Gemeente pakt op basis van bestemmingsplan koikarperkwekerij bij bedrijfswoning aan

OverlastEen bewoner van Pijnacker kweekt 4000 koikarpers bij zijn bedrijfswoning. Het college van b&w legt wegens overtreding van het bestemmingsplan een last onder dwangsom op. De bewoner moet stoppen met de kwekerij. De bewoner stapt tevergeefs naar de Afdeling. Deze concludeert dat hier geen hobbymatige kweek is, maar sprake van een overtreding van het bestemmingsplan. Lees verder

40 katten houden in woning is in strijd met het bestemmingsplan

Een inwoner van de gemeente Twenterand houdt 40 katten in haar woning. Het college van b&w legt haar een last onder dwangsom op omdat dit in strijd is met het bestemmingsplan. De bewoner moet het aantal katten terugbrengen tot tien. De voorzieningenrechter acht deze last onder dwangsom rechtmatig. Lees verder

Kamervragen over gebruik camera bij aanpak woonoverlast en burenterreur

Vragen van de leden Kuiken en Marcouch (beiden PvdA) aan de ministers van Veiligheid en Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over een gerechtelijke uitspraak ten aanzien van ernstige woonoverlast en het gebruik van camera’s bij burenterreur (ingezonden 28 november 2011). Antwoord van minister Opstelten (Veiligheid en Justitie), mede namens de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (ontvangen 23 december 2011).

Vraag 1

Heeft u kennisgenomen van het artikel «Camera als wapen tegen burenterreur»1 over de uitspraak van de rechter in een civiele zaak over ernstige woonoverlast?
Antwoord 1

Ja.
Vraag 2

Hoe gaat u de gemeente de politie en het Openbaar Ministerie (OM) informeren over de mogelijkheden van legaal cameragebruik als wapen in de strijd tegen ernstige woonoverlast?

Antwoord 2

De uitspraak van de rechter in het genoemde geval is in lijn met de bestaande inzichten over het gebruik van privaat cameratoezicht. In dat opzicht vormt deze uitspraak dus geen doorbraak of nieuw inzicht. Ik heb ook geen reden om aan te nemen dat gemeenten, politie en het Openbaar Ministerie onvoldoende op de hoogte zijn van de mogelijkheden om legaal cameragebruik in te zetten in de aanpak van woonoverlast. Wel zal ik de uitspraak van de rechter onder de aandacht brengen van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV). Het CCV heeft het beheer over de handreiking Cameratoezicht en kan de genoemde casus opnemen als voorbeeld van de mogelijkheid om camera’s in te zetten als privaatrechtelijk instrument tegen woonoverlast.

Vraag 3

Deelt u de mening dat de overheid slachtoffers van ernstige woonoverlast moet ondersteunen in de aanpak van dit probleem? Zo ja, waarom laat de overheid deze slachtoffers nog vaak aan hun lot over? Hebben gemeenten te weinig mogelijkheden dan wel capaciteit om op te treden of ontbreekt het aan kennis dan wel lef om door te pakken bij woonoverlast in met name koopwoningen?

Antwoord 3

Ik deel de mening dat slachtoffers van woonoverlast moeten worden gesteund door de overheid. Om als gemeente doortastend op te treden of om tot straffen of maatregelen te komen moet er echter bewijs zijn. Daarom is het belangrijk om het beschikbare instrumentarium zorgvuldig in te zetten en een goed dossier aan te leggen. Voor zowel geweld, intimidatie als woonoverlast geldt dat het bestaande instrumentarium waarover gemeenten beschikken voldoende mogelijkheden biedt om strafbare feiten en overlastsituaties aan te pakken. Deze instrumenten zijn zowel bij huur- als koopwoningen inzetbaar. In het ultieme geval dat tot sluiting van een woning moet worden overgegaan geldt bij een koophuis wel als extra randvoorwaarde dat voldaan is aan de eisen die ten aanzien van het recht op eigendom gesteld worden in de Grondwet en het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens.

Vraag 4 en 6

Welke concrete acties zijn uitgevoerd en instrumenten zijn ontwikkeld om woonoverlast aan te pakken sinds de publicatie van de handreiking aanpak woonoverlast en verloedering?
Welke actie gaat u ondernemen om gemeenten meer aan te sporen gebruik te maken en bekend te maken met de instrumenten die zij nu al hebben om woonoverlast, inclusief die bij koopwoningen, te bestrijden?

Antwoord 4 en 6

Het CCV heeft, mede in opdracht van de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Veiligheid en Justitie, een aantal expertmeetings met gemeenten georganiseerd om hen verder te ondersteunen bij de aanpak van woonoverlast, en zal dat ook het komend jaar blijven doen. Ook is een aantal nieuwe onderwerpen toegevoegd aan de handreiking Woonoverlast en Verloedering, te weten de bestrijding van overlast rond woonschepen, problemen rond VvE’s, kamerverhuurpanden of recreatiewoningen, en de voorwaarden rond huurcontracten en interventieteams. In januari 2012 zal een brochure naar alle gemeenten worden gestuurd over de aanpak van woonoverlast in relatie tot psychisch kwetsbaren. Tot slot is nauwere samenwerking gezocht met het Landelijk Platform Woonoverlast, een netwerk van publieke en private partijen dat gericht is op het verminderen van woonoverlast.

Vraag 5

Bent u naar aanleiding van de rechtelijke uitspraak en de ervaringen met de inzet van een gemeentelijke dwangsom in deze casus van plan om de toereikendheid van de middelen te beoordelen? Zo ja, op welke termijn wilt u de Kamer hierover nader informeren?

Antwoord 5

Zoals vermeld in antwoord op vraag 2 is de uitspraak van de rechter over het gebruik van privaat cameratoezicht in lijn met bestaande inzichten. Dit vormt geen aanleiding voor een nieuwe beoordeling mijnerzijds. De inzet van een gemeentelijke dwangsom in de onderhavige casus is gestrand om procedurele redenen, niet vanwege ontoereikendheid van het instrument. Ook dit vereist daarom geen nieuwe beoordeling mijnerzijds.

Zie hier.

Caféhouder met dwangsom aangepakt na overtreden APV sluitingstijden

De burgemeester van Deventer legt een caféhouder een last onder dwangsom op. Hij moet voortaan zijn café gesloten hebben voor bezoekers tussen 01.00 en 07.00 uur. De exploitant van het café heeft zich daar eerder niet aangehouden. De ABRvS overweegt over de last onder dwangsom:

2.10.1. De Afdeling overweegt dat uit de drie op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal volgt dat de verbalisanten hebben geconstateerd dat [horecabedrijf] op 25 april 2010, 11 juli 2010 en 29 augustus 2010 na sluitingstijd was geopend. De verbalisanten hebben geconstateerd dat de rolluiken niet waren gesloten, dat op alle drie de data meerdere personen aanwezig waren voorzien van glazen en flessen drank en dat deze personen richting de uitgang liepen, nadat zij de verbalisanten hadden gezien. Op grond van deze waarnemingen hebben de verbalisanten geconstateerd dat [horecabedrijf] op de genoemde data na 01.00 uur geopend en in bedrijf was, zodat [appellant] in strijd met artikel 2.3.1.6, eerste lid, aanhef en onder a, van de Apv handelde. In hetgeen [appellant] heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen grond voor het oordeel dat de burgemeester niet mocht uitgaan van de juistheid van de inhoud van de processen-verbaal en ten onrechte is overgegaan tot het invorderen van de verbeurde dwangsommen. Daarbij wordt overwogen dat de genoemde Apv-bepaling is overtreden omdat er bezoekers aanwezig waren, niet omdat schoonmaakwerkzaamheden zouden worden verricht. De vraag of in gelijke gevallen op dezelfde wijze wordt gehandhaafd is niet aan de orde in de procedure tegen invorderingsbeschikkingen. Niet aannemelijk is gemaakt dat niet consequent wordt ingevorderd in geval van verbeurte van dwangsommen.

Zie LJN: BU3115.

Rechter legt Monster van Leersum dwangsom van 300.000 Euro op

Een man, zich het Monster van Leersum noemende, terroriseert zijn buren. Zij starten (wederom, zie ook LJN: BJ6044) een burenrechtelijke procedure:

“[eisers] c.s. vorderen samengevat – [gedaagde] te verbieden om zich gedurende twee jaar te bevinden in het gebied dat ongeveer wordt omsloten door de [nummer 1], de [nummer 2] en de [adres Y], respectievelijk de [adres X] te [woonplaats], behoudens vooraf verleende toestemming door [eisers] c.s. voor het noodzakelijke bezoek van [gedaagde] aan diens -in dat gebied gelegen- woning van maximaal 60 minuten en met een maximum van één bezoek per maand. Een en ander op straffe van een dwangsom van EUR 100.000,– per overtreding.”

De voorzieningenrechter overweegt:

“De voorzieningenrechter stelt voorop dat de gevorderde maatregel, die er feitelijk op neer komt dat [gedaagde] voor langere tijd geen, dan wel een uiterst beperkte, toegang heeft tot zijn eigen woning, niet alleen een vergaande inbreuk op de grondrechten en bewegingsvrijheid van [gedaagde] maakt maar ook op diens eigendomsrechten. Voor het toewijzen van dergelijke ingrijpende maatregelen moet sprake zijn van in hoge mate aannemelijke feiten en omstandigheden waaruit de noodzaak van de op te leggen maatregel volgt.  Bij de beoordeling of een dergelijke noodzaak aanwezig is, is onder meer van belang:

– de aard en ernst van het verwachte onrechtmatig handelen bij het ontbreken van de maatregel,

– de vraag of de maatregel noodzakelijk is voor het beperken van de schadelijke gevolgen van de gepleegde inbreuk,

– de effectiviteit van die maatregel en de vraag of andere, minder verstrekkende, beschermende maatregelen beschikbaar zijn.”

De voorzieningenrechter wijst op het feit dat de gevraagde voorziening in zijn verstrekkende vorm in dit geval niet is geïndiceerd:

“Een maatregel als door [eisers] c.s. gevorderd kan desalniettemin geïndiceerd zijn, indien er een absolute noodzaak is om [gedaagde] enige tijd uit de omgeving te verwijderen. In de rechtspraak is aangenomen dat daarvan bijvoorbeeld sprake kan zijn ingeval van onrechtmatig handelen van de betrokkene dat heeft geleid tot zodanig ernstig psychisch letsel bij de benadeelde dat het herstel daarvan slechts mogelijk is indien gedurende enige tijd ieder contact met de dader wordt vermeden. Dat die situatie zich in deze voordoet is evenwel niet gesteld en dit is evenmin gebleken.”

Bovendien merkt de voorzieningenrechter rop dat het opleggen van de gevorderde maatregel naar verwachting het burenconflict niet oplost. De voorzieningenrechter acht een passende sanctie op overtreding van een verbod uit een eerder vonnis beter op zijn plaats:

“Dit vraagt om een passende sanctie op de overtreding ervan, waarvan mag worden aangenomen dat dit wel voldoende afschrikkende werking heeft. Het vervangen van het verbod om op het terrein van [eisers] c.s. te komen door een ruimer verbod om op dat terrein en de omgeving ervan te komen, verandert in wezen niets.”

De rechter verbindt aan dit verbod een eenmalige dwangsom van 300.000 euro.

Zie LJN: BM2510.