Ondermijning: over de gevaren van georganiseerde criminaliteit én politieke framing

Op 1 november 2018 sprak ik op een conferentie die werd georganiseerd door de Tweede Kamer. De conferentie ging over de aard, omvang en aanpak van ondermijning. Onderstaande tekst vormt de basis van mijn voordracht tijdens deze bijeenkomst.

Wat is het probleem?

Het begrip ‘ondermijning’ is zodanig vaag omlijnd en gedefinieerd dat nagenoeg elk ongewenst gedrag onder de definitie valt. Het begrip wordt in de criminologie dan ook heel kritisch benaderd. Zo worden bingohallen, de lange arm van Turkije, hennepteelt maar ook infiltratie bestempeld als ondermijning. Wetenschappelijk gezien is het daarom onmogelijk om te achterhalen hoe groot het probleem daadwerkelijk is. Er zijn weliswaar criminologische studies verricht naar vormen van georganiseerde criminaliteit die in verband worden gebracht met ondermijning, maar veel over wat wij nu weten over ondermijning bestaat uit journalistieke producties, niet te controleren schattingen en aansprekend, maar anekdotisch bewijs. Lees verder

Damocles-sluiting restaurant onrechtmatig

De burgemeester van Breda sluit op grond van artikel 13b Opiumwet (de wet Damocles) een restaurant. In het restaurant is door de politie 7,72 gram cocaïne aangetroffen. De exploitant is het oneens met deze sluiting en gaat in bezwaar en verzoekt om een voorlopige voorziening.

In de beleidsregels van de burgemeester staat dat enige mate van verwijtbaarheid van de exploitant aanwezig moet zijn om tot sluiting over te kunnen gaan. De burgemeester bevestigt dat nog eens op de zitting.

De burgemeester heeft hier volgens de voorzieningenrechter echter niet voldoende aannemelijk gemaakt dat de exploitant wist dat een vaste klant in drugs handelde:

‘De voorzieningenrechter is echter van oordeel dat verweerder (de burgemeester) niet aannemelijk heeft gemaakt dat verzoeker had kunnen en moeten weten dat deze klant (mogelijk) drugs bij zich had. Het enkele feit dat het hier gaat om een vaste klant, wiens ouders ook regelmatig restaurant [naam restaurant] bezoeken, is naar het oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende bewijs. Verweerder heeft geen onderzoek gedaan naar de aard van de relatie tussen verzoeker en deze klant.’

Zie BL3502.

Het is opmerkelijk dat de burgemeester de benodige verwijtbaarheid heeft vastgelegd in beleidsregels. Hij maakt het zichzelf daardoor extra moeilijk. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling blijkt dat deze eis in het geval van Damocles niet door de rechtspraak wordt gesteld.

Ontbinding huurovereenkomst wegens drugsoverlast

Een vrouw verhandelt samen met haar partner drugs. Daardoor ontstaat ernstige woonoverlast. De woningcorporatie stapt naar de rechter en vordert ontbinding van de huurovereenkomst. Een klachtendossier is bij de verhuurder niet aanwezig: de omwonenden zijn erg bang voor de drugsdealers. Wel worden aan de rechter processen-verbaal van de politie overhandigd. De rechter accepteert deze bewijsmiddelen en ontbindt de huurovereenkomst. De kantonrechter stelt:

‘Zowel het eigen handelen van [de vrouw] als ook het handelen van [haar partner] leveren een zodanig handelen in strijd met de bepalingen van de huurovereenkomst op dat toewijzing van de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst met nevenvorderingen gerechtvaardigd is. Handel in hard drugs is een ernstig misdrijf en behoeft Woongoed niet te gedogen in de door haar verhuurde woningen, noch afgezien daarvan of daardoor overlast wordt veroorzaakt.’

Zie BL4507.

Wanneer hier sprake was van drugshandel had m.i. ook gesloten kunnen worden op grond van artikel 13b Opiumwet. Vervolgens had de huurovereenkomst op grond van artikel 7:231 lid 2 Burgerlijk Wetboek ontbonden kunnen worden. Het is onduidelijk waarom de burgemeester niet tot sluiting heeft besloten.

Artikel 13b Opiumwet niet bedoeld voor aanpak hennepteelt

De burgemeester van Den Bosch sluit een loods en twee zeecontainers op grond van artikel 13b Opiumwet.  Binnen die loods en containers werden 2200 hennepplanten aangetroffen. De rechter acht dit besluit niet rechtmatig. Artikel 13b Opiumwet heeft geen betrekking op hennepteelt. Zie LJN BL3755.

Mij lijkt dat hier wederom (zie hier) artikel 97 Woningwet beter gebruikt had moeten worden. Zie ook hier en hier voor een discussie over de sluiting van hennepteeltpanden.

Belhuis op grond van 13b Opiumwet gesloten wegens drugshandel

De Rotterdamse burgemeester sluit een belhuis op grond van artikel 13b Opiumwet (de Wet Damocles). In het belhuis is 5,42 gram cocaïne en heroïne in beslag genomen. De Afdeling acht deze sluiting rechtmatig. Het verweer van de exploitant dat hem geen verwijt valt te maken, treft geen doel. Persoonlijke verwijtbaarheid van de exploitanten speelt geen rol bij de vraag of een inrichting gesloten kan worden ingeval van drugsverkoop. Zie BK8360.

Opvallend is dat gemeld wordt dat de woningbouwcorporatie een procedure gestart heeft om de huurovereenkomst te ontbinden. Gezien artikel 7:321 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (onderdeel van de Wet Victor) is dat namelijk niet nodig.