Onrechtmatig huisbezoek laat Bestuurlijke boete Huisvestingswet sneuvelen

Het college van b&w van Amsterdam legt op grond van de Huisvestingswet een bestuurlijke boete op aan een bewoner van de stad. Tijdens een huisbezoek van een toezichthouder is ontdekt dat deze bewoner de Huisvestingswet en Huisvestingswet overtreedt.

De bewoner stelt dat het huisbezoek onrechtmatig is. Hij heeft geen toestemming gegeven voor het huisbezoek.  Eerst legt de rechtbank de bescherming van het EVRM tegen huisbezoeken uit:

Artikel 8, eerste lid, van het EVRM bepaalt dat een ieder recht heeft op respect voor zijn privé-leven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie.
Naar vaste rechtspraak is geen sprake van inbreuk op het huisrecht als bedoeld in deze verdragsbepaling als de rechthebbende toestemming heeft gegeven voor het binnentreden in de woning. De toestemming moet vrijwillig zijn verleend en op basis van “informed consent”. Dit houdt in dat de toestemming van de belanghebbende berust op volledige en juiste informatie over reden en doel van het huisbezoek. De bewijslast ten aanzien van het “informed consent” bij het binnentreden in de woning berust op het bestuursorgaan.

De Rechtbank Amsterdam geeft de bewoner gelijk wat betreft de stelling dat hij geen toestemming heeft gegeven voor het huisbezoek:

 Vaststaat dat eiser de woning aan de [adres] ter bewoning heeft gehuurd en dat hem voorafgaand aan het huisbezoek geen toestemming is gevraagd om de woning te betreden. De medebewoonster [bewoonster] heeft de medewerkers van verweerder en de verhuurder toegang tot de woning verschaft. Uit de gedingstukken blijkt echter niet dat [bewoonster] volledig en juist is geïnformeerd over het doel van het huisbezoek. Weliswaar is in het rapport van toezichthouder [toezichthouder] aangekruist dat [bewoonster] is geïnformeerd over de reden van het bezoek, maar deze stelling heeft [bewoonster] in een schriftelijke verklaring betwist. Het rapport is niet op ambtseed opgemaakt en een door [bewoonster] ondertekende verklaring ontbreekt. Daarbij blijkt uit het verslag van de medewerker van de verhuurder in het geheel niet dat [bewoonster] over het doel van het huisbezoek is geïnformeerd. Naar het oordeel van de rechtbank is in het voorliggende geval dan ook geen sprake geweest van “informed consent”. Dit betekent dat met het huisbezoek inbreuk is gemaakt op het huisrecht van zowel [bewoonster] als eiser als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van het EVRM. Het standpunt van verweerder dat geen inbreuk is gemaakt op het huisrecht van eiser omdat op grond van de bevindingen van het huisbezoek vast is komen te staan dat hij ten tijde in geding niet zijn feitelijke woonadres had aan de [adres] volgt de rechtbank onder verwijzing naar jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (zie onder meer de uitspraak van 8 mei 2007, te vinden op www.rechtspraak.nl onder LJN: BA4786) niet.

Vervolgens bekijkt de rechtbank of het huisbezoek zonder toestemming van de bewoner mogelijk was. Ook dit is niet het geval:

Op grond van artikel 8, tweede lid, van het EVRM is de overheid bevoegd om inbreuk te maken op het huisrecht, voor zover dit bij wet is voorzien en in een democratische samenleving nodig is onder meer in het belang van het economisch welzijn van het land, de bescherming van de openbare orde en de voorkoming van strafbare feiten. De rechtbank zal dan ook de vraag dienen te beantwoorden of in het voorliggende geval sprake is van een geoorloofde inbreuk op het huisrecht.

4.4.  In artikel 77 van de Huisvestingswet is de bevoegdheid voor de toezichthouder neergelegd om een woning binnen te treden zonder toestemming van de bewoner. Verweerder maakt gebruik van deze bevoegdheid in het kader van de opsporing en het voorkomen van woonfraude. Naar het oordeel van de rechtbank is tegen deze achtergrond sprake van een afdoende wettelijke grondslag voor een inbreuk op het huisrecht die een legitiem doel dient.

4.5.  Ter beantwoording van de vraag of de inbreuk in het voorliggende geval ook noodzakelijk is, overweegt de rechtbank het volgende. Verweerder heeft gesteld dat de aanleiding voor het huisbezoek is gelegen in één of meer anonieme tips die via Bureau Zoeklicht zijn binnengekomen. Naar het oordeel van de rechtbank zijn anonieme tips onvoldoende om als redelijke grond voor een huisbezoek te dienen. De stelling van verweerder dat bij hem bekend is van wie de tip(s) afkomstig is/zijn, maakt dat niet anders. Het is immers door de anonimiteit van de melder(s) voor de rechtbank niet inzichtelijk hoeveel meldingen het betreft, omdat niet is uitgesloten dat meerdere meldingen van één persoon afkomstig zijn. Verweerder heeft voorts niet aannemelijk kunnen maken dat voorafgaand aan het huisbezoek nader onderzoek is gedaan dat de twijfel ondersteunt die naar aanleiding van de anonieme tip(s) is ontstaan. De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat geen sprake was van een redelijke grond voor een huisbezoek. Nu het binnentreden in de woning zoals overwogen onder 4.2 ook niet is geschied op basis van “informed consent”, bestaat naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende rechtvaardiging voor de inbreuk op het huisrecht. Dit betekent dat de bij het huisbezoek opgedane bevindingen uit een oogpunt van “fair trial” in het kader van de besluitvorming buiten beschouwing dienen te worden gelaten. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat verweerder op grond van de Algemene wet voor het binnentreden de burgemeester had kunnen verzoeken een machtiging te verlenen om de woning zonder toestemming van de bewoner te kunnen betreden, maar dat verweerder van die mogelijkheid om hem moverende redenen geen gebruik heeft gemaakt.

Het besluit tot het leggen van een bestuurlijke boete is daarom verkeerd gemotiveerd en is onrechtmatig.

Zie LJN: BQ8594

E-boek Aan de slag achter de voordeur verschenen

De overheid treedt steeds vaker achter de voordeur op om bijvoorbeeld woonoverlast aan te pakken. De rijksoverheid heeft nu een electronisch boek over de aanpak achter de voordeur uitgebracht.

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken laat op zijn website weten:

Het experiment ‘Achter de Voordeur’ blijkt een effectieve aanpak van zogenoemde multiprobleemgezinnen te zijn. Die aanpak bestaat er uit dat gemeenten per gezin 1 plan opstellen en 1 regisseur aanstellen. Hierdoor komt er meer rust in de gezinnen en wordt de hulp beter op elkaar afgestemd.

De resultaten van het experiment en de ervaringen van de gemeentelijke projectleiders zijn te lezen in een e-book (in dit geval een internactieve pdf). In het e-book ‘Aan de slag achter de voordeur, van signaleren naar samenwerken’ is ook een maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) opgenomen. Dat is een methode om uit te rekenen wat de ‘Achter de voordeur’-aanpak in geld oplevert.

Zoektocht
Het experiment omvat de gezamenlijke zoektocht van 6 gemeenten (Amsterdam, Den Haag, Nijmegen, Eindhoven, Groningen en Enschede) en het Rijk (BZK & VWS). In een multiprobleemgezin hebben meerdere leden van het gezin problemen. Daarom zijn er verschillende hulpverleners bij het gezin betrokken. Maar de hulpverleners weten vaak niet van elkaar wat zij precies doen. Een betere samenwerking maakt de hulp effectiever.

Om tot een betere samenwerking te komen is in het experiment gekozen voor het neerleggen van de regie en het mandaat bij 1 hulpverlener. Door deze opzet ontstaat meer rust in de gezinnen en wordt de hulp beter op elkaar afgestemd. Dit heeft weer minder escalaties tot gevolg, wat weer tot bijvoorbeeld minder schooluitval leidt. Of tot minder kosten van opvang en justitie.

Praktijk
Met deze publicatie voorzien BZK en VWS in een antwoord op de vraag ‘hoe te beginnen?’ Deze vraag stellen veel projectleiders zich als ze de opdracht krijgen een aanpak één gezin, één plan, één regisseur op te zetten.

Daarbij is elke gemeente anders: groot of klein, een geconcentreerd wonende doelgroep of een doelgroep die in meerdere wijken of buurten in de stad woont, type problematiek, enzovoorts. Deze verschillen zorgen er voor dat er niet 1 aanpak 1 gezin, 1 plan, 1 regisseur bestaat. Echter, gemeenten kunnen wel van elkaars ervaringen leren en hoeven daarmee niet ieder voor zich het wiel uit te vinden.

In het hoofdstuk ‘Wat werkt in de praktijk’ wordt beschreven wat er voor nodig is om deze succesvolle aanpak 1 gezin, 1 plan, 1 regisseur te ontwikkelen. Het bundelt de kennis en ervaring van verschillende gemeenten die beschikken over een aanpak 1 gezin, 1 plan, 1 regisseur en illustreert dit aan de hand van de ‘lessons learned’ en praktijkvoorbeelden

Download het e-boek over de achter de voordeur aanpak hier.

Drie onderzoeken over ‘achter de voordeur’ aanpak van overlast

Het ministerie van VROM publiceert drie rapporten over onder meer de aanpak van overlast door middel van interventieteams en andere projecten ‘achter de voordeur’ van burgers. Het gaat vaak om een combinatie van zorg en handhaving. Volgens het ministerie  mág en  moét de overheid achter de voordeur optreden en, zo stelt het Ministerie, “dat is winst.” De onderzoeken zijn hier te vinden.

De website van het Ministerie meldt:

“Tijdens de conferentie van Nicis Institute, ‘Het aanbellen voorbij’, zijn op 16 maart 2010 drie publicaties van onderzoeken naar de ‘Achter de voordeur’ aanpak uitgereikt. Directeur-generaal Wonen, Wijken en Integratie Mark Frequin en directeur Jeugd en Gezin Katja Mur namen de rapporten namens de ministers voor WWI en Jeugd en Gezin in ontvangst. “Het mág en het moét, en dat is winst.”

Schulden, werkloosheid, slechte beheersing van de taal, psychische aandoeningen en schooluitval. Veel gezinnen in aandachtswijken worstelen met meerdere van deze problemen tegelijk. De hulpverlening aan deze gezinnen was niet goed op elkaar afgestemd. Maar nu werken de gemeenten toe naar ‘één gezin, één plan’. Daarbij belt een hulpverlener aan bij gezinnen waarvan het vermoeden bestaat dat er meerdere problemen spelen. Zonodig verwijst hij ze door.

Experiment

In de steden zijn allerlei varianten van deze aanpak ontstaan. Maar tijdens de 40-wijkentoer in het voorjaar van 2007 bleek dat ze daarbij tegen verschillende organisatorische en financiële knelpunten aanliepen. Daarom startten de ministeries voor WWI en voor Jeugd en Gezin in zeven gemeenten het experiment ‘Achter de voordeur’. Dit experiment zoekt naar werkbare en vernieuwende manieren voor een samenhangend hulpaanbod aan de zogenaamde ‘multiprobleemgezinnen’.

Onderzoeken

Binnen het experiment zijn in opdracht van de ministeries van WWI en Jeugd en Gezin drie onderzoeken uitgevoerd naar de ‘Achter de voordeur’ aanpak. Sira Consulting geeft in ‘De gezinsmanager in beeld’ een inventarisatie van de werkzaamheden en knelpunten waarmee gezinsmanagers worden geconfronteerd. Partners+Pröpper stelde factsheets op van ‘Achter de voordeur’ projecten in de G31 gemeenten, verzameld in ‘Achter de voordeur bij de G31’. En Nicis Institute voerde een literatuuronderzoek uit naar bestaande ‘Achter de voordeur’ projecten, waarbij gekeken is naar de effectiviteit, doelstelling en samenwerking. De uitkomsten zijn gebundeld in ‘Eerste hulp bij Sociale Stijging’.

Urgentie

De publicaties werden op 16 maart 2010 tijdens de conferentie van Nicis Institute ‘Het aanbellen voorbij’ aangeboden aan directeur-generaal Wonen, Wijken en Integratie Mark Frequin en directeur Jeugd en Gezin Katja Mur, die de ministers voor WWI en Jeugd en Gezin vervingen. “Vroeger waren er dertien hulpverleners met een gezin bezig, en kregen de kinderen nóg geen brood mee naar school”, zegt Frequin. Vanuit privacy-oogpunt was de ‘Achter de voordeur’ aanpak lang omstreden. “Maar het gaat er nu niet meer om of het mag. Het mág en het moét, en dat is winst. Durf los te laten. Geef professionals de ruimte om hun werk te doen en accepteer dat verantwoordelijkheden worden overgedragen. De golven zullen groot zijn, er is minder geld, maar de problemen worden niet kleiner. Wij moeten aangeven dat er urgentie is. Dat vraagt veel inzet van jullie en van ons.””

Zie hier.