Kritiek op Engelse bevoegdheid om jongeren wegens overlast naar huis te brengen

De nieuwe Britse regering heeft nieuwe plannen voorgesteld voor de aanpak van overlast. De regering stelt voor om politieagenten te bevoegdheid te geven om overlastveroorzakende jongeren naar huis te brengen. Op dit voorstel binnen de nieuwe aanpak van overlast is kritiek geleverd: het naar huis brengen van de jongeren kan hem in gevaar brengen. Vaak is de thuissituatie namelijk vaak sprake van ernstige overlast en dit is voor de jongere erg gevaarlijk.

Inside Housing meldt:

Vulnerable children could be exposed to greater danger if government plans to curb anti-social behaviour go ahead, a children’s charity has warned.

Barnardo’s has warned that the police direction power, proposed as part of the Home Office’s anti-social behaviour reforms, could see children returned to unsafe homes if it is used without considering the risks.

The power would allow the police to ask anti-social individuals to leave a particular area, but would also encompass the power for police to return home unaccompanied young people under the age of 16.

Barnardo’s said that many children involved in anti-social behaviour are from highly disadvantaged backgrounds characterised by abuse, bereavement, educational difficulties or residence in high crime neighbourhoods.

Anne Marie Carrie, Barnardo’s chief executive, said: ‘If police send children back to abusive or unsafe households or move them on without consideration for the reasons behind their anti-social behaviour they could be placed in greater danger.’

‘There needs to be much better communication between Police and welfare services to ensure we are not putting children at risk and ultimately perpetuating the cycle of offending.

‘That is not to say that young people shouldn’t face the consequences of their actions, but if we want to protect children we should be able to map welfare needs in communities, not just crime, while preventing offences rather than just reacting to them.’

Barnardo’s said that it should be made compulsory for courts to ask for information about the home lives of children who are being sanctioned for anti-social behaviour to ascertain the likelihood of a young person being supported to change their ways.

The Home Office consultation closes on 17 May.

Zie hier.

Verhuurder vaak effectiever in aanpak woonoverlast dan burgemeester

Het lijkt zo dat verhuurders vaak sneller op kunnen treden tegen woonoverlast en andere verstoringen van de (openbare) orde dan de burgemeester. De zaak tussen de vader van twee ‘treiterbroers’ uit Utrecht bewijst dat. Ik schreef eerder over deze zaak.

Een iets uitgebreidere bespreking en wat commentaar:

De woningstichting Mitros pakt hier de vader van twee zeer overlastgevende zoons aan. Als gevolg van overlast, geweld en pesterijen vertrekken meerdere gezinnen uit de desbetreffende Utrechtste wijk. De media duiken op de ‘treiterbroers’ en Tweede Kamerleden stellen vragen aan de minister van Binnenlandse Zaken. De Utrechtse burgemeester stelt dat het lastig is om de overlastveroorzakers aan te pakken, hetgeen hem niet in dank wordt afgenomen: hem is in kranten verweten niet hard genoeg op te treden (zie http://www.rtvutrecht.nl/nieuws/243070; Kamerstukken II 2010-2011 Aanhangsel, nr. 779; ‘Aleid Wolfsen de mooiprater’, De Pers 1 december 2010).

Het lukt uiteindelijk de woningstichting Tiwos om de broers samen met hun vader uit de wijk te laten vertrekken. De kantonrechter wijst in kortgeding een vordering tot ontruiming van de huurwoning toe. Deze oplossing van het probleem is zeer waarschijnlijk sneller mogelijk dan bijvoorbeeld een burgemeestersluiting op grond van art. 174a Gemeentewet (zeker na de strenge voorwaarden daarvoor, zoals vastgesteld in ABRvS 1 december 2010, JG 11.018 m. nt. M. Vols en ABRvS 16 februari 2011, LJN: BP4697).

De onderliggende uitspraak toont daarom aan dat (gemeentelijke) overheden en private partijen zoals woningcorporaties samen moeten optrekken om overlast en buurtterreur aan te pakken (zie hieromtrent bijvoorbeeld ook Hof ’s-Hertogenbosch 4 januari 2011, LJN: BP1008).

Een laatste interessant punt is dat één van de weggepeste gezinnen heeft aangekondigd een juridische procedure tegen de gemeente Utrecht en de Staat der Nederlanden te beginnen. Volgens de slachtoffers heeft de overheid te weinig gedaan om hun recht op eerbiediging van het privéleven te beschermen. Dit is te kenmerken als het niet nakomen van een positieve verplichting tot bescherming van het privéleven die voortvloeit uit art. 8 EVRM (zie http://www.openbareorderecht.nl/?p=1176). Het is afwachten of deze vordering succesvol zal zijn. Positief voor de slachtoffers is dat Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State in 2010 heeft geoordeeld dat deze verplichting in beginsel voor de gemeentelijke overheid bestaat bij de aanpak van overlast (zie Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State 6 oktober 2010, JG 11.001 m. nt. M. Vols).

Michel Vols, mvols@openbareorderecht.nl

Voor meer debat, klik hier

Kamervragen over overlast, onveiligheid en ordeverstoringen in Vinex-wijken

Vragen van de leden Marcouch en Monasch (beiden PvdA) aan de minister van Veiligheid en Justitie over de onveiligheid in Vinexwijken (ingezonden 22 februari 2011).
Antwoord van minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 6 april 2011) Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2010–2011, nr. 1772.

Vraag 1
Kent u het artikel «Vinex-wijk getto van de toekomst»?1

Antwoord 1
Ja.

Vraag 2, 3
Beschikt u over onderzoeksresultaten over of hebt u andere aanwijzingen dat de veiligheidssituatie in nieuwbouwwijken aan de randen van grote steden slechter is of achteruit gaat ten opzichte van andere delen van het land? Zo ja, kunt deze informatie dan met de Kamer delen?Deelt u het in het artikel gestelde dat deze nieuwbouwwijken de achterbuurten van de toekomst kunnen worden? Zo ja, hoe gaat u dit voorkomen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 2, 3
Ik heb geen aanwijzingen dat de situatie in genoemde gebieden anders is dan in andere delen van het land. In vergelijking met alle andere, oudere, woonwijken in Nederland is er in het recente verleden veel onderzoek gedaan naar de kwaliteit van de Vinex-wijken. Dit onderzoek heeft in zijn algemeenheid geleid tot de conclusie dat in Vinex-wijken een goede samenhang is gerealiseerd tussen wonen en voorzieningen, waaronder groen en speelvoorzieningen, en dat er bij de bewoners een grote mate van tevredenheid is met deze wijken. Dat neemt niet weg dat er in individuele wijken problemen kunnen ontstaan die moeten worden aangepakt. Dit is primair een taak voor de gemeenten en lokale partners zoals politie en woningcorporaties. Gemeenten worden daarbij waar nodig ondersteund door het Rijk.

Vraag 4
Is er sprake van een groeiend aantal klachten over inbraken, bedreigingen, vandalisme en overlast uit de genoemde wijken? Zo ja, in welke mate nemen deze klachten toe?

Antwoord 4
Veiligheid en onveiligheid maken deel uit van de jaarlijkse Integrale Veiligheidsmonitor (IVM) 2010. Deze wordt afgenomen op regionaal niveau. Daaruit blijkt onder meer, dat het oordeel over de leefbaarheid en de veiligheid duidelijk is verbeterd. Een aantal buurtproblemen komt in z’n algemeenheid minder vaak voor dan in 2009. Dat geldt onder meer voor fysieke verloedering van de eigen woonomgeving en voor verkeersoverlast. Het feitelijk slachtofferschap (aantal gevallen van slachtofferschap per 100 inwoners) neemt in Nederland af met ongeveer 10%. Deze daling is betekenisvol voor de eigen woonomgeving, aangezien uit de IVM 2010 blijkt dat een belangrijk gedeelte van de gevallen van slachtofferschap in de eigen woonomgeving plaatsvindt. Verder verandert het aantal inwoners van Nederland dat zich wel eens onveilig voelt nauwelijks.Gemeenten en/of regio’s kunnen aanvullende vragen of respondenten inkopen bij het bureau dat de organisatie van de IVM verzorgt. Dat biedt bijvoorbeeld de mogelijkheid om de resultaten tot op wijk of buurtniveau te verfijnen. Centraal bestaat er geen inzicht in deze informatie op wijk- of buurtniveau.

Vraag 5
Deelt u de mening dat flink investeren in veiligheid en jeugdvoorzieningen nodig is om verpaupering te voorkomen? Zo ja, hoe verhoudt zich dat tot de bezuinigingen van uw kabinet en in het bijzonder de bezuinigingen op de Van Montfransgelden voor (sociale) veiligheid? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 5
Het tegengaan van verpaupering en het zorgen voor de veiligheid in wijken is voornamelijk een taak van het lokale bestuur. De gemeenten zijn zelf het beste in staat om te bepalen welke maatregelen er nodig zijn, welke beëindigd moeten worden en welke voortgezet of gestart moeten worden om dit te realiseren. De beëindiging van enkele tijdelijke geldstromen neemt niet weg dat veiligheid voor dit kabinet prioriteit heeft. De structurele middelen voor veiligheid die gemeenten ontvangen via het Gemeentefonds, lopen ook na 2011 door. Bovendien zal het kabinet de komende jaren gemeenten op allerlei manieren blijven ondersteunen bij het versterken van de veiligheid en leefbaarheid, juist ook nu de financiële middelen beperkter zijn dan voorheen. Deze ondersteuning bestaat onder meer uit de realisatie van wettelijk instrumentarium tegen overlast en criminaliteit, het bevorderen van de lokale en regionale samenwerking (bijvoorbeeld door ondersteuning vanuit het Rijk van RIEC’s en veiligheidshuizen) en kennisdeling. Het Rijk spreekt hierover ook regelmatig met de VNG, de G32 en de G4.Vraag 6
Klopt het dat de politie in de genoemde wijken in Amsterdam (IJburg), Rotterdam (Nesselande), Den Haag (Ypenburg) of Utrecht (Leidsche Rijn) inderdaad geregeld moet ingrijpen? Is dit vaker nodig dan in andere wijken van een gelijkaardige bevolkingsomvang?

Antwoord 6
Zoals gezegd, bestaat er centraal geen inzicht in informatie over veiligheid en onveiligheid op wijk- of buurtniveau. Wel blijkt uit de Integrale Veiligheidsmonitor (IVM) 2010 dat op regionaal niveau het oordeel over de leefbaarheid en de veiligheid duidelijk is verbeterd. (Zie antwoord op vraag 4.) Verder vormen de in de pers uitgelichte incidenten voor mij geen aanleiding aan te nemen dat de politie in genoemde Vinex-wijken vaker nodig is dan in andere wijken van gelijkaardige bevolkingsomvang. Ik sta ervoor dat problemen in individule wijken worden aangepakt, primair door de gemeenten en lokale partners en waar nodig ondersteund door het Rijk.

Zie hier.