Kamervragen over gebruik camera bij aanpak woonoverlast en burenterreur

Vragen van de leden Kuiken en Marcouch (beiden PvdA) aan de ministers van Veiligheid en Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over een gerechtelijke uitspraak ten aanzien van ernstige woonoverlast en het gebruik van camera’s bij burenterreur (ingezonden 28 november 2011). Antwoord van minister Opstelten (Veiligheid en Justitie), mede namens de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (ontvangen 23 december 2011).

Vraag 1

Heeft u kennisgenomen van het artikel «Camera als wapen tegen burenterreur»1 over de uitspraak van de rechter in een civiele zaak over ernstige woonoverlast?
Antwoord 1

Ja.
Vraag 2

Hoe gaat u de gemeente de politie en het Openbaar Ministerie (OM) informeren over de mogelijkheden van legaal cameragebruik als wapen in de strijd tegen ernstige woonoverlast?

Antwoord 2

De uitspraak van de rechter in het genoemde geval is in lijn met de bestaande inzichten over het gebruik van privaat cameratoezicht. In dat opzicht vormt deze uitspraak dus geen doorbraak of nieuw inzicht. Ik heb ook geen reden om aan te nemen dat gemeenten, politie en het Openbaar Ministerie onvoldoende op de hoogte zijn van de mogelijkheden om legaal cameragebruik in te zetten in de aanpak van woonoverlast. Wel zal ik de uitspraak van de rechter onder de aandacht brengen van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV). Het CCV heeft het beheer over de handreiking Cameratoezicht en kan de genoemde casus opnemen als voorbeeld van de mogelijkheid om camera’s in te zetten als privaatrechtelijk instrument tegen woonoverlast.

Vraag 3

Deelt u de mening dat de overheid slachtoffers van ernstige woonoverlast moet ondersteunen in de aanpak van dit probleem? Zo ja, waarom laat de overheid deze slachtoffers nog vaak aan hun lot over? Hebben gemeenten te weinig mogelijkheden dan wel capaciteit om op te treden of ontbreekt het aan kennis dan wel lef om door te pakken bij woonoverlast in met name koopwoningen?

Antwoord 3

Ik deel de mening dat slachtoffers van woonoverlast moeten worden gesteund door de overheid. Om als gemeente doortastend op te treden of om tot straffen of maatregelen te komen moet er echter bewijs zijn. Daarom is het belangrijk om het beschikbare instrumentarium zorgvuldig in te zetten en een goed dossier aan te leggen. Voor zowel geweld, intimidatie als woonoverlast geldt dat het bestaande instrumentarium waarover gemeenten beschikken voldoende mogelijkheden biedt om strafbare feiten en overlastsituaties aan te pakken. Deze instrumenten zijn zowel bij huur- als koopwoningen inzetbaar. In het ultieme geval dat tot sluiting van een woning moet worden overgegaan geldt bij een koophuis wel als extra randvoorwaarde dat voldaan is aan de eisen die ten aanzien van het recht op eigendom gesteld worden in de Grondwet en het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens.

Vraag 4 en 6

Welke concrete acties zijn uitgevoerd en instrumenten zijn ontwikkeld om woonoverlast aan te pakken sinds de publicatie van de handreiking aanpak woonoverlast en verloedering?
Welke actie gaat u ondernemen om gemeenten meer aan te sporen gebruik te maken en bekend te maken met de instrumenten die zij nu al hebben om woonoverlast, inclusief die bij koopwoningen, te bestrijden?

Antwoord 4 en 6

Het CCV heeft, mede in opdracht van de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Veiligheid en Justitie, een aantal expertmeetings met gemeenten georganiseerd om hen verder te ondersteunen bij de aanpak van woonoverlast, en zal dat ook het komend jaar blijven doen. Ook is een aantal nieuwe onderwerpen toegevoegd aan de handreiking Woonoverlast en Verloedering, te weten de bestrijding van overlast rond woonschepen, problemen rond VvE’s, kamerverhuurpanden of recreatiewoningen, en de voorwaarden rond huurcontracten en interventieteams. In januari 2012 zal een brochure naar alle gemeenten worden gestuurd over de aanpak van woonoverlast in relatie tot psychisch kwetsbaren. Tot slot is nauwere samenwerking gezocht met het Landelijk Platform Woonoverlast, een netwerk van publieke en private partijen dat gericht is op het verminderen van woonoverlast.

Vraag 5

Bent u naar aanleiding van de rechtelijke uitspraak en de ervaringen met de inzet van een gemeentelijke dwangsom in deze casus van plan om de toereikendheid van de middelen te beoordelen? Zo ja, op welke termijn wilt u de Kamer hierover nader informeren?

Antwoord 5

Zoals vermeld in antwoord op vraag 2 is de uitspraak van de rechter over het gebruik van privaat cameratoezicht in lijn met bestaande inzichten. Dit vormt geen aanleiding voor een nieuwe beoordeling mijnerzijds. De inzet van een gemeentelijke dwangsom in de onderhavige casus is gestrand om procedurele redenen, niet vanwege ontoereikendheid van het instrument. Ook dit vereist daarom geen nieuwe beoordeling mijnerzijds.

Zie hier.

Aanpak van hooligans centraal in Kamervragen PvdA

Vragen van de leden van Dekken en Marcouch (beiden PvdA) aan de ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Veiligheid en Justitie over het geweld dat gebruikt werd bij de gewelddadige demonstratie van Feyenoord-supporters, de afschuwelijke spreekkoren bij PSV – Ajax, agressieve supporters van Veendam die de spelersbus van Emmen binnenstormen en het geweld in en om het veld bij amateurvoetbalwedstrijd van KVVA – VOP C-junioren (ingezonden 21 september 2011).

Antwoord van minister Opstelten (Veiligheid en Justitie), mede namens de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (ontvangen 3 november 2011). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2011–2012, nr. 295.

Vraag 1

Hebt u kennisgenomen van de berichten over gewelddadige demonstratie van Feyenoord supporters, de afschuwelijke spreekkoren bij PSV – Ajax, agressieve supporters van Veendam die de spelersbus van Emmen binnenstormen en het geweld in en om het veld bij amateurvoetbalwedstrijd van KVVA – VOP C-junioren?1
Antwoord 1

Ja.
Vraag 2

Hoe beoordeelt u deze berichten? Deelt u de mening dat fysiek en verbaal geweld niet om en in het veld thuishoort, en dat voetbal veiliger moet en veiliger kan?
Antwoord 2

Ik heb met afschuw kennis genomen van deze berichten. Fysiek en verbaal geweld horen niet thuis op het sportveld. Ik ben ervan overtuigd dat voetbal veiliger moet en veiliger kan. Daartoe dienen ook het Kader voor beleid Voetbal en Veiligheid, dat ik op 23 mei jongstleden heb gepresenteerd, en het actieplan Naar een veiliger sportklimaat, dat de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport 22 april jongstleden aan uw Kamer heeft gezonden.
Vraag 3

Hoe verhouden het geweld dat gebruikt werd bij de demonstratie van Feyenoord-supporters, de nare spreekkoren bij PSV – Ajax en het binnenstormen van de spelersbus van Emmen door de supporters van Veendam zich tot uw voornemen tot stevige uitvoering van het plan «voetbal en veiligheid»? Bent u van mening dat dit jammerlijk faalt? Zo nee, kunt u uw antwoord toelichten?
Antwoord 3

Dat deze incidenten hebben plaatsgevonden betreur ik. Zij tonen niet het falen van het kader aan, maar onderstrepen juist het belang ervan. Het kader is erop gericht incidenten zo veel mogelijk te voorkomen. Daar waar zich toch incidenten voordoen, moet krachtig en direct worden ingegrepen. Die uitgangspunten staan voor mij en de ketenpartners nog steeds recht overeind. Alle partijen moeten nu doorpakken en de uitgangspunten van het kader op landelijk en lokaal niveau vertalen in concreet handelen.
Vraag 4

Bent u bereid op de kortst mogelijke termijn in overleg te treden met het Supportersplatform Betaald Voetbal (SVB) en met de KNVB, om te onderzoeken welke extra maatregelen nodig zijn om dergelijke praktijken een halt toe te roepen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke termijn kunt u de Kamer op de hoogte stellen van de uitkomsten van dit overleg?
Antwoord 4

Vanuit het ministerie van Veiligheid en Justitie is reeds gesproken met het SBV. Binnenkort vindt er opnieuw overleg plaats, waarbij ook de KNVB betrokken is. Indien de uitkomsten van deze gesprekken daartoe aanleiding geven zal ik uw Kamer daarover informeren.
Vraag 5

Bent u bereid in overleg te treden met burgemeesters, het Supportersplatform Betaald Voetbal (SVB) en de KNVB over het invoeren van een voetbalwet naar Engels model? Deelt u de mening dat ook in Nederland supporters desnoods definitief geweerd moeten kunnen worden als zij zich ernstig misdragen? Zo nee, kunt u uw antwoord toelichten? Zo ja, op welke termijn kan de Kamer uw reactie tegemoet zien?
Antwoord 5

Na de zomer van 2012 wordt de Wet maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast geëvalueerd. Zoals toegezegd bij de aanvaarding van de daartoe strekkende motie Dölle c.s. (Kamerstukken I, vergaderjaar 2009–2010, 31 467, I) worden de ervaringen met de Engelse voetbalwet meegenomen bij de evaluatie. Ik wil deze evaluatie afwachten.
Vraag 6

Hebt u kennisgenomen van het bericht «Voetbalwedstrijd verandert in veldslag», over de toeschouwers die elkaar massaal te lijf gingen, onder toeziend oog van jonge voetballers, nadat een grensrechter een speler te lijf was gegaan met zijn vlaggenstok? Zo ja, hoe beoordeelt u dit bericht?
Antwoord 6

Ja. Dit incident keur ik ten zeerste af. Met de maatregelen uit het actieplan «Naar een Veiliger Sportklimaat» en de «Effectieve Aanpak van Excessen» treedt de KNVB hard op tegen fysiek of verbaal geweld.
Vraag 7

Is hier sprake van een incident of heeft het geweld rondom amateurwedstrijden inmiddels een structureel karakter? Heeft u inzicht in het aantal incidenten dat zich jaarlijks bij jeugdwedstrijden voordoet? Zo nee, waarom niet? Zo ja, kunt u een overzicht geven van de incidenten die zich het afgelopen jaar hebben voorgedaan, waarbij de politie betrokken was?
Antwoord 7

Incidenten rond jeugdwedstrijden of incidenten waarbij politie betrokken is geweest worden niet afzonderlijk geregistreerd. De KNVB heeft de afgelopen seizoenen alleen geregistreerd hoe vaak scheidsrechters en spelers zodanig zijn gemolesteerd dat als straf een uitsluiting van tien wedstrijden of meer volgde. Dit betrof in het vorige seizoen 181 molestaties. Met ingang van het lopende voetbalseizoen registreert de KNVB «excessen». Hieronder vallen meerdere overtredingen. Individuele en collectieve overtredingen van spelers onderling (buitensporig fysiek en verbaal geweld) worden aangemerkt als exces, alsmede overtredingen richting de arbitrage waar in het verleden een uitsluiting van minder dat 10 wedstrijden op stond. Aan de hand van dit nieuwe criterium zijn alle overtredingen uit het seizoen 2010/2011 opnieuw beoordeeld. De uitkomst was dat 1094 overtredingen waarschijnlijk als exces bestempeld zouden zijn.
Vraag 8

Bent u van mening dat het beleid dat gericht is op veilig en sportief jeugdvoetbal volstaat? Zo ja, waar baseert u dit op? Zo nee, welke rol ziet u voor zichzelf?
Antwoord 8

Met het nieuwe actieplan «Naar een veiliger Sportklimaat» wordt de komende vijf en een half jaar de georganiseerde sport ondersteund om maatregelen te nemen die gericht zijn op spel- en gedragsregels, tuchtrecht, veiligheidsbeleid, excessen en op de ondersteuning van vrijwilligers hierin. Het actieplan bevat ook vele preventieve maatregelen die zijn gericht op de jeugdspelers zelf, hun ouders, scheidsrechters en bestuurders van de verenigingen. Ik ben dan ook van mening dat met het nieuwe actieplan «Naar een veiliger Sportklimaat» een goede stap wordt gezet om veilig en sportief jeugdvoetbal te garanderen.

Zie hier.

PVV stelt vragen over ‘structurele straatterreur Marokkanen’

Vragen van het lid Van Klaveren (PVV) aan de ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Veiligheid en Justitie over de structurele straatterreur door Marokkanen (ingezonden 5 oktober 2011).

Antwoord van minister Donner (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties), mede namens de minister van Veiligheid en Justitie (ontvangen 25 oktober 2011).

Vraag 1

Kent u het artikel «Kinderen mishandeld. Jonge Marokkanen belagen leeftijdgenoten»?1
Antwoord 1

Ja.
Vraag 2, 3

Deelt u de visie dat de wijdverbreide straatterreur door Marokkanen een groot en structureel probleem vormt in de Nederlandse samenleving?
In hoeverre deelt u de mening dat de oplossing voor dit probleem gelegen is in kordaat politie-optreden, avondklokken, straatverboden, denaturalisatie, uitzetting indien daders nog niet de strafrechtelijke leeftijd hebben bereikt, het afpakken van zorgtoeslag, huurtoeslag, kinderbijslag/kindgebondenbudget van ouders en eventueel wijkuitzetting van het complete gezin?
Antwoord 2, 3

«Straatterreur» wordt onder andere uitgeoefend door jeugdigen die behoren tot een problematische jeugdgroep. Het kabinet zet in op het terugdringen van grensoverschrijdend gedrag van risicojongeren, individueel en in bendes, ongeacht afkomst. De aanpak van problematische jeugdgroepen is een prioriteit uit het regeerakkoord en één van de landelijke prioriteiten van de politie en het Openbaar Ministerie. De aanpak van overlast op straat is overigens in eerste instantie een lokale aangelegenheid. De Minister van Veiligheid en Justitie heeft met de VNG in het Strategisch Beraad Veiligheid afgesproken dat de aanpak van jeugdoverlast en jeugdcriminaliteit een gezamenlijke prioriteit is, die met inbreng van gemeenten en Rijk resulteert in een gerichte aanpak van specifieke overlastgevende en/of criminele groepen. Er is een breed scala aan maatregelen beschikbaar, variërend van justiële maatregelen, tot maatregelen op het zorgterrein, tot trajecten waar de burgemeester een rol speelt.
Vraag 4

Deelt u de mening dat u falende burgemeesters moet kunnen ontslaan? Zo neen, waarom niet?
Antwoord 4

De burgemeester is als gemeentelijk bestuursorgaan over al zijn functioneren aan de raad verantwoording verschuldigd. Het is dan ook aan de raad om hem ter verantwoording te roepen. In het verlengde daarvan is het in ons bestuurlijk bestel primair aan de raad om het functioneren van de burgemeester eventueel te sanctioneren.

Zie hier.

Vragen over aanpak overlast in wiijk Terweijde in Culemborg

Vragen van het lid Marcouch (PvdA) aan de minister van Veiligheid en Justitie over de wijkenaanpak van de regering naar aanleiding van de voortdurende onrust in de Culemborgse wijk Terweijde (ingezonden 30 augustus 2011).

Antwoord van minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 18 oktober 2011) Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2010–2011, nr. 3674.

Vraag 1

Heeft u kennisgenomen van het bericht «Opnieuw onrust in Culemborgse wijk Terweijde»?1
Antwoord 1

Ja.
Vraag 2

Wat is er sinds de ongeregeldheden in de wijk na de jaarwisseling 2009–2010 gebeurd om de veiligheid en stabiliteit in de wijk te verbeteren? Hoeveel geld is hier door gemeente, rijk en andere partijen in geïnvesteerd? Welke resultaten zijn er bereikt?
Antwoord 2

De afgelopen anderhalf jaar heeft de gemeente Culemborg uitvoering gegeven aan het plan «Aansprekend Terweijde». Dit plan heeft tot doel de leefbaarheid in de wijk te verbeteren in de periode tot 2012. Dit wordt gemeten in de leefbaarheidsmonitor van 2013/2014. Terweijde dient dan een 6.9 te scoren. Het streven is dat Terweijde in 2015 een «normale» wijk in Culemborg is. Dat betekent dat er dan niet meer dan in de andere wijken van de stad sprake is van overlastgevend en strafbaar gedrag
Om deze doelen te bereiken werkt Culemborg met diverse partners samen. Speerpunten binnen deze integrale aanpak zijn een gezins- en persoonsgerichte aanpak, intensivering van toezicht en handhaving en het realiseren van voorzieningen en samenwerking met de bewoners.
Door deze aanpak heeft de gemeente de problemen terug weten te brengen. Het aantal vernielingen, geweldplegingen en overlast is fors afgenomen. Dit is ook terug te zien in de leefbaarheidsscores voor Terweijde. Terweijde-Componisten is van een 6,6 in 2008 naar een 7,0 in 2011 gegaan. Terweijde-Staatslieden van een 6,3 in 2008 naar een 6,4 in 2011. Met name in dit deel van de wijk dient dus nog verdere verbetering te worden bereikt. In het afgelopen jaar is te zien dat ook de veiligheid in de wijk is verbeterd.
Vanuit Rijk en gemeente samen is 3 miljoen euro geïnvesteerd in de uitvoering van het plan «Aansprekend Terweijde». Daarnaast worden er door andere partijen, waaronder de woningcorporatie, aanzienlijke bedragen geïnvesteerd in de wijk.
Vraag 3

Klopt het dat een ingegooide ruit de directe aanleiding was tot het ontstaan van de nieuwe onrust? Zo nee, wat was dan de aanleiding? Zo ja, deelt u de mening dat het zorgwekkend is dat een ingegooide ruit tot deze hernieuwde onrust leidt?
Antwoord 3

Het ingooien van de ruit heeft weliswaar tot enige onrust geleid, maar de gemeente en de politie hebben door snel optreden escalatie kunnen voorkomen. Dit was mede mogelijk dankzij het goede contact dat de gemeente inmiddels heeft met bewoners en met diverse sleutelfiguren in de wijk. Het incident en de gevolgen zijn van een andere orde dan de problemen die zich begin 2010 voordeden. Er zijn evenwel in de wijk nog steeds onderhuidse spanningen gebleven tussen een beperkte groep jeugdige personen in de wijk, waardoor incidenten kunnen escaleren. Daaraan wordt in het kader van «Aansprekend Terweijde» verder gewerkt.
Vraag 4

Hoeveel incidenten zijn dit jaar in Terweijde geregistreerd die te herleiden zijn tot spanningen tussen de Marrokaanse en Molukse gemeenschappen? Hoe is op deze incidenten gereageerd en tot hoeveel aanhoudingen heeft dit geleid?
Antwoord 4

In de jaren 2009 tot en met juli 2011 zijn er 108 bekeuringen uitgeschreven aan personen die direct betrokken zijn bij de problemen in de wijk. In de periode vanaf januari 2010 tot en met juli 2011 zijn er 73 personen aangehouden die direct behoren tot de in de wijk Terweijde woonachtige groep personen die overlast veroorzaken en/of strafbare feiten hebben gepleegd.
De politie zet fors in waar het gaat om de handhaving in de wijk Terweijde. Ieder strafbaar feit dat ter kennis komt van de politie wordt onderzocht. In beginsel wordt altijd vervolgd, indien daarvoor voldoende strafvorderlijke gronden zijn.
Vraag 5

Deelt u de mening dat uit de voortdurende onrust in de wijk Terweijde blijkt dat de aanpak van overlast, spanning tussen bevolkingsgroepen en verloedering vragen om een langdurige aanpak, waarbij behaalde vooruitgang stevig worden vastgehouden? Zo ja, wat heeft u gedaan om de veiligheid in de wijk Terweijde te vergroten en de gemeente te ondersteunen om de problemen daar aan te pakken?
Antwoord 5

De problematiek van overlast, spanning tussen bevolkingsgroepen en verloedering vereist, naast de bredere aanpak van de meervoudige problematiek, een langdurige aanpak op lokaal niveau. Daar heeft Culemborg ook financiële middelen voor ontvangen, en is de gemeente door het Rijk ondersteund met deskundigheid en expertise. Het lokale gezag heeft de instrumenten en mogelijkheden om openbare orde en veiligheid te handhaven.
Vraag 6 en 7

Ziet u dat andere gemeenten, zoals Ede, Amersfoort, Arhnem en Helmond, wijken hebben waar bewoners geconfronteerd worden met ontoelaatbare overlast, intimidatie en criminaliteit? Wat doet u om de veiligheid en het leefklimaat in deze wijken te verbeteren en de bewoners hun woonplezier terug te geven?
Deelt u de mening dat het absoluut noodzakelijk is dat de wijkenaanpak met grote prioriteit ter hand wordt genomen, zodat broze resultaten behouden kunnen worden en de burgers uitzicht houden op verbetering? Zo ja, hoe gaat u ervoor zorgen dat wijkenaanpak een belangrijke positie in het beleid van de regering en de gemeenten blijft houden?
Antwoord 6 en 7

Er zijn meerdere gemeenten met buurten en wijken waar problemen met de leefomgeving zijn. Voor een succesvolle aanpak van de meervoudige problematiek is een langdurige integrale en gebiedsgerichte manier van samenwerken noodzakelijk. Het kabinet blijft gemeenten ondersteunen in hun aanpak van de problematiek door uitbreiding van wet- en regelgeving die gericht is op de aanpak van sociale overlast en door kennisoverdracht onder andere van goede aanpakken en ervaringen.

Zie hier.