Kamervragen omtrent weggepest homostel Utrecht

Vragen van de leden Van Miltenburg en Teeven (beiden VVD) aan de ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het wegpesten van een homostel uit Utrecht (ingezonden 16 juni 2010).

Antwoord van minister Hirsch Ballin (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Justitie) mede namens de minister van Wonen, Wijken en Integratie en de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (ontvangen 26 juli 2010) Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2009–2010, nr. 2861.
Vraag 1
Kent u het bericht «Homostel weggepest uit Utrecht»? (de Volkskrant, 15 juni 2010)
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Is het waar dat een homostel zich genoodzaakt voelt te verhuizen uit de Utrechtse Vinexwijk Leidsche Rijn na aanhoudende treiterijen van allochtone jongeren? Zo ja, wat vindt u hiervan?
Antwoord 2
Betrokkenen hebben inderdaad besloten hun woning te koop te zetten. Ik deel de mening van de Gemeenteraad en het college van de Burgemeester en Wethouders van Utrecht dat het onacceptabel is als inwoners zo respectloos worden behandeld en de leefbaarheid in wijken op deze wijze onder druk wordt gezet.
Om de veiligheid van lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, biseksuelen en transgenders (LHBT) te vergroten heeft het kabinet de afgelopen periode extra inspanningen geleverd. De koploperovereenkomst lesbisch- en homo-emancipatie, die het kabinet samen met 18 koplopergemeenten, waaronder Utrecht, is aangegaan is daar een voorbeeld van. Deze overeenkomst heeft als doel de sociale acceptatie van LHBT binnen deze gemeenten te verbeteren en de discriminatie, intimidatie en geweld tegen LHBT te bestrijden.
Vraag 3 en 4
Hoe is het mogelijk dat de gedupeerden en de politie precies weten welke jongens schuldig zijn, maar de politie toch niet ingrijpt? Deelt u de mening van de gedupeerden dat een daadkrachtige aanpak bij diverse instanties en de burgemeester ontbreekt?
Deelt u de mening dat het onacceptabel is dat de slachtoffers nu hun biezen moeten pakken, terwijl de daders rustig in de buurt kunnen blijven wonen?
Antwoord 3 en 4
De mening van de gedupeerden dat een daadkrachtige aanpak bij diverse instanties en de burgemeester ontbreekt, deel ik niet. De gemeente zet zich in om de overlast van de jongeren aan te pakken en overlast in de toekomst te voorkomen. Politie en justitie zijn naar aanleiding van de meldingen van de gedupeerden actief bezig met de opsporing van de personen die zich aan belediging of bedreiging schuldig hebben gemaakt. Het is echter nog niet gelukt om verdachten aan de incidenten te koppelen, waardoor deze inspanningen (nog) niet tot de aanhouding van verdachten hebben geleid. Het is te betreuren dat het zo hoog is opgelopen dat de gedupeerden zich genoodzaakt voelen te gaan verhuizen. Het vertrek van de gedupeerden leidt echter niet tot het stopzetten van de opsporing van de daders door de politie en de acties van de gemeente Utrecht, zoals beschreven in het antwoord op vraag 4 van de leden Kuiken en Spekman (vraagnummer 2010Z09411, ingezonden 15 juni 2010).
Vraag 5
Bent u bereid er bij de gemeente op aan te dringen dat al het mogelijke, waaronder eventueel ook cameratoezicht, in het werk wordt gesteld om de daders te kunnen oppakken en ze streng te kunnen aanpakken? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Het is een verantwoordelijkheid van de lokale autoriteiten om af te wegen welke instrumenten worden ingezet. Ik verwijs naar mijn antwoord op vraag 4 van de leden Kuiken en Spekman (vraagnummer 2010Z09411, ingezonden 15 juni 2010). Wat betreft de inzet van cameratoezicht heb ik begrepen dat dit is betrokken bij de aanpak als een van de opsporingsmiddelen.
Toelichting:
Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen ter zake van de leden Kuiken en Spekman (beiden PvdA), ingezonden 15 juni 2010 (vraagnummer 2010Z09411)

Zie hier.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *