Kamervragen over combiregeling en Voetbalwet

Vragen van het lid De Mos (PVV) aan de minister van Veiligheid en Justitie over voetbalwedstrijden en collectief vervoer (ingezonden 28 januari 2011).
Antwoord van minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 18 februari 2011).
Vraag 1
Bent u bekend met het feit dat veel supporters wegblijven van uitwedstrijden, omdat ze alleen met collectief vervoer kunnen reizen, met alle nadelen van dien?
Antwoord 1
Nee.
Vraag 2
Deelt u de mening dat de Voetbalwet zich juist kan bewijzen door de combiregeling af te schaffen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 2
De Wet maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast kan bijdragen aan een verminderd gebruik van de combiregeling, maar deze niet vervangen. Een belangrijk verschil tussen beide maatregelen is dat de wet zich richt op de aanpak van een aanwijsbaar en beperkt aantal personen die individueel of in groepsverband in het verleden herhaaldelijk de openbare orde hebben verstoord of bij die groepsgewijze ordeverstoring een leidende rol hebben gehad en jegens wie ernstige vrees voor verdere verstoring bestaat, terwijl een combiregeling bij bepaalde risicowedstrijden wordt opgelegd aan alle bezoekende supporters van de uitspelende club, op basis van een inschatting van de veiligheidsrisico’s rondom een wedstrijd. Beide maatregelen kunnen afhankelijk van de situatie hun nut hebben. In het vernieuwde beleidskader Voetbal en Veiligheid zullen de ketenpartners (politie, gemeenten, KNVB, Openbaar Ministerie, Auditteam, ministerie van Veiligheid en Justitie) op landelijk niveau afspraken maken om het aantal combiregelingen te laten dalen. Het beleidskader verschijnt dit voorjaar.
Vraag 3
Deelt u de mening dat een driekwart leeg vak, waarin bezoekers van uitwedstrijden gekooid hun wedstrijd bekijken, eruit ziet als een rotte kies in een verder puntgaaf gebit en dat dit de clubs tonnen aan inkomsten per seizoen scheelt? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
Voetbalclubs dienen zich als een goed gastheer op te stellen. Het Auditteam Voetbal en Veiligheid doet op dit moment een onderzoek onder uitsupporters. Dit onderzoek verschijnt deze zomer en richt zich op vervoer, ontvangst en supportersbeleid. De resultaten worden besproken in de regiegroep Voetbal en Veiligheid waarin vertegenwoordigers van politie, OM, gemeenten, KNVB, Auditteam en het ministerie van Veiligheid en Justitie zitten.
Vraag 4
Bent u bekend met de Engelse situatie, waarin supporters van beide ploegen als gevolg van de Engelse Voetbalwet gebroederlijk naar het stadion komen en zich voorbeeldig gedragen in en om het stadion?
Antwoord 4
Ervaringen in het buitenland met de aanpak en bestrijding van voetbalvandalisme worden vanzelfsprekend bij de vormgeving en operationalisering van het Nederlandse beleid betrokken. De ervaringen met de Engelse voetbalwet worden meegenomen bij de evaluatie van de Wet maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast, zoals toegezegd bij de aanvaarding van de daartoe strekkende motie Dölle c.s. (kamerstukken 31 467, I)
Vraag 5
Bent u bereid de combiregeling in overleg met de KNVB vanaf het volgende seizoen af te schaffen, zodat de KNVB ruimschoots de tijd heeft de gevolgen naar de clubs en de supporters te communiceren? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Allereerst is het belangrijk dat alle partijen volgens het beleidskader voetbal en veiligheid gaan werken. Zo lang zich nog steeds incidenten rondom voetbalwedstrijden voordoen zijn maatregelen zoals een combiregeling nodig. Verder verwijs ik naar mijn antwoord op vraag 2.

Zie hier.

Kamervragen over stadionverboden en auto-combikaart

Vragen van de leden Van Dekken en Marcouch (beiden PvdA) aan de minister van Volksgezondheid Welzijn en Sport over de strenge regels die gesteld worden aan bezoekers van voetbalwedstrijden (ingezonden 13 januari 2011).
Antwoord van minister Schippers (Volksgezondheid, Welzijn en Sport), mede namens de minister van Veiligheid en Justitie (ontvangen 9 februari 2011).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het artikel «Platform eist recht op voetbal»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Hoe beoordeelt u het besluit van de burgemeester van Heerenveen om over te gaan tot de invoering van een «auto-combi kaart»? Op welke wijze draagt het onderweg ophalen van kaarten bij aan het terugdringen van overlast door voetbalsupporters? Op welke wijze wordt voorkomen dat het «onderweg ophalen» van de kaarten in de praktijk slechts leidt tot het verplaatsen van het probleem?
Antwoord 2
De beslissing om een vervoersregeling op te leggen is een lokale verantwoordelijkheid. De burgemeester van Heerenveen heeft deze beslissing genomen op basis van eerdere gebeurtenissen. In het seizoen 2008/2009 hebben Groningen supporters zich misdragen en hebben ze een waarschuwing gekregen voor de wedstrijd tussen beide clubs in het seizoen 2009/2010. Dit heeft volgens de burgemeester onvoldoende effect gehad, omdat er in 2009 in het centrum van Heerenveen provocerende acties hebben plaatsgevonden. Daarbij was inzet van de ME nodig die de lange wapenstok heeft moeten gebruiken om supporters-groepen te scheiden om escalatie te voorkomen. Op basis hiervan is een autocombi opgelegd voor de wedstrijd van 30 januari 2011. Daarna heeft nog overleg plaatsgevonden tussen de gemeente, de club en de supportersclub van FC Groningen maar dit heeft niet tot wijziging van het besluit geleid. Over het verplaatsen van het probleem hebben mij geen signalen bereikt.
Vraag 3
Klopt het bericht dat stadionverboden op basis van de standaardvoorwaarden van de voetbalbond steeds vaker door de rechter ongeldig worden verklaard? Zo ja, kunt u toelichten om welke aantallen het hier gaat?2
Antwoord 3
De KNVB geeft aan, dat het bericht waarnaar wordt verwezen, van een aantal jaar geleden is. Het is juist dat in die tijd de KNVB heeft moeten constateren dat de reikwijdte van de Standaardvoorwaarden (zijnde algemene voorwaarden in de zin van het Burgerlijk Wetboek) voor juridische beperkingen zorgden die aanleiding gaven te zoeken naar een andere, bredere, grondslag om stadionverboden op te kunnen leggen. De verbreding van de grondslag is uiteindelijk gevonden in het zogeheten «huisrecht» van de betaald voetbalorganisaties. Daarbij hebben alle betaald voetbalorganisaties in Nederland de KNVB een volmacht verleend, om personen die zich hebben schuldig gemaakt aan voetbalgerelateerd wangedrag de toegang tot de voetbalstadions van alle Nederlandse betaald voetbalorganisaties te ontzeggen.
De huidige praktijk ten aanzien van stadionverboden waarover de rechter een uitspraak heeft gedaan is volgens de KNVB daardoor inmiddels een andere, dan het artikel suggereert. Het is namelijk zo, dat in het seizoen 2009/2010 en het thans lopende seizoen 2010/2011 de KNVB in alle gevallen door de rechter in het gelijk is gesteld met betrekking tot de stadionverboden die op basis van de Standaardvoorwaarden zijn opgelegd. Uit een vertrouwelijk overzicht van de zijde van de KNVB blijkt dat het om zeven gevallen gaat in genoemde periode.
Vraag 4
Klopt het bericht dat de KNVB-juristen en het ministerie van Justitie en Veiligheid samenwerken aan een nieuwe aanpak omdat het stadionverbod niet werkt? Zo ja, wordt deze aanpak onderdeel van het actieplan om van voetbal weer een schone sport te maken dat komend voorjaar aan de Kamer wordt verzonden of is hier sprake van een afzonderlijk voorstel waar met de KNVB aan werkt? Kunt u uw antwoord toelichten?
Antwoord 4
Het Ministerie van Veiligheid en Justitie werkt samen met de vertegenwoordigers uit de landelijke regiegroep voetbal en veiligheid aan een vernieuwd beleids-kader, getiteld Voetbal en Veiligheid. In de regiegroep hebben vertegenwoordigers van de gemeenten, politie, KNVB, OM en het Ministerie van Veiligheid en Justitie zitting. In het beleidskader staan doelstellingen hoe voetbal weer tot een feest te maken. Dadergerichte aanpak, vermindering aantal combiregelingen en goed gastheerschap zijn hier een onderdeel van. Het beleidskader wordt dit voorjaar vastgesteld en door de Minister van Veiligheid en Justitie naar de Tweede Kamer gestuurd.
Het actieplan waaraan gerefereerd wordt is in ontwikkeling bij mijn Ministerie en ik ben daarover in overleg met de sportwereld. Het gaat om een actieplan om zowel in de topsport als in de breedtesport uitwassen in de vorm van verbaal en fysiek geweld uit te bannen. Dit plan zal de gehele sport betreffen en dus niet alleen de voetballerij. Ik heb dit actieplan vermeld in mijn brief aan de Kamer van 26 januari 2011, betreffende «Zorg die werkt: de beleidsdoelstellingen van de Minister van Volksgezondheid, welzijn en Sport».
Zie hier.

Scholieren mogen ballen niet meer uit tuin halen

Eisers wonen naast een sportveld van een middelbare school. Regelmatig komen ballen vanaf het sportveld in de tuin van eisers.  De scholieren halen vervolgens de ballen op:

“Ter comparitie van partijen d.d. 6 januari 2010 hebben [eisers] door middel van een reeks van video-opnamen, voorzien van data en tijdstippen, afdoende aangetoond dat zij in de loop van de daaraan voorafgaande maanden herhaaldelijk ballen vanaf het sportveld op hun perceel hebben kregen en dat die ballen vervolgens door de sportende schooljeugd uit de tuin of van het balkon of van het garagedak werden teruggehaald, nadat men zich toegang tot de tuin, het balkon of de garage had verschaft door erop te klimmen, al dan niet na over de schutting te zijn geklommen, en dat dit veelal gepaard ging met vocaal lawaai.”

Eisers vorderen een verbod op het betreden van de tuin door de scholieren. Dit gedrag is volgens de eisers namelijk te kenmerken als onrechtmatige hinder (als bedoeld in artikel 5:37 Burgelijk Wetboek). De rechtbank overweegt:

“De rechtbank is van oordeel dat [eisers] niet hoeven te accepteren dat leerlingen van Erasmus zonder toestemming hun tuin en huis betreden. Erasmus dient het nodige te doen om dit onrechtmatige gedrag van haar leerlingen zo snel mogelijk te beëindigen. De vordering is in zoverre toewijsbaar. Nakoming van dit gedeelte van de vordering zal ook worden verzekerd door oplegging van een dwangsom omdat Erasmus aan deze onrechtmatigheid niet onverwijld een definitief einde heeft gemaakt, nadat [eisers] in hun aangetekende brief van 20 april hierover, en naar nu is gebleken geenszins ten onrechte, hadden geklaagd.

In het algemeen acht de rechtbank de hinder, die men kan ondervinden doordat incidenteel een bal in de tuin of op het balkon of het dak terechtkomt, nog niet zo ernstig dat kan worden gesproken van een onrechtmatige daad. Zoiets overkomt de meeste burgers met een tuin wel eens. Als de frequentie, waarmee dit gebeurt, binnen de perken blijft valt te vergen dat men dit accepteert. Wanneer het echter vaak voorkomt kan het woongenot schade lijden doordat men niet meer rustig in de tuin kan zitten en/of kleine kinderen niet meer veilig in de tuin kan laten spelen. Dan kan worden gesproken van een onrechtmatige vorm van hinder, waarmee men geen genoegen hoeft te nemen.

Deze situatie doet zich hier voor. Er wordt regelmatig door scholieren gesport op het sportveld, dat pal aan de achtertuin van [eisers] grenst, en gebleken is dat daarbij regelmatig een bal op hun perceel belandt. De rechtbank heeft op de video-opnamen gezien dat dit zo vaak gebeurt, dat dit een onrechtmatige verstoring van de rust en het woongenot van [eisers] oplevert, zodat het opleggen van een verbod gerechtvaardigd is. Een verbod is ook nodig, omdat Erasmus zich tot nu toe aan de gerechtvaardigde belangen van [eisers] niets gelegen heeft laten liggen, ook niet nadat [eisers] hierom uitdrukkelijk en met een redelijke motivering hadden gevraagd. Daarom is ook hier de oplegging van een dwangsom gerechtvaardigd. De rechtbank acht het echter voldoende om deze te beperken tot maximaal één verbeurde dwangsom per maand.”

De vordering wordt toegewezen.

Zie LJN: BM4546

Reactie Raad van State over gewijzigde Voetbalwet naar Eerste Kamer

De gewijzigde Voetbalwet (Wet bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast) ligt bij de Eerste Kamer. Aangezien de wet tijdens de behandeling in de Tweede Kamer sterk is aangepast, heeft de Raad van State opnieuw de wet beoordeeld. Zie hier voor het rapport en de reactie van de regering.