Burgemeester Veenendaal legt pedofiel gebiedsverbod op

Een pedofiel keert vanuit de gevangenis terug naar Veenendaal. De burgemeester wil hem aanvullende voorwaarden opleggen via het civiele recht. De civiele rechter acht de gemeente niet-ontvankelijk. Vervolgens legt de burgemeester via artikel 172 lid 3 Gemeentwet de pedofiel een gebiedsverbod op. De voorzieningenrechter schorst dit besluit, omdat hij dit onrechtmatig acht.De voorzieningenrechter overweegt:

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder hiermee een ernstige vrees voor verstoring van de openbare orde onvoldoende aannemelijk gemaakt. Uit het genoemde proces-verbaal van bevindingen, dat – naar verweerder ter zitting heeft toegelicht – is opgemaakt door de betrokken wijkagent, blijkt dat de moeder van betrokkene en haar partner hebben aangegeven dat het bericht over verzoekers terugkeer in de buurt heeft geleid tot onrust en gemengde emoties. Door verschillende personen zijn in een eerste reactie ook bepaalde uitspraken gedaan die volgens de moeder en haar partner kunnen worden opgevat als bedreiging. De wijkagent vermeldt verder echter dat hij uit het gesprek met de moeder en haar partner geen concrete dreiging heeft kunnen inschatten, maar vooral de indruk heeft overgehouden dat zij een actieve rol willen innemen in het voorkomen van onrust in de wijk. Voorts merkt hij op dat uit een gesprek met een collega van het wijkteam, die zelf woonachtig is in de directe omgeving van [straat], is gebleken dat deze collega evenmin signalen heeft van concrete dreigingen uit de directe omgeving in de richting van verzoeker. Uit het genoemde gespreksverslag rijst een zelfde beeld. Ter zitting heeft verzoeker verder opgemerkt dat hij geenszins de intentie heeft om confrontaties met buurtbewoners op te zoeken. Ook heeft hij opgemerkt dat twee buurtgenoten op dit moment zijn huis en huisdieren verzorgen en dat ook zij niet bekend zijn met een concrete dreiging richting verzoeker.

 

11.Dit alles tezamen leidt de voorzieningenrechter tot het oordeel dat verweerder onvoldoende relevante feiten en omstandigheden naar voren heeft gebracht om de conclusie te rechtvaardigen dat ernstig moet worden gevreesd dat verzoekers terugkeer naar zijn woning zal leiden tot een verstoring van de openbare orde ter plaatse. Aan de omstandigheid dat in de periode april/mei 2013 wellicht wel sprake is geweest van concrete aanwijzingen hiervoor komt onvoldoende gewicht toe voor de beoordeling van de situatie op dit moment, te minder ook nu niet onaannemelijk is dat het verstrijken van de tijd invloed heeft op de emoties die bij verzoekers buurtgenoten leven

ECLI:NL:RBMNE:2013:5696

Ook een gebiedsverbod dat de burgemeester in december aan een pedofiel oplegt, houdt bij de voorzieningenrechter geen stand. Zie ECLI:NL:RBMNE:2014:182.

De uitspraken passen in de lijn van andere uitspraken over een gebiedsverbod en pedofielen: zie hier, hier en hier. Een pedofiel vroeger eerder tevergeefs om schadevergoeding nadat hem onterecht een gebiedsverbod was opgelegd. Zie hier. In hoger beroep kent het gerechtshof wel schadevergoeding toe: zie hier.

Zie ook het door Jan Brouwer en Caroline Huls verrichte onderzoek naar de terugkeer van zedendelinquenten, het gebiedsverbod en de inzet van het civiele recht. Zie hier.