Nieuw instrument bij de terugkeer van zedendelinquenten in de wijk

Politie en Wetenschap publiceert vandaag een onderzoek naar de aanpak van problemen die zich voordoen rondom de de terugkeer van zedendelinquenten in de wijk. Caroline Huls en Jan Brouwer van het Centrum voor Openbare Orde en Veiligheid concluderen dat het bestuursrecht onvoldoende mogelijkheden biedt, maar het civiele recht wel. Op grond van het Burgerlijk Wetboek kan de gemeente via de civiele rechter allerlei gedragsaanwijzingen  aan de zedendelinquent laten opleggen. Lees verder

Goals op trapveldje verwijderd wegens geluidsoverlast omwonenden

Inwoners van de gemeente Helmond ervaren veel overlast van jongeren die voetballen en rondhangen op een trapveldje. Het trapveldje is door de gemeente ingericht. De bewoners stappen (na veel onderhandelen met de gemeente) uiteindelijk naar de civiele rechter en eisen dat de goals op het trapveld worden verwijderd.

De voorzieningenrechter dient eerst uit te maken of de ondervonden overlast onrechtmatig (in de zin van artikel 6: 162 Burgerlijk Wetboek) is. Hij betrekt daarbij meerdere omstandigheden:

“De eerste omstandigheid is dat op grond van de gedingstukken, het verhandelde ter zitting en de uitlatingen van [eiser sub 1] voldoende aannemelijk is geworden dat de voetballende jongeren op het trapveld aan [plein] te [woon[woonplaats] ernstige geluidsoverlast veroorzaken door het trappen van ballen tegen de metalen goals en ballenvangers, waardoor[eisers] onder meer telkenmale worden beroofd van hun avond- en weekendrust. In elk geval is er elke dag de gehele tijd de voortdurende dreiging dat dit zal plaatsvinden. Zo hebben[eisers] verklaringen van omwonenden overgelegd waarin de ondervonden last wordt geconcretiseerd, zijn[eisers] al sinds 2001 met de Gemeente in conclaaf over een oplossing voor de geluidsoverlast en mag bovendien worden aangenomen dat de burgemeester van de Gemeente de onder r.o. 2.9. genoemde buurtbijeenkomst niet had bezocht indien de overlast niet ernstig zou zijn geweest.”

Een andere omstandigheid is

“dat de Gemeente kennelijk niet in staat is om de pleinregels te handhaven die voor [plein] zijn opgesteld en om, ondanks alle zorg en aandacht die zij naar eigen zeggen voor [plein] heeft, aan genoemde hinder een einde te maken. Ook heeft de Gemeente ter zitting desgevraagd geen gerichte maatregelen kunnen noemen die als voldoende concreet en effectief kunnen worden beschouwd (het vragen van extra aandacht voor deze zaak bij jongerenwerk, straathoekwerk en politie kan niet als zodanig worden beschouwd).”

De voorzieningenrechter kenmerkt de ondervonden overlast als onrechtmatige hinder en wijst de vordering toe. De goals moeten weggehaald worden.

Zie LJN: BM4247

Buren vorderen met succes verbod op lawaaimakende werkzaamheden

Een huiseigenaar in Middelburg verbouwt al meer dan een jaar een grote woning in Middelburg.  Bij die verbouwing ontstaat veel lawaai en stof en vinden trillingen plaats. De buren vorderen bij de rechter een verbod op die overlastgevende handelingen. De rechtbank stelt dat buren in beginsel deze hinder moeten dulden, aangezien anders de woning niet meer verbouwd kan worden. Over dit specifieke geval overweegt de rechtbank het volgende:

‘De ongelukkige samenloop is dat [de buren] regelmatig thuis zijn als er bij [de verbouwer] wordt gewerkt. Het is aannemelijk dat dit ertoe heeft geleid dat het lawaai ook echt is gaan hinderen. Gelet op hun verklaringen en het gestelde in dagvaarding komt dit mede omdat er al een lange aanloop naar de herbouw is, doordat eerst langdurig is gesloopt. Op een gegeven moment kan een door de buren te dulden overlast omslaan in onrechtmatige hinder. Dat moment is gelet op de omvang van de te verrichten werkzaamheden, nog niet aangebroken. Dat moment is er redelijkerwijs als – behoudens nieuwe tegenslagen – meer dan een jaar na het advies van de commissie bezwaarschriften van 22 september 2008 over de bouwvergunning nog werkzaamheden worden verricht die een zodanig lawaai veroorzaken dat de buren daar redelijkerwijs last van moeten hebben. Dit zijn werkzaamheden die zich over enige tijd – te denken valt aan een uur of meer, al dan niet met tussenpozen – uitspreiden.Tot die tijd zullen de werkzaamheden die lawaai (o.a. boren, frezen, timmeren, elektrisch zagen van hout en steen/tegels) veroorzaken alleen mogen worden verricht op de tijden zoals die hieronder in de uitspraak zullen worden vermeld. Daarmee wordt rekening gehouden met de wederzijdse belangen: voortgang van de bouw, maar rust op vaste momenten. Daarna moeten deze werkzaamheden als beëindigd beschouwd worden, behoudens de voor een onderhoud of bewoning benodigde werkzaamheden (ophangen schilderij e.d. ).’

Aan dit verbod wordt een dwangsom verbonden van 250 euro per overtreding, met een maximum van 10.000 euro. Zie BK8837.

Buren dwingen maximering aantal honden af

Particulieren vorderen een civielrechtelijk verbod voor hun buren tot het houden of aanwezig hebben van meer dan vier honden in de woning. De honden veroorzaken  geluidsoverlast en stankoverlast. Er is sprake van onrechtmatige hinder. De rechter wijst deze vordering toe en verbindt een dwangsom aan overtreding van het verbod. Zie BK0901.