Drugscriminelen tegen de burgemeester: recente rechtspraak 13b Opiumwet

Gesloten pandOp 9 juli 2015 sprak ik op een conferentie over woningsluitingen na ondermijnende drugscriminaliteit. Daarbij stond artikel 13b Opiumwet (de Wet Damocles) centraal: welke mogelijkheden heeft de burgemeester op een woning dicht te timmeren in het geval van drugshandel en/of hennepteelt? Eind 2014 blogde ik al over jurisprudentie omtrent Damocles, maar de conferentie zorgde dat ik de recente jurisprudentie doornam. Hier volgt een overzicht van de meest interessante rechtspraak over artikel 13b Opiumwet van eind 2014 en begin 2015.

 

Afdelingsuitspraken over hennepteelt, waarschuwingen en kostenverhaal

Eerst bespreek ik drie belangrijke uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, de hoogste bestuursrechter in Nederland. De eerste belangrijke uitspraak stamt al uit 2013 en besprak ik al eerder. Ik noem hem toch: de Afdeling besloot in een zaak uit Purmerend dat artikel 13b Opiumwet ook van toepassing is bij de aanpak van hennepteelt in woningen. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de Rechtbank Haarlem waarin de sluiting niet rechtmatig werd bevonden.

Verloederd pandDe tweede belangrijke Afdelingsuitspraak draait om een sluiting in de gemeente Emmen. De burgemeester sluit daar een woning, zonder vooraf te waarschuwen. De Rechtbank Noord-Nederland achtte het handhavingsbeleid van de burgemeester onredelijk en zette een streep door de sluiting. De Afdeling acht het beleid niet onredelijk:

Het handhavingsbeleid houdt in dat bij een eerste en tweede constatering van de aanwezigheid van een kleine handelshoeveelheid (5 tot 20 hennepplanten) niet tot sluiting wordt overgegaan, maar een last onder dwangsom wordt opgelegd. Bij een handelshoeveelheid van 20 of meer hennepplanten sluit de burgemeester de woning. De burgemeester heeft ter zitting bij de Afdeling nadrukkelijk te kennen gegeven dat het sluiten van een woning een ultimum remedium is en dat elke situatie op zijn eigen merites wordt beoordeeld. Hij heeft voorts toegelicht dat hij op grond van paragraaf 8 van het Handhavingsbeleid de mogelijkheid heeft om in schrijnende gevallen van het beleid af te wijken en daarnaast op grond van artikel 4:84 van de Awb van het beleid kan afwijken. Gezien het vorenstaande kon de burgemeester in redelijkheid het Handhavingsbeleid, zoals weergegeven onder 1 en zoals ter zitting nader toegelicht, voeren. De Afdeling acht daarbij van belang dat dat beleid voldoende ruimte biedt om te volstaan met een minder vergaande maatregel dan sluiting, zodat aan het uitgangspunt van de wetgever dat bij een overtreding zorgvuldig dient te worden bezien of in plaats van sluiting van een woning kan worden volstaan met een waarschuwing of een daaraan soortgelijke maatregel, voldoende inhoud kan worden gegeven.

De Afdeling bepaalt ook dat in het geval van een ‘ernstig geval’ niet gewaarschuwd hoeft te worden voor sluiting. In deze zaak was sprake van een ernstig geval:

Niet in geschil is dat op 16 mei 2013 242 hennepplanten in een stacaravan op het erf van [wederpartij] zijn aangetroffen. Gelet op de hoeveelheid hennepplanten, de omstandigheid dat al eerder is geoogst en dat illegaal elektriciteit vanuit de woning werd afgetapt, heeft de burgemeester zich op het standpunt mogen stellen dat zich een ernstig geval voordoet.

Gesloten woning AmsterdamIs een waarschuwing dan nooit nodig?Een uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant (juni 2015) laat zien dat de rechter wel blijft toetsen of een waarschuwing moet worden gegeven. In deze zaak acht de rechtbank niet voldoende gemotiveerd waarom niet hand kunnen worden volstaan met een waarschuwing of soortgelijke maatregelen.

Een derde belangrijke Afdelingsuitspraak gaat over een 13b Opiumwet-sluiting in de gemeente Amstelveen. In deze zaak ontdekt een particuliere verhuurder zelf dat de verhuurde woning wordt gebruikt voor hennepteelt. Hij belt de politie, de plantage wordt ontruimd, de woning wordt gesloten en de burgemeester verhaalt de kosten op de verhuurder. De Afdeling acht de sluiting rechtmatig, maar het kostenverhaal niet:

De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat [appellant sub 2] niet wist of redelijkerwijs kon weten dat het pand als hennepkwekerij werd gebruikt. Hiertoe zijn de volgende omstandigheden redengevend. [appellant sub 2] maakte voor de verhuur gebruik van een bemiddelingsbureau, dat hij al lang kende en waarmee hij louter positieve ervaringen had. Het bemiddelingsbureau heeft de woning met ingang van 1 april 2013 verhuurd aan [bedrijf] B.V. Dat die B.V. geen werknemers had en daarom onduidelijk was wie de woning zou gaan bewonen, maakt niet dat [appellant sub 2] reeds daarom had moeten vermoeden dat er onderhuurders in het pand zouden worden toegelaten die een hennepkwekerij zouden beginnen. [appellant sub 2] heeft zich geïnformeerd over het gebruik dat van het door hem verhuurde pand werd gemaakt. Ter zitting heeft [appellant sub 2] desgevraagd verklaard zijn agrarische bedrijf uit te oefenen op korte afstand van de woning en hij heeft vanaf de dijk direct zicht op de woning en heeft ter plaatse de eerste drie weken na de huurovereenkomst geen enkele activiteit waargenomen en aldus geconstateerd dat de woning (nog) niet werd bewoond. Gedurende die tijd kon door hem derhalve niet worden gecontroleerd. Eerst na drie weken stond er een auto naast de woning geparkeerd, aldus [appellant sub 2]. Twee weken later, op 18 mei 2013, heeft hij het pand bezocht en op dat moment de hennepkwekerij waargenomen. Daarna heeft hij direct de politie gewaarschuwd. (…) Tenslotte heeft de gemachtigde van de burgemeester ter zitting bij de Afdeling verklaard dat ten tijde van de ontmanteling van de hennepkwekerij ter plaatse jonge hennepplantjes werden aangetroffen. De gemachtigde heeft niet kunnen aangeven op welk moment deze moeten zijn geplant en dus evenmin hoe lang de hennepkwekerij ter plaatse al aanwezig moet zijn geweest.

Sluiting van een woning na handel vanuit een auto op de parkeerplaats?

overlastEen heel interessante zaak speelt zich af in Utrecht. Een dealer verhandelt drugs vanuit een personenauto op de parkeerplaats in een woonwijk. Hij rijdt af en toe naar huis om wat drugs op te halen. Bij een inval wordt een handelshoeveelheid drugs aangetroffen in de woning, waarna de burgemeester sluit. De Rechtbank Midden-Nederland acht de sluiting echter onrechtmatig. Er is weliswaar een handelshoeveelheid drugs gevonden, maar de woning staat niet bekend als drugspand en daarom is sluiting niet gepast:

De rechtbank stelt vast dat sluiting van de woning volgens de Beleidsregel is gericht op het herstel van de situatie en het weren en terugdringen van drugshandel in georganiseerd verband in en vanuit de woning. Het doel is om de bekendheid van de woning als drugspand te doorbreken, de bekendheid van de woning in het drugscircuit te doorbreken, en te verhinderen dat de woning (weer) wordt gebruikt ten behoeve van het drugscircuit en de georganiseerde drugshandel. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of dit doel met de sluiting van eisers woning in redelijkheid kan worden behaald. Dat in de woning een handelshoeveelheid cocaïne, een weegschaal en ponypacks zijn aangetroffen zijn indicatoren voor drugshandel vanuit de woning. De drugs en toebehoren zijn bij de aanhouding van [zoon] in een afgesloten tas in een keukenkastje gevonden. Dit is naar het oordeel van de rechtbank evenwel onvoldoende om te kunnen concluderen dat de woning bekendstaat als drugspand en werd gebruikt ten behoeve van het drugscircuit en de georganiseerde drugshandel (…)

Bezien in het licht van het door verweerder gevoerde beleid zoals weergegeven in rechtsoverweging 8, brengt het vorenstaande de rechtbank tot de conclusie dat verweerder zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat sprake is van drugshandel in georganiseerd verband in of vanuit de woning, op grond waarvan tot sluiting van de woning kon worden overgegaan teneinde het doel uit de Beleidsregel, namelijk de bekendheid van de woning als drugspand te doorbreken, de bekendheid van de woning in het drugscircuit te doorbreken, en te verhinderen dat de woning (weer) wordt gebruikt ten behoeve van het drugscircuit en de georganiseerde drugshandel, te bereiken. Dit betekent dat verweerder niet in redelijkheid van zijn bevoegdheid tot sluiting van de woning gebruik heeft mogen maken.

Ik ben benieuwd of de burgemeester van Utrecht in hoger beroep gaat en of deze uitspraak in stand blijft bij de Afdeling.

Sluiting en minderjarige kinderen

overlast pandDoor een woningsluiting worden soms hele families dakloos. Rechters toetsen veelal of de sluiting disproportioneel is voor eventueel aanwezige minderjarige kinderen. Het beeld is verschillend. Zo acht de Rechtbank Oost-Brabant in mei 2015 een sluiting onrechtmatig, omdat deze een destabiliserend effect heeft op een gezin van een moeder en twee kleine kinderen heeft. De Rechtbank Zeeland-West Brabant acht een sluiting echter rechtmatig, ongeacht dat een gezin dakloos wordt:

De voorzieningenrechter overweegt dat bij de totstandkoming van de Beleidsregels reeds rekening is gehouden met het feit dat dit kan betekenen dat een woning waarin minderjarige kinderen verblijven wordt gesloten. Dit is dan ook geen bijzondere omstandigheid die afwijking van de beleidsregels rechtvaardigt. (..)
De rechtbank overweegt dat ter zitting duidelijk is geworden dat verzoekers pas in een laat stadium actie hebben ondernomen om vervangende woonruimte te vinden, terwijl de burgemeester al op de dag van de inval heeft gewezen op de noodzaak hiertoe. De burgemeester heeft in een vroeg stadium gewezen op [naam adviesgroep]. Indien verzoekers dit ongeschikt achten, is het aan hen om een alternatief te zoeken.
Daar komt bij dat verzoeker ter zitting heeft aangegeven de verwachting te hebben binnen drie maanden de aankoop van een koopwoning te kunnen afronden. Dit impliceert enige financiële draagkracht. In dit licht moet de voorzieningenrechter concluderen dat verzoekers – anders dan wat zij ter zitting over hun inkomen en vermogen hebben gesteld zou doen vermoeden – kennelijk over voldoende financiële middelen beschikken om op korte termijn zelf alternatieve woonruimte te vinden. De burgemeester heeft terecht geen bijzondere omstandigheden aangenomen.

Andere interessante uitspraken

Een greep uit de andere uitspraken over 13b Opiumwet. De Afdeling acht de sluiting van een woning in Rotterdam vanwege de vondst van 13,4 gram cocaïne en 1,2 gram heroïne rechtmatig. De Rechtbank Oost-Brabant acht een sluiting van een bedrijfspand rechtmatig. In dit pand werden twee lijken aangetroffen én was een drugslaborarium gevestigd. De Rechtbank Limburg maakte nog maar eens duidelijk dat een sluiting geen criminal charge in de zin van artikel 6 EVRM is. De voorzieningenrechter Rechtbank Noord-Holland bepaalt in een zaak waarin het draait om hennepstekjes wat precies onder een plant moet worden verstaan:

De voorzieningenrechter zoekt daarom voor de vraag wat onder plant dient te worden verstaan aansluiting bij het normale taalgebruik en stelt vast dat volgens het Van Dale Groot Woordenboek der Nederlandse Taal onder plant dient te worden verstaan ‘elk van stengel en bladeren voorzien gewas dat zijn voedsel uit de aarde opneemt’. Nu niet betwist is dat de stekjes geworteld zijn en zelfstandig voeding opnemen, komt het de voorzieningenrechter gelet hierop vooralsnog niet onjuist of onredelijk voor dat verweerder bij de toepassing van het beleid de stekjes ook als planten in de zin van het beleid heeft aangemerkt. Dat de stekken nog geen voor de verkoop bruikbare toppen produceren maakt dit naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet anders, omdat ingevolge de Beleidsregels het aantal planten doorslaggevend is voor de duur van de sluiting en niet de in de vorm van toppen aangetroffen handelsvoorraad.

De stekjes zijn dus een plant en kunnen aanleiding geven tot sluiting van de woning op grond van artikel 13b Opiumwet.

—-

Alle jurisprudentie nog even op een rijtje:

ECLI:NL:RVS:2013:2362 (Sluiting Purmerend)

ECLI:NL:RVS:2015:130 (Sluiting Emmen & waarschuwing)

ECLI:NL:RBOBR:2015:3168 (Waarschuwing 13b Opiumwet toch op zijn plaats?)

ECLI:NL:RVS:2015:1447 (Sluiting Amstelveen & kostenverhaal)

ECLI:NL:RBMNE:2015:2500 (Sluiting na handel in een auto op de parkeerplaats)

ECLI:NL:RBOBR:2015:3124 (Sluiting disproportioneel vanwege kinderen)

ECLI:NL:RBZWB:2015:2064 (Sluiting niet disproportioneel kinderen)

ECLI:NL:RVS:2015:1764 (Kleine hoeveelheid harddrugs Rotterdam)

ECLI:NL:RBOBR:2015:1124 (Lijken in een drugslab)

ECLI:NL:RBLIM:2015:1590 (Sluiting 13b Opiumwet is geen criminal charge).

ECLI:NL:RBNHO:2015:2561 (Wat is een hennepplant?)

Één reactie op “Drugscriminelen tegen de burgemeester: recente rechtspraak 13b Opiumwet

  1. In de Utrechtse zaak “Sluiting van een woning na handel vanuit een auto op de parkeerplaats?” heeft de Afdeling inmiddels uitspraak gedaan. De uitspraak is vernietigd. De Afdeling is van mening dat er geen grond bestaat voor het oordeel dat de burgemeester een ondeugdelijke belangenafweging heeft gemaakt. Zie: ECLI:NL:RVS:2016:1174

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *