Krakers bij de Koning: de ontruiming van Huis ter Horst en rechtsbescherming

overlastKrakers worden door het recht beschermd tegen ontruiming van de woning. Dat geldt ook voor de krakers van Huis Ter Horst, dat in eigendom is van de koninklijke familie. De opstalhouder stapt naar de rechter en verzoekt om de ontruiming van het gekraakte pand. De krakers verweren zich en stellen dat hun huisrecht zich tegen ontruiming verzet. De rechter is het daarmee oneens.

De rechter overweegt:

[Q] c.s. hebben ter onderbouwing van hun belang verklaard dat de voornaamste reden van het vestigen van het huisrecht in het pand is, dat zij niet over middelen beschikken of een levenswijze hebben om middels een reguliere wijze in hun huisvesting te kunnen voorzien. Een dergelijke verklaring in algemene termen kan er echter niet toe leiden dat ontruiming niet proportioneel wordt geacht, gezien de afweging die de wetgever reeds heeft gemaakt. Daarvan kan slechts worden afgeweken, indien er sprake is van feiten en omstandigheden die in het concrete geval tot een andere dan de door de wetgever gemaakte afweging nopen. Daarbij blijft overigens als uitgangspunt gelden dat een eigenaar het recht heeft om over zijn pand te beschikken zoals hij wil. Verder heeft volgens [Q] c.s. bij de bewoning door hen van het pand een belangrijke rol gespeeld dat het pand een historische waarde heeft, maar al jaren is verwaarloosd, hetgeen zij willen tegengaan. Dit is door [A] betwist, maar ook als dit aan de zijde van [Q] c.s. als belang wordt meegewogen, kan dit niet tot een ander oordeel leiden, gezien de zwaarwegende omstandigheden aan de zijde van [A] zoals hiervoor vermeld.

Gezien al het vorenstaande, acht de voorzieningenrechter de inmenging door [A] in de uitoefening van het huisrecht van [Q] c.s. proportioneel en is van onrechtmatig handelen van [A] jegens [Q] c.s. geen sprake. De eerste vordering is gelet daarop voor toewijzing vatbaar, met dien verstande dat de voorzieningenrechter de gevorderde termijn niet redelijk acht. Hij zal in redelijkheid een termijn bepalen van drie weken na betekening van dit vonnis. De tweede vordering is eveneens toewijsbaar. [Q] c.s. hebben tegen deze vordering geen verweer gevoerd en van een belang van [A] bij die vordering is ook genoegzaam gebleken, nu niet voldoende vaststaat welke personen in het pand hebben verbleven en verblijven alsmede gezien het voornemen van de bank om het pand de komende periode onderhands te verkopen.

Ook in een andere zaak beroepen krakers zich tevergeefs op artikel 8 EVRM. De rechter acht in die zaak de ontruiming proportioneel. In een derde zaak waarin één van de krakers zwanger is, overweegt de rechter:

Voor zover eisers nog hebben aangevoerd dat de vordering moet worden toegewezen in het kader van de proportionaliteitstoets, nu het voor hen moeilijk is om een sociale huurwoning te krijgen in verband met schulden, terwijl één van hen zwanger is, wordt overwogen dat de verantwoordelijkheid voor de huisvesting van eisers niet in de eerste plaats bij de Gemeente ligt, ook niet bij de rechter die dient te oordelen over een gevraagd verbod tot ontruiming, maar dat dit hun eigen verantwoordelijkheid is. Zij hebben zichzelf, door een gebouw wederrechtelijk in gebruik te nemen en daar wederrechtelijk te vertoeven, aan het risico blootgesteld dat aan dit wederrechtelijk gebruik een einde wordt gemaakt.

Eisers stellen dat de ontruiming moet worden verboden voor zover deze is gericht op de ontruiming van het besloten erf waar zij met hun woonwagens c.q. caravans vertoeven omdat een vordering van of vanwege de rechthebbende om zich te verwijderen ontbreekt. Uit de aangifte die op 3 december 2012 is gedaan blijkt dat voor zover een dergelijke vordering toen al is gedaan, deze zich tot slechts een van de aanwezigen gericht heeft; bovendien is niet bekend wie dat was. Dat de rechthebbende, te weten de Gemeente, een dergelijke aanzegging heeft gedaan jegens alle eisers is niet gesteld of gebleken. Dat betekent dat een verbod zal moeten worden toegewezen, voor zover een dergelijke aanzegging niet is gedaan.

ECLI:NL:RBDHA:2014:11244 (Huis Ter Horst krakers).

ECLI:NL:RBAMS:2014:3050 (Krakers en rechtsbescherming).

ECLI:NL:RBAMS:2014:1715 (Zwangere kraker en rechtsbescherming)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *