrezen geluidsoverlast en stappen naar de rechter. Dat blijkt onsuccesvol: 2.6.6 De rechtbank overweegt verder dat verweerder bij de belangenafweging in het kader van zijn beoordeling op grond van de APV-bepalingen ook rekening dient te houden met de (overige) gevolgen, waaronder de eventueel door bezoekers veroorzaakte geluidsoverlast, van de exploitatie van de inrichting die een zodanige aantasting van het woon- en leefklimaat in de omgeving van de inrichting met zich mee kunnen brengen dat een exploitatievergunning zou moeten worden geweigerd. De rechtbank heeft vastgesteld dat verweerder in dit verband bij het bestreden besluit heeft gewezen op de reactie van het college van burgemeester en wethouders van december 2008, in het kader van de ingebrachte zienswijze ter zake van de meergenoemde vrijstelling op grond van artikel 19, tweede lid, van de WRO. In het licht hiervan en al hetgeen hieromtrent is overwogen in haar uitspraak van 22 december 2011, LJN BU9110, is de rechtbank van oordeel dat verweerder bij de afweging van belangen oog heeft gehad voor de situatie van omwonenden en dienaangaande maatregelen heeft getroffen om misdragingen van bezoekers zoveel mogelijk te beperken. [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[
<p>De burgemeester van Middelharnis verleent op grond van de APV een exploitatievergunning aan een jongerencentrum. De buurtbewoners vrezen geluidsoverlast en stappen naar de rechter. Dat blijkt onsuccesvol:</p>
<blockquote><p>2.6.6 De rechtbank overweegt verder dat verweerder bij de belangenafweging in het kader van zijn beoordeling op grond van de APV-bepalingen ook rekening dient te houden met de (overige) gevolgen, waaronder de eventueel door bezoekers veroorzaakte geluidsoverlast, van de exploitatie van de inrichting die een zodanige aantasting van het woon- en leefklimaat in de omgeving van de inrichting met zich mee kunnen brengen dat een exploitatievergunning zou moeten worden geweigerd. De rechtbank heeft vastgesteld dat verweerder in dit verband bij het bestreden besluit heeft gewezen op de reactie van het college van burgemeester en wethouders van december 2008, in het kader van de ingebrachte zienswijze ter zake van de meergenoemde vrijstelling op grond van artikel 19, tweede lid, van de WRO. In het licht hiervan en al hetgeen hieromtrent is overwogen in haar uitspraak van 22 december 2011, LJN BU9110, is de rechtbank van oordeel dat verweerder bij de afweging van belangen oog heeft gehad voor de situatie van omwonenden en dienaangaande maatregelen heeft getroffen om misdragingen van bezoekers zoveel mogelijk te beperken. Ook ter zake van zowel de interne- als de externe geluidsaspecten zijn de belangen afgewogen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder in redelijkheid kunnen concluderen dat voornoemde aspecten niet tot een onaanvaardbare belasting voor de omgeving zullen leiden. Hierbij heeft de rechtbank in aanmerking genomen de verklaring van eisers ter zitting dat zij weinig geluidsoverlast vanuit de inrichting ondervinden en dat hun bezwaren met name zien op overlast veroorzaakt door vertrekkende jeugd na afloop van een evenement. Voor de conclusie dat het woongenot ter plaatse, als gevolg van het gebruik van het perceel door de exploitatie van het JAC, zodanig wordt aangetast dat verweerder na afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid groter gewicht heeft kunnen toekennen aan de belangen die zijn gebaat bij verlening van de exploitatievergunning dan aan de belangen van omwonenden bij weigering daarvan, ziet de rechtbank, alles overziende, geen grond.</p></blockquote>
<p>Zie LJN: <a href="http://www.rechtspraak.nl/ljn.asp?ljn=BV2006" target="_blank" onclick="pageTracker._trackPageview('/outgoing/www.rechtspraak.nl/ljn.asp?ljn=BV2006&amp;referer=');">BV2006</a>.</p>

]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.openbareorderecht.nl/index.php/komst-jongerencentrum-uit-angst-voor-geluidsoverlast-onsuccesvol-aangevochten-door-buurtbewoners/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Huurwoning ontruimd na overlast en vondst vuurwerk (mortierbommen)</title>
		<link>http://www.openbareorderecht.nl/index.php/huurwoning-ontruimd-na-overlast-en-vondst-vuurwerk-mortierbommen/</link>
		<comments>http://www.openbareorderecht.nl/index.php/huurwoning-ontruimd-na-overlast-en-vondst-vuurwerk-mortierbommen/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 20 Feb 2012 13:59:38 +0000</pubDate>
		<dc:creator>M. Vols</dc:creator>
				<category><![CDATA[Huurrecht]]></category>
		<category><![CDATA[Rechterlijke uitspraken en thema's]]></category>
		<category><![CDATA[Woonoverlast]]></category>
		<category><![CDATA[Buren]]></category>
		<category><![CDATA[Ontruiming]]></category>
		<category><![CDATA[Overlast]]></category>
		<category><![CDATA[vuurwerk]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.openbareorderecht.nl/?p=3008</guid>
		<description><![CDATA[Een gezin veroorzaakt veel overlast in en rond hun huurwoning. In de woning zijn bovendien zestig mortierbommen aangetroffen. De wethouder en ambtenaren verklaren bij de rechter dat de overlast zeer ernstig is. De voorzieningenrechter beveelt de huurder de woning te ontruimen: 4.5.  Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is op basis van de door de Wooncompagnie in het geding gebrachte producties voldoende aannemelijk dat rond de woning van [gedaagde] sprake is van overlast in de door de Wooncompagnie gestelde zin en omvang. De vraag of [gedaagde] daarvoor verantwoordelijk kan worden gehouden kan op grond van het navolgende in het midden blijven. 4.6.  Na het incident in de nacht van 26 of 27 november 2011 zijn door de politie in de woning zestig mortierbommen aangetroffen. Mortierbommen zijn een zeer zwaar en gevaarlijk soort vuurwerk dat in Nederland niet aan particulieren mag worden verkocht. Blijkens een persbericht van het arrondissementsparket Haarlem d.d. 29 november 2011 is met het aanwezig hebben van de mortierbommen het vuurwerkbesluit overtreden. 4.7.  Het hebben van een grote hoeveelheid zwaar en illegaal vuurwerk in de woning levert naar het oordeel van de voorzieningenrechter een zodanig ernstige tekortkoming op in de nakoming van de verplichting zich als een goed huurder te gedragen, [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[
<p>Een gezin veroorzaakt veel overlast in en rond hun huurwoning. In de woning zijn bovendien zestig mortierbommen aangetroffen. De wethouder en ambtenaren verklaren bij de rechter dat de overlast zeer ernstig is. De voorzieningenrechter beveelt de huurder de woning te ontruimen:</p>
<blockquote><p>4.5.  Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is op basis van de door de Wooncompagnie in het geding gebrachte producties voldoende aannemelijk dat rond de woning van [gedaagde] sprake is van overlast in de door de Wooncompagnie gestelde zin en omvang. De vraag of [gedaagde] daarvoor verantwoordelijk kan worden gehouden kan op grond van het navolgende in het midden blijven.</p>
<p>4.6.  Na het incident in de nacht van 26 of 27 november 2011 zijn door de politie in de woning zestig mortierbommen aangetroffen. Mortierbommen zijn een zeer zwaar en gevaarlijk soort vuurwerk dat in Nederland niet aan particulieren mag worden verkocht. Blijkens een persbericht van het arrondissementsparket Haarlem d.d. 29 november 2011 is met het aanwezig hebben van de mortierbommen het vuurwerkbesluit overtreden.</p>
<p>4.7.  Het hebben van een grote hoeveelheid zwaar en illegaal vuurwerk in de woning levert naar het oordeel van de voorzieningenrechter een zodanig ernstige tekortkoming op in de nakoming van de verplichting zich als een goed huurder te gedragen, dat aannemelijk is dat de huurovereenkomst in een bodemprocedure zal worden ontbonden. [Gedaagde] heeft nog aangevoerd dat zij niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor de aanwezigheid van de mortierbommen in de woning, omdat haar zoon het vuurwerk buiten haar medeweten in de woning heeft gebracht. Dit verweer wordt verworpen. Op grond van artikel 7:219 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is [gedaagde] immers jegens de Wooncompagnie op gelijke wijze als voor eigen gedragingen aansprakelijk voor de gedragingen van hen die met haar goedvinden het gehuurde (mede) gebruiken.</p>
<p>4.8.  Gelet op de risico&#8217;s waaraan de omwonenden zijn blootgesteld door de aanwezigheid van de mortierbommen in de woning kan naar het oordeel van de voorzieningenrechter van de Wooncompagnie niet worden gevergd dat zij de uitkomst van een bodemprocedure afwacht. De voorzieningenrechter acht de gevorderde ontruiming dan ook gerechtvaardigd. Wel zal aan [gedaagde] een iets ruimere ontruimingstermijn worden gegund dan de gevorderde twee dagen.</p></blockquote>
<p>Zie LJN: <a href="http://www.rechtspraak.nl/ljn.asp?ljn=BV2071" target="_blank" onclick="pageTracker._trackPageview('/outgoing/www.rechtspraak.nl/ljn.asp?ljn=BV2071&amp;referer=');">BV2071</a>.</p>

]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.openbareorderecht.nl/index.php/huurwoning-ontruimd-na-overlast-en-vondst-vuurwerk-mortierbommen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Man ten onrechte verblijfsverbod opgelegd na het leveren van commentaar op toezichthouders</title>
		<link>http://www.openbareorderecht.nl/index.php/man-ten-onrechte-verblijfsverbod-opgelegd-na-het-leveren-van-commentaar-op-toezichthouders/</link>
		<comments>http://www.openbareorderecht.nl/index.php/man-ten-onrechte-verblijfsverbod-opgelegd-na-het-leveren-van-commentaar-op-toezichthouders/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 20 Feb 2012 13:46:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>M. Vols</dc:creator>
				<category><![CDATA[APV]]></category>
		<category><![CDATA[Rechterlijke uitspraken en thema's]]></category>
		<category><![CDATA[Verstoring openbare orde]]></category>
		<category><![CDATA[Gebiedsverbod]]></category>
		<category><![CDATA[Rondhangen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.openbareorderecht.nl/?p=3000</guid>
		<description><![CDATA[De burgemeester legt op grond van de APV aan een Amsterdammer een verblijfsverbod op dat geldt op het Leidseplein te Amsterdam. De man zou de openbare orde hebben verstoord door commentaar te leveren op toezichthouders: 3.3.  Verweerder heeft aan het bestreden besluit – kort weergegeven – ten grondslag gelegd dat hij een verblijfsverbod heeft opgelegd omdat eiser zich in het overlastgebied schuldig heeft gemaakt aan ordeverstorend gedrag. Dit standpunt heeft verweerder gebaseerd op grond van het door de dienstdoende politieambtenaar [verbalisant 1] op ambtsbelofte opgemaakte proces-verbaal van 26 februari 2011 en het daarbij gevoegde mini proces-verbaal van dezelfde datum van politieambtenaren [verbalisant 2] en [verbalisant 3]. Hieruit volgt – samengevat – dat de verbalisanten, [verbalisant 2] en [verbalisant 3], van de in de nacht van 26 februari 2011 bij de taxistandplaats van het Leidseplein dienstdoende toezichthouders hadden vernomen dat eiser hen had lastig gevallen. Dit lastig vallen bestond uit een half uur lang stilzwijgend kijken naar het werk dat zij deden en vervolgens uit het roepen naar de toezichthouders en het luid commentaar leveren op hun verrichtingen. In het mini proces-verbaal is verder vermeld dat door het gedrag van eiser het werk van de toezichthouders onnodig moeilijk werd gemaakt om hun [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[
<p>De burgemeester legt op grond van de APV aan een Amsterdammer een verblijfsverbod op dat geldt op het Leidseplein te Amsterdam. De man zou de openbare orde hebben verstoord door commentaar te leveren op toezichthouders:</p>
<blockquote><p>3.3.  Verweerder heeft aan het bestreden besluit – kort weergegeven – ten grondslag gelegd dat hij een verblijfsverbod heeft opgelegd omdat eiser zich in het overlastgebied schuldig heeft gemaakt aan ordeverstorend gedrag. Dit standpunt heeft verweerder gebaseerd op grond van het door de dienstdoende politieambtenaar [verbalisant 1] op ambtsbelofte opgemaakte proces-verbaal van 26 februari 2011 en het daarbij gevoegde mini proces-verbaal van dezelfde datum van politieambtenaren [verbalisant 2] en [verbalisant 3]. Hieruit volgt – samengevat – dat de verbalisanten, [verbalisant 2] en [verbalisant 3], van de in de nacht van 26 februari 2011 bij de taxistandplaats van het Leidseplein dienstdoende toezichthouders hadden vernomen dat eiser hen had lastig gevallen. Dit lastig vallen bestond uit een half uur lang stilzwijgend kijken naar het werk dat zij deden en vervolgens uit het roepen naar de toezichthouders en het luid commentaar leveren op hun verrichtingen. In het mini proces-verbaal is verder vermeld dat door het gedrag van eiser het werk van de toezichthouders onnodig moeilijk werd gemaakt om hun werk op een goede manier te doen. Verweerder is van mening dat met het mini proces-verbaal voldoende vast staat dat eiser commentaar heeft geleverd op de verrichtingen van toezichthouders, waarbij verweerder het, gelet op een eerder incident op 22 januari 2011, niet aannemelijk acht dat eiser alleen maar heeft staan kijken. Verweerder is verder van mening dat het leveren van commentaar als ordeverstorend moet worden aangemerkt. Daarbij wijst verweerder erop dat in het uitgaansgebied Leidseplein een klein incident al tot een orderverstoring kan leiden.</p></blockquote>
<p>De man zelf zegt de openbare orde niet te hebben verstoord:</p>
<blockquote><p>3.4.  Eiser heeft – kort weergegeven – onder meer aangevoerd dat hij weliswaar op 26 februari 2011 om 04:30 uur in het overlastgebied aanwezig was, maar dat hij geen overlast heeft veroorzaakt. Hij heeft niet naar de toezichthouders geroepen. Hij begrijpt dan ook niet hoe valt vast te stellen wat voor commentaar hij heeft geleverd. Het leveren van commentaar is bovendien niet altijd ordeverstorend, maar kan ook leiden tot voorkoming van ordeverstoring. Zolang niet duidelijk is wat het commentaar behelsde, kan volgens eiser ook niet geconcludeerd worden of het ordeverstorend werkte.</p></blockquote>
<p>De rechtbank acht onvoldoende aangetoond dat de openbare orde is verstoord:</p>
<blockquote><p>3.4.2.  De rechtbank stelt vast dat de verbalisanten niet zelf het gedrag van eiser hebben waargenomen, maar van de toezichthouders hebben vernomen wat er is gebeurd ter plaatse. In het proces-verbaal dat van het incident is opgemaakt, staat niet beschreven wat eiser heeft geroepen en wat voor commentaar hij heeft geleverd op de toezichthouders. Evenmin zijn er camerabeelden beschikbaar, dan wel verklaringen van de toezichthouders voorhanden. Naar het oordeel van de rechtbank kan op grond van deze feiten niet vastgesteld worden of eiser daadwerkelijk heeft geroepen naar de toezichthouders en zo ja, wat precies is geroepen en of hetgeen eiser dan heeft geroepen als ordeverstorend gedrag kan zijn gekwalificeerd. Anders dan verweerder, acht de rechtbank het enkele feit dat de toezichthouders naar aanleiding van eisers gedrag zich genoodzaakt hebben gevoeld om de politie erbij te halen, onvoldoende om aan te nemen dat eiser ordeverstorend gedrag heeft vertoond. Het proces-verbaal is op dit punt onvoldoende concreet. Ander bewijs is niet voorhanden. De rechtbank overweegt in dit kader nog dat het feit dat er kennelijk in januari 2011 een eerder incident op het Leidseplein heeft plaatsgevonden waarbij eiser betrokken was, niet, althans niet zonder meer, kan bijdragen aan het bewijs dat eiser dus op 26 februari 2011 ordeverstorend gedrag heeft vertoond.</p>
<p>3.4.3.  De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de conclusie dat het proces-verbaal van 26 februari 2011 een onvoldoende grondslag biedt voor het oordeel dat eiser ordeverstorend gedrag heeft vertoond, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, van de APV. Nu ook niet uit overige feiten of omstandigheden naar voren is gekomen dat eiser de orde heeft verstoord in de nacht van 26 februari 2011, komt de rechtbank tot de slotsom dat verweerder niet bevoegd was om het bevel als bedoeld in artikel 2.9B, eerste lid, van de APV te geven. De rechtbank zal daarom de rechtsgevolgen van het bestreden besluit niet in stand laten.</p></blockquote>
<p>Het beroep is gegrond. De man krijgt geen schadevergoeding.</p>
<p>Zie LJN:<a href="http://www.rechtspraak.nl/ljn.asp?ljn=BV1671" target="_blank" onclick="pageTracker._trackPageview('/outgoing/www.rechtspraak.nl/ljn.asp?ljn=BV1671&amp;referer=');"> BV1671</a>.</p>

]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.openbareorderecht.nl/index.php/man-ten-onrechte-verblijfsverbod-opgelegd-na-het-leveren-van-commentaar-op-toezichthouders/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>

