College van b&w moet optreden tegen overlastgevende voetbalkooi

gesloten pandHet gebruik van een voetbalkooi veroorzaakt veel geluidsoverlast voor omwonenden. Een omwonende dient een verzoek tot handhaving van het geluidshinderverbod uit de APV in. Het college weigert om handhavend op te treden. De rechtbank fluit het college terug. Het college moet volgens de rechtbank actie ondernemen. Lees verder

Bewoners hebben overlast van voetbalkooi en winnen rechtszaak van gemeente

Bewoners van Veenendaal wonen naast een voetbalkooi. Zij zeggen veel overlast te ondervinden van schreeuwende en voetballende jongeren en dienen een verzoek tot handhaving van de APV in bij het college van b&W. Het college van b&w weigert handhavend op te treden. De rechter fluit het college van b&w terug:

2.14  Gelet op het vorenstaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat verweerder niet zonder (nader) onderzoek heeft kunnen komen tot de conclusie dat het gebruik van de voetbalkooi niet leidt tot geluidsoverlast dan wel geluidhinder in de zin van de APV. Hiervoor is van belang dat de Milieudienst heeft aangegeven, voorafgaand aan het bestreden besluit, dat het in ieder geval noodzakelijk is dat er een goed onderzoek wordt uitgevoerd naar de overlast. Dat onderzoek is achterwege gebleven. Het bestreden besluit is in zoverre onzorgvuldig voorbereid en daarmee genomen in strijd met het bepaalde in artikel 3:2 van de Awb.
Verder is de voorzieningenrechter van oordeel dat gelet op de geluidsbronnen die de geluidsoverlast veroorzaken, te weten stemgeluid en geluid van het schieten van de bal tegen het hekwerk en de doelen, verweerder in dit geval ter invulling van het begrip geluidhinder in de APV niet in redelijkheid aansluiting heeft kunnen zoeken bij de normering in het Activiteitenbesluit. Het aansluiten bij dat besluit heeft immers tot gevolg dat met piekgeluiden tengevolge van stemgeluid en sportgeluiden in het geheel geen rekening mag worden gehouden. Nu gelet op het Stab-verslag vaststaat dat forse overschrijdingen kunnen optreden, heeft verweerder in dit concrete geval niet de normen van het Activiteitenbesluit kunnen hanteren als toetsingskader.

2.15  Het vorenstaande leidt er toe dat het bestreden besluit in het kader van de bestuurlijke heroverweging niet in stand zal kunnen blijven. Verweerder zal de bezwarenprocedure dienen te gebruiken om de in deze uitspraak geconstateerde gebreken te herstellen. Dat kan door alsnog een geluidsonderzoek te laten verrichten, zoals de Milieudienst heeft geadviseerd. Voor de normering zal daarbij aansluiting moeten worden gezocht bij de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening. Verweerder kan een eigen geluidsonderzoek ook achterwege laten, maar dan zal hij bij zijn nadere besluitvorming dienen aan te sluiten bij de uitkomsten van het LBP-Sight rapport in combinatie met het Stab-verslag.

Welke methode verweerder ook kiest, indien de uitkomst is dat sprake is van geluidhinder als bedoeld in de APV, dan dient verweerder te bezien welke maatregelen moeten worden genomen, in aanvulling op de reeds genomen maatregelen, om te bewerkstelligen dat geluidhinder wordt voorkomen. Daarbij kunnen worden betrokken de suggesties die zijn opgenomen in het Stab-verslag. Als de geluidhinder niet of niet voldoende door maatregelen kan worden weggenomen, dient verweerder te bezien of er aanleiding is van het verbod geluidhinder te veroorzaken ontheffing te verlenen op grond van het bepaalde in artikel 4:6, derde lid, van de APV. Aan het verlenen van ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.

2.16  De voorzieningenrechter zal niet overgaan tot de door verzoeker gevraagde schorsing van het primaire besluit, nu dat geen enkel effect heeft. De voorzieningenrechter vindt de gevraagde sluiting van de voetbalkooi een te vergaande maatregel en thans ook niet nodig, omdat het gebruik van de voetbalkooi in deze periode van het jaar zeer beperkt zal zijn. Wel is er aanleiding om te bewerkstelligen dat verweerder voortvarend omgaat met de bezwarenprocedure en deze gebruikt om de geconstateerde gebreken te herstellen. Om die reden wordt verweerder bij wege van voorlopige voorziening gelast binnen drie maanden na heden te beslissen op het bezwaarschrift, met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen.

Zie LJN: BV1288.