Wetsvoorstel harde aanpak huisjesmelkers en verhuurverbod aangekondigd

De Minister van Binnenlandse Zaken heeft concrete plannen en een wetsvoorstel aangekondigd voor een harde aanpak van huisjesmelkers. In het kader van mijn werk bij het Centrum voor Openbare Orde en Veiligheid ben ik betrokken bij deze vernieuwde aanpak van malafide pandeigenaren. De inzet van de Woningwet en een eventueel verhuurverbod zal een grote rol spelen binnen de nieuwe aanpak.

Lees verder

Huurder die verhuurder met mes heeft bedreigd moet woning niet verlaten?

Medewerkers van een verhuurder bezoeken een woning van een huurder. De verhuurder is gemeld dat de huurder de zolder in gebruik heeft gegeven aan een man. De medewerkers bonzen hard tegen de deur (o.a. met een paraplu). Vervolgens gebeurd volgens een medewerker het volgende:

“Ik hoorde gestommel vanuit de woning komen. Ik zag dat vervolgens de deur open gedaan werd. Ik zag een mevrouw, gekleed in een witte nachtjapon, met een mes in haar rechterhand. Ik zag dat het een broodmes betrof. Het was een gekarteld mes met een bruin handvat. Ik zag dat ze het mes bij het handvat vasthield. Ik zag dat ze het mes ter hoogte van haar heup hield. Ik zag dat de punt van het mes naar de grond was gericht. Ik zag dat mijn collega op ongeveer een meter van de mevrouw met het mes stond. Ik stond rechtsachter
mijn collega. Ik zag dat de mevrouw in de deuropening bleef staan. De mevrouw vroeg ons waarom wij zo hard klopten. Ze vertelde ons dat ze slecht geslapen had, want ze had een lange nacht gehad. Ik hoorde dat mijn collega aan de mevrouw vertelde dat wij voor de zolder kwamen. Ik hoorde de mevrouw roepen dat wij normaal moesten doen. Ik vertelde tegen de mevrouw dat ze moest kalmeren. De mevrouw zei op een agressieve toen ‘Wat nou rustig?’. Ik vroeg aan de mevrouw of ze het mes weg wilde leggen. De mevrouw zei vervolgens, weer op een agressieve toon, jullie moeten normaal doen, ik lag te slapen. Vervolgens zag ik dat ze het mes omhoog hief. Ik zag dat ze het mes naar voren hield. Ik zag dat zij haar arm niet gestrekt, maar gebogen had. Ik zag dat de punt van het mes naar boven was gericht. Ik voelde mij hierdoor bedreigd. Ik bleef echter wel kalm. Vervolgens zei ik op dwingende toon dat ze het mes weg moest leggen. Ik zag dat de mevrouw het mes weggooide. Ik zag dat ze het mes in de richting van de keuken gooide. Ze gooide het mes van ons af. Hierna riep de mevrouw iets op een agressieve toon. Ik kan mij niet heugen wat de mevrouw had geroepen. Te allen tijde van dit incident was de mevrouw behoorlijk opgefokt. Vervolgens zag ik dat ze de deur hard dichtduwde.”

De verhuurder vordert vervolgens dat de huurovereenkomst ontbonden wordt vanwege de illegale onderverhuur en de bedreiging. De kantonrechter wijst dat toe. Het hof wil echter dat de verhuurder de stelling over de onderverhuur nader onderbouwd met bewijzen.

Vervolgens overweegt het Hof over de bedreiging:

Hoe het hof het gedrag van [appellante] dat Stadgenoot haar verwijt, moet wegen is onder meer afhankelijk van het resultaat van de bewijslevering hiervoor genoemd onder 3.4.1. nu Stadgenoot [appellante] onder meer verwijt zichzelf in de stresserende omstandigheid te hebben gemanoeuvreerd door de zolder als woonruimte in gebruik te geven. Het hof zal dan ook op dit punt nog geen eindbeslissing geven. Wel overweegt het hof voorshands in deze kwestie als volgt. Bij de vraag of ontbinding van de huurovereenkomst gerechtvaardigd is dienen alle omstandigheden van het geval te worden betrokken. Daartoe behoort ook de psychische conditie van [appellante]. Verder heeft het volgende te gelden. Het open doen van de deur met een mes in de hand zoals [appellante] heeft gedaan is niet toelaatbaar en verdient afkeuring. De medewerkers van Stadgenoot hadden geen zekerheid over de intenties van [appellante]. Zij was, naar uit al het gestelde volgt, duidelijk van streek. De medewerkers hebben zich alleszins begrijpelijk bedreigd gevoeld. Daar staat evenwel tegenover, dat Stadgenoot de komst van de medewerkers niet heeft aangekondigd. De medewerkers hebben ook niet aangebeld, maar hebben met een sleutel beneden opengedaan en vervolgens, na eerst op zolder te zijn geweest, bij [appellante] op de deur geklopt en, toen niet werd opengedaan, met een paraplu hard op de deur gebonsd. Ter gelegenheid van het pleidooi heeft [appellante] gemeld dat haar deurbel beneden bij de voordeur zat, zodat de medewerkers daar hadden kunnen aanbellen. Het hof acht deze manier van doen van de medewerkers van Stadgenoot, in het bijzonder het onaangekondigd hard bonzen op de deur, niet betamelijk. Bij pleidooi heeft Stadgenoot desgevraagd toegelicht dat een vooraankondiging van een inspectie tot gevolg kan hebben dat de bewijzen verdwijnen en dat zij die daarom achterwege laat. Dat valt te begrijpen, maar neemt naar het oordeel van het hof niet weg dat Stadgenoot door zulks na te laten het risico in het leven heeft geroepen dat een emotioneel labiele bewoner – met het bestaan waarvan Stadgenoot rekening dient te houden – zich overrompeld voelt en overdreven reageert.

3.5.4 Dat [appellante] zich ontoelaatbaar heeft gedragen, heeft daarom naar het voorlopig oordeel van het hof niet zonder meer doorslaggevend gewicht. Het hof houdt er rekening mee dat het zal hebben te onderzoeken of en zo ja in hoeverre aan de psychische conditie van [appellante] betekenis toekomt.

M.i. een (te) soepele benadering benadering van het hof. Het bedreigen met een mes van medewerkers is een goede reden om de huurovereenkomst te ontbinden, ongeacht het bestaan van een psychische stoornis van de huurder. Zie bijvoorbeeld HR 19 mei 1995, NJ 1995, 535, r.o. 3.3.

Zie LJN: BR2874.