Burgemeester Amsterdam geeft terecht noodbevel aan voetbalsupporters FC Utrecht

De burgemeester van Amsterdam geeft een noodbevel aan voetbalsupporters van FC Utrecht. Zij moeten uit Amsterdam vertrekken en met de trein terugkeren naar Utrecht. De supporters stellen tevergeefs bij de rechter dat de burgemeester dit noodbevel (art. 175 Gemeentewet) niet had mogen geven. Lees verder

Rechtbank Amsterdam acht toepassing Voetbalwet tegen hooligan rechtmatig

De burgemeester van Amsterdam legt op grond van art. 172a Gemeentewet (de Voetbalwet ) aan een hooligan een groepsverbod en meldingsplicht op. De hooligan stapt naar de rechter. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Lees verder

De voetbalwet, het zorgbevel en verplichte voorschoolse educatie?

Vorig jaar ben ik in verband met mijn werk bij het Centrum voor Openbare Orde en Veiligheid betrokken geweest bij een onderzoek naar de mogelijkheden en onmogelijkheden om dwang toe te passen bij voorschoolse educatie aan kinderen met een taalachterstand. Daarbij keken wij naar de mogelijkheden die het openbare-orderecht en in het bijzonder het zorgbevel uit art. 172b Gemeentewet bieden. Art. 172b Gemeentewet is onderdeel van de Wet Maatregelen Bestrijding Voetbalvandalisme en Ernstige Overlast, ook wel Wet MBVEO of Voetbalwet.

Het rapport met het advies en de reactie van de regering zijn op 16 maart 2012 verschenen. Daaruit blijkt dat inzet van art. 172b Gemeentewet bij de verplichting van voorschoolse educatie juridisch onmogelijk is. Lees verder

PvdA stelt in kamervragen over voetbalrellen Utrecht dat Voetbalwet niet voldoet

Vragen van de leden Van Dekken en Marcouch (beiden PvdA) aan de minister van Veiligheid en Justitie over voetbalrellen in Utrecht (ingezonden 7 december 2011). Antwoord van minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 12 januari 2012).

Vraag 1

Kent u het bericht «Acht agenten gewond bij voetbalrellen»1, het bericht «Voetbalrellen: beschuldigende vinger naar supporters Utrecht»2 en het bericht «PVV en PvdA willen aanscherping voetbalwet»?3
Antwoord 1

Ja.
Vraag 2

Deelt u de mening dat de verantwoordelijken voor de rellen in Utrecht de betrokken daders, zichzelf supporter noemende, zijn? Zo nee, wie acht u dan wel verantwoordelijk?
Antwoord 2

Op dit moment loopt nog een grootschalig onderzoek naar de rellen tijdens en na de wedstrijd tussen FC Utrecht en FC Twente op 4 december jongstleden. De verantwoordelijkheid voor de rellen ligt bij de personen die geweld hebben gepleegd tegen onder meer de politie. Wie dat zijn staat nog niet vast.
Vraag 3

Deelt de mening dat er geen enkel excuus mag gelden voor supporters die politieagenten met stenen bekogelen of vernielingen verrichten, ook niet als zij geprovoceerd zijn door supporters van de tegenpartij of een nederlaag van hun club? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3

Ja.
Vraag 4

Hoe is de informatie-uitwisseling tussen de verschillende politiekorpsen over mogelijke risico’s rond een voetbalwedstrijd geregeld? Acht u deze informatie-uitwisseling adequaat? Zo ja, heeft deze informatie-uitwisseling voorafgaande aan de voetbalwedstrijd FC Utrecht-FC Twente gegevens opgeleverd die duiden op een hoog risico? Zo nee, wat moet er dan worden verbeterd?
Antwoord 4

Alle politiekorpsen in Nederland met betaald voetbal in hun werkgebied maken gebruik van het Voetbal Volg Systeem. Met behulp van dit systeem wordt informatie uitgewisseld over te spelen wedstrijden (zowel nationaal als internationaal; zowel beker-, oefen- als competitiewedstrijden). Via dit systeem wordt ook informatie uitgewisseld over personen die aangehouden zijn, personen met een stadionverbod en gegevens uit een databank met notoire verstoorders van de openbare orde.
Ruim voordat een wedstrijd gespeeld wordt (in de regel 8 tot 12 weken) vindt een overleg plaats tussen beide clubs. Hieraan nemen ook de politiekorpsen van beide regio’s deel en in sommige gevallen ook supporterscoördinatoren en de betreffende gemeente. In dit vooroverleg komen onder andere de wijze van vervoer, de te verwachten risico’s, het aantal beschikbare kaarten en het aantal stewards dat de bezoekende club meeneemt aan de orde.
Doorlopend wordt informatie uitgewisseld tussen de korpsen die specifiek inzoomt op (dreigende) verstoringen van de openbare orde. Deze uitwisseling kan verlopen via de voetbalcoördinatoren van de betreffende korpsen of via de regionale inlichtingendiensten van de betreffende korpsen.
Ook voorafgaand aan de wedstrijd FC Utrecht-FC Twente is de geschetste werkwijze gevolgd.
Het landelijke Auditteam Voetbal & Veiligheid zal onderzoek doen naar de gang van zaken rond de bewuste wedstrijd. Afhankelijk van de uitkomsten van de audit kan er aanleiding zijn om verbeteringen in het werkproces door te voeren.
Vraag 5

Deelt u de mening dat voetbalgeweld een probleem is dat de grenzen van gemeenten overstijgt en daarom nationaal dient te worden aangepakt? Zo ja, hoe denkt u over de inzet van een gespecialiseerd politieteam en een officier van justitie voor voetbalgeweld? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5

Voetbalvandalisme is geen lokaal fenomeen, en overschrijdt zelfs in toenemende mate de landsgrenzen. Die constatering bestempelt de aanpak van deze problematiek echter niet als vanzelf tot een nationale aangelegenheid. Het bestrijden van voetbalgeweld behoort tot de reguliere politietaak van de politieregio’s. De regionale korpsen en het KLPD werken intensief samen met gemeentebesturen en Openbaar Ministerie, mede dankzij de, in veel korpsen ingerichte, «voetbaleenheden» en het landelijk opererende Centraal Informatiepunt Voetbalvandalisme (CIV). Het CIV fungeert als gespecialiseerd landelijk team ten dienste van de korpsen met als doel het verspreiden van informatie over potentiële ordeverstoorders en het aanbieden van best practices rondom de aanpak van voetbalvandalisme. De nationale schaal waarop de politie in 2012 zal zijn georganiseerd zal de slagkracht bij het aanpakken van dit fenomeen verder vergroten.
Aparte voetbalofficieren bestaan al. Ieder parket met een betaald voetbalclub in het arrondissement heeft een voetbalofficier. De werkwijze van de voetbalofficier staat beschreven in de Aanwijzing bestrijding van voetbalvandalisme en -geweld. Er is ook een landelijke voetbalofficier. Dat is thans de hoofdofficier van Amsterdam.
Vraag 6

Gaat u bij het vaststellen van de nationale prioriteiten voor de Nationale Politie extra aandacht schenken aan de bestrijding van voetbalvandalisme en daar bij de verdeling van het budget en politieagenten ook rekening mee houden zodat de burgemeesters in voorkomende gevallen over voldoende capaciteit beschikken? Zo ja, bent u bereid met burgemeesters van de steden met betaald voetbalorganisaties in overleg hierover te treden? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6

De nationale prioriteiten voor de politie zijn bepaald tot en met het jaar 2014. De aanpak van voetbalvandalisme behoort daar niet toe. Dat betekent uiteraard niet dat er geen aandacht is voor de aanpak van dit fenomeen. Zie mijn brief van 21 december 2011, kenmerk 204 886, waarin ik de maatregelen om dit fenomeen aan te pakken uiteenzet.
Binnen het huidige regionale bestel stellen de korpsbeheerders extra politiecapaciteit ter beschikking indien burgemeesters die met het oog op de handhaving van de openbare orde rondom voetbalwedstrijden nodig hebben. Waar nodig kan de mobiele eenheid (ME) in paraatheid worden gebracht of extra ME worden aangevraagd. Bij de vorming van de nationale politie zullen robuuste districten en basiseenheden ontstaan waarmee voldoende capaciteit, waar nodig met bijstandsverlening door andere regionale eenheden van de nationale politie, kan worden verzekerd.
Vraag 7

Bent u bekend met het succesvolle programma Hooligans in Beeld, waarin diverse korpsen samenwerken om voetbalrelschoppers aan te pakken? Doet het korps Utrecht hier aan mee? Zo nee waarom niet? Bent u bereid alle korpsen verplicht deel te laten nemen aan Hooligans in Beeld?
Antwoord 7

Ik ben bekend met het programma. Het korps Utrecht doet hier ook aan mee. Ik vind het wenselijk dat alle korpsen deel nemen aan het programma Hooligans in Beeld en zal hen hier op aanspreken.
Vraag 8 en 9

Deelt u de mening dat de huidige Voetbalwet (Stb. 2010, nr. 325) tekortschiet als het gaat om het voorkomen dat supporters die eerder ernstig over de schreef zijn gegaan, dat weer doen? Zo ja, op welke punten? Zo nee, hoe kunt u dan aantonen dat deze wet wel effectief werkt in het geval van het tegengaan van supportersgeweld?
Deelt u de mening dat de mogelijkheden voor het opleggen van een gebiedsverbod moeten worden verruimd en dat in het algemeen de straffen voor supportersgeweld omhoog moeten? Zo ja, hoe gaat u hierin tegemoet komen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 8 en 9

Gelet op de behoefte om op korte termijn zicht te hebben op de toepassing van de wet en eventuele knelpunten daarbij heb ik besloten de voor de tweede helft van 2012 aangekondigde evaluatie van de Wet maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast (mbveo) te vervroegen en nu te starten. De mogelijkheden voor het opleggen van een gebiedsverbod en de strafmaat voor supportersgeweld zullen deel uitmaken van de te houden evaluatie. Aan de hand van de uitkomsten zal worden bezien welke maatregelen de toepassing van de wet mbveo kunnen verbeteren. Na afronding van de evaluatie zal ik u hierover informeren.
Wellicht ten overvloede meld ik u nog dat met het wetsvoorstel Rechterlijk gebieds- of contactverbod dat op 1 april aanstaande in werking treedt, de mogelijkheden voor het opleggen van een gebiedsverbod worden verruimd. De strafrechter kan dan aan een te veroordelen verdachte van een strafbaar feit een gebiedsverbod opleggen voor maximaal twee jaar.
Vraag 10

Kunt u deze vragen vόόr het dertigledendebat in de Kamer over dit onderwerp beantwoorden?
Antwoord 10

Ja.

Zie hier.

Burgemeester Heerenveen verplicht voetbalsupporters AZ tot autocombi

De burgemeester van Heerenveen beveelt de voetbalclub AZ dat de supporters van AZ voor het vervoer naar Heerenveen verplicht gebruik moeten maken van de autocombi. Hij baseert dit bevel op art. 172 lid 3 Gemeentewet. Hoewel de burgemeester eerder had toegezegd dat hij de autocombi niet zou verplichten, doet hij dit toch vanwege een gebrekkige politiecapaciteit, het groeiend aantal meereizende supporters en het feit dat tegelijkertijd een schaatsevenement plaatsvindt.

AZ en de supportersvereniging verzoeken tevergeefs om een voorlopige voorziening. De rechter overweegt:

Gelet op deze motivering, is de voorzieningenrechter van oordeel dat de burgemeester, in het kader van zijn verantwoordelijkheid voor het handhaven van de openbare orde als bedoeld in artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet, in redelijkheid heeft kunnen besluiten tot het instellen van de verplichte autocombi. Daarbij merkt de voorzieningenrechter op dat waar een bevoegdheid als de onderhavige vooraf moet worden aangewend ter voorkoming van verstoring van de openbare orde de burgemeester onvermijdelijk een algemene inschatting en weging van de risico’s moet maken, die is gebaseerd op de deskundigheid en ervaring van de politie. Aan het feit dat AZ en de supportersvereniging op grond van verschillende argumenten tot een andere weging van de risico’s rond de wedstrijd komen, mocht de burgemeester dan ook voorbijgaan.

Ook een beroep op het vertrouwensbeginsel faalt:

2.5.1 Naar vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRS), zie bijvoorbeeld haar uitspraak van 8 juni 2011, LJN BQ7477, is voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel nodig dat aan het bestuursorgaan toe te rekenen concrete, ondubbelzinnige toezeggingen zijn gedaan door een daartoe bevoegd persoon, waaraan rechtens te honoreren verwachtingen kunnen worden ontleend. Gelet daarop kunnen AZ en de supportersvereniging aan hetgeen is besproken in het overleg van 13 oktober 2011 geen gerechtvaardigd vertrouwen ontlenen, reeds omdat de burgemeester daaraan niet deelnam.
2.5.2 Tussen partijen is niet in geschil dat in het veiligheidsoverleg van 7 juli 2011 is afgesproken dat voor het komende voetbalseizoen de verplichte autocombi niet zou worden opgelegd aan AZ-supporters. Onder verwijzing naar de uitspraak van de AbRS van 6 juli 2011 (LJN BR04888) overweegt de voorzieningenrechter dienaangaande dat het vertrouwensbeginsel niet alleen eist dat gewekte verwachtingen worden gehonoreerd, indien deze gerechtvaardigd zijn, maar ook dat bij afweging van de betrokken belangen, waarbij het belang van degene bij wie de gerechtvaardigde verwachtingen zijn gewekt zwaar weegt, geen zwaarder wegende belangen – het algemeen belang of belangen van derden – aan het honoreren van de verwachtingen in de weg staan. Vaststaat dat de burgemeester het feit dat in het veiligheidsoverleg van 7 juli 2011 is besloten om geen verplichte autocombi op te leggen in de belangenafweging heeft betrokken, maar daaraan niet het gewicht heeft toegekend dat AZ en de supportersvereniging hieraan gehecht wilden zien. Hij heeft het belang bij de handhaving van de openbare orde zwaarder laten wegen. Hij mocht dat doen. Hij hoefde aan de financiële en praktische belangen van AZ en de supporters niet meer gewicht toe te kennen dan aan het algemeen belang dat gediend wordt door het opleggen van de autocombi. Het betoog faalt.

Zie LJN:BU6560.