Cafetaria acht weken gesloten na vechtpartij en overtreding sluitingstijd

De burgemeester van Eindhoven sluit op grond van de APV een cafetaria nadat twee maal een vechtpartij heeft plaatsgevonden en de sluitingstijden zijn overtreden. Er zou daardoor sprake zijn van een verstoring van de openbare orde. De voorzieningenrechter gaat daarmee akkoord:

20.  Naar voorlopig oordeel komt verweerder op basis van artikel 2.3.1.5 van de APV de bevoegdheid toe de cafetaria te sluiten. Hiertoe overweegt de voorzieningenrechter als volgt.

21.  Uit de door verweerder overgelegde stukken kan het volgende worden afgeleid:
- op 1 mei 2011 heeft een portier van de cafetaria voor de deur van de cafetaria een bezoeker van de cafetaria geslagen;
- op 9 mei 2011 hebben personeelsleden van de cafetaria voor de deur van de cafetaria bezoekers van de cafetaria geslagen, geduwd en geschopt. [bestuurder van de exploitant] was hierbij aanwezig, maar heeft niet ingegrepen.
- op 9 mei 2011 is de in de APV bepaalde sluitingstijd overtreden;
- op 13 augustus 2011 is de in de APV bepaalde sluitingstijd overtreden.

22.  Er bestaat geen grond voor het oordeel dat verweerder het incident op 1 mei 2011 en de overtredingen van de sluitingstijd op 9 mei 2011 en 13 augustus 2011 niet als verstoring van de openbare orde heeft kunnen aanmerken. Verweerder heeft er in dit verband terecht op gewezen dat alleen al het langer openblijven van de cafetaria de openbare orde bedreigt (vergelijk de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de raad van State (hierna: Afdeling) van 23 mei 1995, LJN: AN4389).

Zie LJN: BU5502.

Kamervragen over rellen hooligans Feijenoord

Vragen van de leden Marcouch en Van Dekken (beiden PvdA) aan de minister van Veiligheid en Justitie over de reactie van OM en politie op rellen door Feyenoordhooligans (ingezonden 22 september 2011).

Antwoord van minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 3 november 2011). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2011–2012, nr. 246.

Vraag 1

Kent u het bericht «Nog één verdachte rellen de Kuip vast»?1 Hoe heeft u gereageerd op de handelswijze van het Openbare Ministerie (OM) tegen het ruziezoekend tuig dat het bestuursgebouw van Feyenoord bestormde, waardoor nog slechts één persoon in voorarrest zit?
Antwoord 1

Ja. Ik heb van een en ander kennis genomen.
Vraag 2

Klopt het dat twee verdachten heengezonden zijn terwijl hun aandeel in de rellen later groter bleek te zijn? Hoeveel langer hadden zij op basis van dit grotere aandeel in voorarrest gehouden kunnen worden? Klopt het dat deze twee personen niet opnieuw in voorarrest genomen kunnen worden?
Antwoord 2

Het klopt dat twee verdachten met een dagvaarding zijn heengezonden omdat hun aandeel in de rellen in eerste instantie klein leek. Als op dat moment bekend was geweest dat deze verdachten zich schuldig hadden gemaakt aan openlijke geweldpleging, hadden zij in verzekering kunnen worden gesteld en worden voorgeleid aan de rechter-commissaris. Op 22 september jongsleden zijn beide verdachten alsnog ter zake van de verdenking van openlijke geweld in voorlopige hechtenis genomen. De hechtenis van een van deze verdachten is diezelfde dag door de rechter-commissaris geschorst. Ten aanzien van de andere verdachte is de bewaring gelast.
Vraag 3

Hoe kan het dat, met zoveel politie in de buurt en andere bewijsmiddelen voorhanden, het aandeel van deze twee daders te laat duidelijk werd? Hoe gaat u voorkomen dat door dergelijke blunders opnieuw gewelddadige hooligans te snel vrijkomen?
Vraag 3

Hoe kan het dat, met zoveel politie in de buurt en andere bewijsmiddelen voorhanden, het aandeel van deze twee daders te laat duidelijk werd? Hoe gaat u voorkomen dat door dergelijke blunders opnieuw gewelddadige hooligans te snel vrijkomen?
Antwoord 4

Het Openbaar Ministerie zet fors in op de opsporing en vervolging van deze verdachten. Zo zijn er foto’s van verdachten op billboards gepubliceerd in het centrum van Rotterdam, waarmee de hulp van het publiek wordt ingeroepen.
Aangezien het strafrechtelijk onderzoek naar de verdachten nog in volle gang is, kan ik op dit moment geen verdere mededelingen doen.
Vraag 5

Ziet u meerwaarde in een levenslang stadionverbod voor hooligans die rond voetbalwedstrijden zo gericht geweld gebruiken? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op wat voor termijn wilt u hiervoor de Voetbalwet aanpassen?
Antwoord 5

Na de zomer van 2012 wordt de Wet maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast geëvalueerd. Ik wil deze evaluatie afwachten voordat ik uitspraken doe over mogelijke aanpassingen aan deze wet.

Zie hier.

Vragen van het lid Berndsen (D66) aan de minister van Veiligheid en Justitie over rellen veroorzaakt door voetbalsupporters in Rotterdam (ingezonden 20 september 2011).

Antwoord van minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 3 november 2011). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2011–2012, nr. 24.

Vraag 1

Wat is uw reactie op de schrikbarende situatie in Rotterdam dit weekeinde, waarbij rellende voetbalsupporters zo ver over de schreef zijn gegaan dat de politie het vuurwapen moest trekken?1
Antwoord 1

Ik betreur deze rellen ten zeerste.
Vraag 2

Bent u van mening dat in het algemeen het lokale gezag voldoende middelen in handen heeft om dit soort ongeregeldheden adequaat te bestrijden?
Zo ja, welke middelen beschouwt u hiervoor als voldoende adequaat?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 2

Ja. De Algemene Plaatselijke Verordening (APV) kan de burgemeester diverse middelen in handen geven om overlast en ordeverstoringen tegen te gaan. Daarnaast beschikt de burgemeester op grond van artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet, over een bevoegdheid om een gebieds- en/ of samenscholingsverbod te geven. Tot slot beschikt de burgemeester over noodrechtbevoegdheden. In geval van (acute) ernstige openbare ordeverstoringen kan de burgemeester alle bevelen geven dan wel verordeningen vaststellen die hij nodig acht om de openbare orde te handhaven.
Vraag 3, 4

Is in dit geval de Voetbalwet ingezet om de genoemde rellen in Rotterdam te bestrijden? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?
Biedt de Voetbalwet volgens u voldoende handvatten om ongeregeldheden zoals deze adequaat te bestrijden? Zo ja, waar blijkt dat uit? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3, 4

De Wet maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast is in dit geval niet ingezet. De Wet is bedoeld voor de aanpak van personen, die individueel of in groepsverband in het verleden herhaaldelijk de openbare orde hebben verstoord of bij die groepsgewijze ordeverstoringen een leidende rol hebben gehad en jegens wie ernstige vrees voor verdere ordeverstoring bestaat. Uit een dossier moet het plegen van herhaaldelijke overlast blijken. Het ging in de onderhavige casus echter om «first offenders», niet om notoire overlastplegers.

Zie hier.

Caféhouder met dwangsom aangepakt na overtreden APV sluitingstijden

De burgemeester van Deventer legt een caféhouder een last onder dwangsom op. Hij moet voortaan zijn café gesloten hebben voor bezoekers tussen 01.00 en 07.00 uur. De exploitant van het café heeft zich daar eerder niet aangehouden. De ABRvS overweegt over de last onder dwangsom:

2.10.1. De Afdeling overweegt dat uit de drie op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal volgt dat de verbalisanten hebben geconstateerd dat [horecabedrijf] op 25 april 2010, 11 juli 2010 en 29 augustus 2010 na sluitingstijd was geopend. De verbalisanten hebben geconstateerd dat de rolluiken niet waren gesloten, dat op alle drie de data meerdere personen aanwezig waren voorzien van glazen en flessen drank en dat deze personen richting de uitgang liepen, nadat zij de verbalisanten hadden gezien. Op grond van deze waarnemingen hebben de verbalisanten geconstateerd dat [horecabedrijf] op de genoemde data na 01.00 uur geopend en in bedrijf was, zodat [appellant] in strijd met artikel 2.3.1.6, eerste lid, aanhef en onder a, van de Apv handelde. In hetgeen [appellant] heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen grond voor het oordeel dat de burgemeester niet mocht uitgaan van de juistheid van de inhoud van de processen-verbaal en ten onrechte is overgegaan tot het invorderen van de verbeurde dwangsommen. Daarbij wordt overwogen dat de genoemde Apv-bepaling is overtreden omdat er bezoekers aanwezig waren, niet omdat schoonmaakwerkzaamheden zouden worden verricht. De vraag of in gelijke gevallen op dezelfde wijze wordt gehandhaafd is niet aan de orde in de procedure tegen invorderingsbeschikkingen. Niet aannemelijk is gemaakt dat niet consequent wordt ingevorderd in geval van verbeurte van dwangsommen.

Zie LJN: BU3115.

Aanpak growshop zonder vergunning onrechtmatig wegens strijd rechtszekerheidsbeginsel

De burgemeester van Eindhoven legt een eigenaar een last onder dwangsom op om te stoppen met overtreding van een verbod uit de APV. In de APV is verboden om zonder vergunning een growshop te exploiteren.

De eigenaar van de growshop stelt dat de definitie van growshop in de APV in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel. De voorzieningenrechter is het daarmee eens:

12. Zoals meermalen is overwogen in de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: EHRM) kan een norm slechts als voldoende duidelijk althans bepaalbaar worden aangemerkt, als deze voor de burger toegankelijk is en op basis daarvan gestelde beperkingen voor de burger voorzienbaar zijn. Een norm moet dus voldoende duidelijk en concreet zijn omschreven, zodat de burger in staat is daarop zijn gedrag af te stemmen.

13. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de omschrijving van een growshop als “in het maatschappelijk verkeer aangeduid als growshop” in artikel 2.3.4.1, lid a, van de APV, niet voldoet aan de hierboven genoemde vereisten van bepaalbaarheid en duidelijkheid (vergelijk de uitspraak van de meervoudige kamer van de rechtbank Breda van 7 april 2010, www.rechtspraak.nl, LJN: BM3401).
Verweerder heeft in het bestreden besluit ter concretisering van de zinsnede “in het maatschappelijk verkeer aangeduid als growshop” verwezen naar de toelichting opgenomen bij het raadsvoorstel ter vaststelling van laatstgenoemd artikel in de APV. Daaruit blijkt dat in het maatschappelijk verkeer onder “growshop” dient te worden verstaan een winkel of groothandel die in hoofdzaak producten verkoopt die kunnen worden gebruikt voor de thuisteelt van met name cannabisproducten. Hierbij kan onder andere worden gedacht aan zaden, potgrond, bemesting, lampen en apparatuur om oogsten te bewerken.
De voorzieningenrechter overweegt dat, nog daargelaten de vraag of met die toelichting voldoende duidelijk en concreet is wat in het maatschappelijk verkeer als ‘growshop’ dient te worden aangemerkt, welke vraag naar het oordeel van de voorzieningenrechter in een eventuele bodemprocedure zal moeten worden beantwoord, in ieder geval heeft te gelden dat de toelichting niet voldoende toegankelijk is en derhalve onvoldoende kenbaar is. De gemachtigde van verweerder heeft ter zitting immers verklaard dat deze toelichting niet (meer) in de APV is opgenomen, maar dat deze bij verweerder kan worden opgevraagd. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter staat daarmee vast dat de criteria die verweerder thans zegt te hanteren niet zijn vastgelegd in een beleidsregel en ook niet zijn gepubliceerd. Dit betekent naar het oordeel van de voorzieningenrechter dat verweerder reeds hierom niet op basis van artikel 2.3.4.1, lid a, van de APV tot handhaving mocht overgaan.

De rechter acht ook onvoldoende aannemelijk gemaakt dat sprake is van een voor publiek toegankelijk lokaal.

De voorlopige voorziening wordt getroffen: de werking van het besluit wordt geschorst.

Zie LJN: BS1698.

Café gesloten door burgemeester na verstoring openbare orde door schietincident

In het toilet van een café vindt een schietincident plaats. De burgemeester van Den Haag sluit op grond van art. 174 Gemeentewet en de APV het café voor zes maanden. Er zou sprake zijn van een verstoring van de openbare orde.

De voorzieningenrechter acht dit rechtmatig (LJN: BT2354). Ook de Afdeling acht de sluiting rechtmatig:

2.3. De burgemeester heeft ter bescherming van de openbare orde en het woon- en leefklimaat de sluiting van [café] bevolen vanwege een schietincident dat op 30 december 2010 in het toilet van dat café zou hebben plaatsgevonden.

2.4. [appellant] betoogt dat de voorzieningenrechter heeft miskend dat de burgemeester zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat een schietincident in [café] heeft plaatsgevonden. Niemand is naar aanleiding van het vermeende schietincident in voorlopige hechtenis genomen, er is geen wapen en geen schutter gevonden en evenmin is een kogel gevonden, aldus [appellant]. Verder is het ook mogelijk dat vuurwerk in het toilet is afgestoken. Daarnaast heeft hij zelf de politie ingelicht over het incident en heeft hij alle medewerking verleend aan het onderzoek van de politie, zodat hem geen verwijt te maken valt, aldus [appellant]. Hij wijst er verder op dat de voorzieningenrechter in zijn eerdere uitspraak van 12 april 2011 het bevel tot sluiting heeft geschorst.

2.4.1. De voorzieningenrechter heeft met juistheid overwogen dat de burgemeester zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat aannemelijk is dat in [café] met een vuurwapen is geschoten. De voorzieningenrechter heeft daarbij terecht verwezen naar het proces-verbaal van bevindingen, het proces-verbaal van het verhoor van [medewerker], die op het moment van het incident werkzaam was in [café], en het proces-verbaal van aangifte van [appellant], alle van 30 december 2010. Uit die processen-verbaal volgt dat politiebeambten op het toilet van [café] een huls hebben gevonden en in een deur en een stoel een gat hebben gezien dat vermoedelijk afkomstig is van een patroon. Verder volgt uit voornoemde processen-verbaal dat H. [appellant] heeft verklaard na het horen van een knal in het toilet naar het toilet te zijn gegaan, daar twee mannen heeft aangetroffen en dat het gehele toilet onder de rook stond en dat [appellant] aangifte heeft gedaan van vernieling door middel van een schot van een vuurwapen.

Dat geen schutter en vuurwapen zijn gevonden en niemand in voorlopige hechtenis is genomen heeft de voorzieningenrechter terecht niet van doorslaggevend belang geacht, reeds omdat uit de processen-verbaal volgt dat de personen die op het toilet van [café] aanwezig waren het café vrijwel direct hebben verlaten. De voorzieningenrechter heeft daarnaast terecht overwogen dat niet aannemelijk is dat er vuurwerk in het toilet van het café is afgeschoten omdat er geen sporen van vuurwerk zijn aangetroffen.

De voorzieningenrechter heeft met juistheid overwogen dat niet van belang is of [appellant] het schietincident kan worden verweten. Slechts van belang is of de openbare orde in gevaar is als gevolg van het schietincident.

Zie LJN: BT2114.