PVV stelt vragen over verstoren Sinterklaasfeest door probleemjongeren

Vragen van het lid Van Klaveren (PVV) aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het verstoren van het Sinterklaasfeest door straattuig (ingezonden 8 december 2011). Antwoord minister Leers (Immigratie, Integratie en Asiel), mede namens de minister van Veiligheid en Justitie (ontvangen 13 januari 2012) Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2011–2012, nr. 1039.

Vraag 1

Bent u bekend met het artikel «Sinterklaas en Zwarte Piet bekogeld door reljeugd»?1
Antwoord 1

Ja.
Vraag 2 en 4

Deelt u de visie dat het openlijk vieren van het Sinterklaasfeest, in wijken waar veel Marokkanen wonen, de laatste jaren onder druk staat als gevolg van geweld, diefstal en het verwijderen van christelijke symboliek? Zo nee, waarom niet?
Bent u zich ervan bewust dat dit het zoveelste voorbeeld is van Marokkaans tuig dat typisch Nederlandse (kinder)feesten verstoort en dat veel Nederlanders dit spuugzat beginnen te worden? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 2 en 4

Ik ben van mening dat iedere verstoring van het Sinterklaasfeest een verwerpelijke daad is. Een kinderfeest als Sinterklaas moet in een veilige en ontspannen omgeving kunnen plaatsvinden. Uit de periodieke overleggen met gemeenten komt overigens niet het beeld naar voren dat de verstoring van een Sinterklaasfeest meer dan een geïsoleerd incident is, of dat het openlijk vieren van Sinterklaas de laatste jaren onder druk staat.

Vraag 3

Welke maatregelen bent u voornemens te treffen ten einde te voorkomen dat tuig het openlijk vieren van Sinterklaas onmogelijk maakt?
Antwoord 3

Het kabinet zet stevig in op het terugdringen van grensoverschrijdend gedrag van risicojongeren, individueel en in groep. De aanpak van problematische jeugdgroepen is een prioriteit van het kabinet. De aanpak van overlast op straat is in eerste instantie een lokale aangelegenheid. Gemeenten hebben daarbij een breed scala aan maatregelen tot hun beschikking.
Vraag 5

Kunt u een overzicht geven van de plaatsen waar zich vanaf 2008 tot en met 2011 gewelddadige incidenten hebben voorgedaan bij de viering van zowel het Sinterklaasfeest als Sint Maarten? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5

Zoals vermeld in antwoord op 3 ligt de verantwoordelijkheid voor de aanpak van overlast op straat in eerste instantie bij de lokale overheden. Dergelijke incidenten, waaronder incidenten rondom het vieren van Sinterklaas en Sint Maarten, worden niet landelijk geregistreerd.

Zie hier.

PVV stelt vragen over ‘structurele straatterreur Marokkanen’

Vragen van het lid Van Klaveren (PVV) aan de ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Veiligheid en Justitie over de structurele straatterreur door Marokkanen (ingezonden 5 oktober 2011).

Antwoord van minister Donner (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties), mede namens de minister van Veiligheid en Justitie (ontvangen 25 oktober 2011).

Vraag 1

Kent u het artikel «Kinderen mishandeld. Jonge Marokkanen belagen leeftijdgenoten»?1
Antwoord 1

Ja.
Vraag 2, 3

Deelt u de visie dat de wijdverbreide straatterreur door Marokkanen een groot en structureel probleem vormt in de Nederlandse samenleving?
In hoeverre deelt u de mening dat de oplossing voor dit probleem gelegen is in kordaat politie-optreden, avondklokken, straatverboden, denaturalisatie, uitzetting indien daders nog niet de strafrechtelijke leeftijd hebben bereikt, het afpakken van zorgtoeslag, huurtoeslag, kinderbijslag/kindgebondenbudget van ouders en eventueel wijkuitzetting van het complete gezin?
Antwoord 2, 3

«Straatterreur» wordt onder andere uitgeoefend door jeugdigen die behoren tot een problematische jeugdgroep. Het kabinet zet in op het terugdringen van grensoverschrijdend gedrag van risicojongeren, individueel en in bendes, ongeacht afkomst. De aanpak van problematische jeugdgroepen is een prioriteit uit het regeerakkoord en één van de landelijke prioriteiten van de politie en het Openbaar Ministerie. De aanpak van overlast op straat is overigens in eerste instantie een lokale aangelegenheid. De Minister van Veiligheid en Justitie heeft met de VNG in het Strategisch Beraad Veiligheid afgesproken dat de aanpak van jeugdoverlast en jeugdcriminaliteit een gezamenlijke prioriteit is, die met inbreng van gemeenten en Rijk resulteert in een gerichte aanpak van specifieke overlastgevende en/of criminele groepen. Er is een breed scala aan maatregelen beschikbaar, variërend van justiële maatregelen, tot maatregelen op het zorgterrein, tot trajecten waar de burgemeester een rol speelt.
Vraag 4

Deelt u de mening dat u falende burgemeesters moet kunnen ontslaan? Zo neen, waarom niet?
Antwoord 4

De burgemeester is als gemeentelijk bestuursorgaan over al zijn functioneren aan de raad verantwoording verschuldigd. Het is dan ook aan de raad om hem ter verantwoording te roepen. In het verlengde daarvan is het in ons bestuurlijk bestel primair aan de raad om het functioneren van de burgemeester eventueel te sanctioneren.

Zie hier.

Wegpesten homoseksueel stel leidt tot vragen in Tweede Kamer

Vragen van het lid Van Klaveren (PVV) aan de ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en van Veiligheid en Justitie over de onophoudelijke straatterreur tegen homostellen (ingezonden 5 oktober 2011).

Antwoord van minister Donner (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties), mede namens de ministers van Veiligheid en Justitie en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (ontvangen 28 oktober 2011).

Vraag 1

Kent u het artikel «Opnieuw homostel verhuisd na pesterijen»?1
Antwoord 1

Ja.
Vraag 2

Deelt u de visie dat de bestrijding van straatterreur topprioriteit zou moeten zijn van de politie? Zo neen, waarom niet?
Antwoord 2

Het kabinet zet in op het terugdringen van grensoverschrijdend gedrag van risicojongeren, individueel en in bendes, ongeacht afkomst. De aanpak van problematische jeugdgroepen is een prioriteit uit het regeerakkoord en één van de landelijke prioriteiten van de politie en het Openbaar Ministerie. De aanpak van overlast op straat is overigens in eerste instantie een lokale aangelegenheid waarbij de gemeente de regie heeft. De Minister van Veiligheid en Justitie heeft met de VNG in het Strategisch Beraad Veiligheid afgesproken dat de aanpak van jeugdoverlast en jeugdcriminaliteit een gezamenlijke prioriteit is, die met inbreng van gemeenten en Rijk resulteert in een gerichte aanpak van specifieke overlastgevende en/of criminele groepen.
Vraag 3

In hoeverre bent u van mening dat niet de homostellen na aanhoudende terreur de wijk uit moeten vluchten maar dat de betreffende daders, en bij minderjarigheid ook het hele gezin, de wijk uit moeten worden gezet?
Antwoord 3

Het kabinet vindt het onacceptabel dat mensen worden weggepest en zich genoodzaakt voelen te verhuizen. Alle inspanningen moeten erop gericht zijn om de daders van dergelijke pesterijen stevig aan te pakken. Er zijn verschillende maatregelen beschikbaar, variërend van bestuurlijke maatregelen op het terrein van de handhaving openbare orde en veiligheid tot justitiële maatregelen en maatregelen op het zorgterrein.
Met betrekking tot het uit de wijk zetten van daders is het voor een woningcorporatie mogelijk om via de rechter het huurcontract te ontbinden als een huurder (of een lid van het gezin van een huurder) voor ernstige overlast zorgt. Dit is echter geen gemakkelijke weg. Gemeenten kunnen hierin een regierol vervullen, en met de overlastgevers en de corporaties tot afspraken komen. Als huurders zich niet aan deze afspraken houden kan uiteindelijk tot uitzetting worden overgegaan.
Vraag 4

Deelt u de mening dat u de mogelijkheid moet hebben een falende burgemeester, als eindverantwoordelijke voor de gemeentelijke veiligheid, ter verantwoording te roepen en hem desnoods moet kunnen ontslaan? Zo neen, waarom niet?
Antwoord 4

De burgemeester is als gemeentelijk bestuursorgaan over al zijn functioneren aan de raad verantwoording verschuldigd. Het is dan ook aan de raad om hem ter verantwoording te roepen. In het verlengde daarvan is het in ons bestuurlijk bestel primair aan de raad om het functioneren van de burgemeester eventueel te sanctioneren. De regering dient zich daarin terughoudend op te stellen.
Vraag 5

Welke concrete maatregelen bent u van plan te nemen om het structurele probleem van de straatterreur tegen homo’s zo spoedig mogelijk op te lossen?
Antwoord 5

Wanneer mensen (mede) vanwege hun seksuele oriëntatie worden lastiggevallen, dan maken de overlastgevers zich mogelijk schuldig aan strafbare discriminatoire gedragingen. Het is van belang dat mensen discriminatie melden bij de lokale antidiscriminatievoorzieningen die hen kunnen helpen met hun klacht. In lijn met hetgeen wij hebben aangekondigd in de discriminatiebrief (Kamerstukken II, vergaderjaar 2010–2011, 30 950, nr. 34, is het van belang hiervoor belangenorganisaties, scholen en andere maatschappelijke instanties beter in positie te brengen om dit vroegtijdig te onderkennen.
Anoniem een melding maken kan ook via Stichting M. (Meld Misdaad Anoniem). Als er sprake is van strafbare discriminatoire gedragingen, dan wordt een zaak gevolgd in het Regionaal Discriminatieoverleg tussen Openbaar Ministerie, de politie en antidiscriminatievoorzieningen. Als bij een vervolging aangetoond kan worden dat een discriminatoir aspect een rol heeft gespeeld bij het plegen van het feit, eist het OM een strafverhoging van 50%. Bij ingrijpende feiten wordt een strafverhoging van 100% geëist. Van ingrijpende feiten is onder meer sprake als de lichamelijke integriteit in aanzienlijke mate is aangetast, of als er sprake is van een evidente inbreuk op de persoonlijke integriteit (bijvoorbeeld door discriminatie).
De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft verder op 6 juni en 5 oktober jl. een verklaring getekend met 40 grote gemeenten. Deze gemeenten zullen uiterlijk 1 februari 2012 lokale plannen indienen voor de periode 2012–2014, die maatregelen bevatten ter verbetering van de veiligheid en acceptatie van lesbiënnes, homoseksuelen, biseksuelen en transgenders.

Zie hier.