Onderzoek praktijkervaringen met Voetbalwet verschenen

De Voetbalwet (Wet maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast) is vorig jaar in werking getreden. De inspectie Openbare Orde en Veiligheid heeft de Voetbalwet geëvalueerd. De inspectie meldt op de site:

Op 1 september 2010 is de wet ‘maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast’ (mbveo) in werking getreden.

De wet regelt enkele wijzigingen in de Gemeentewet, het Wetboek van Strafvordering en het Wetboek van Strafrecht. De burgemeester en de officier van justitie krijgen daarmee (nieuwe) bevoegdheden tot het treffen van maatregelen om voetbalvandalisme en ernstige overlast door groepen en individuen te bestrijden. De wet mbveo is een aanvulling op de al bestaande instrumenten waarover burgemeesters en officieren van justitie beschikken om overlast te bestrijden.

Bij de behandeling van deze wet heeft de Eerste Kamer de wens geuit om tussentijds geïnformeerd te worden over de toepassing van de wet in de praktijk. De Inspectie OOV is gevraagd hierover te rapporteren in juni 2011 en in juni 2012.

Het doel van het rapport is om de eerste praktijkervaringen met de wet mbveo in kaart te brengen. Het rapport bevat cijfer- en feitenmateriaal over het gebruik van de wet en inzicht in de ervaringen van gemeenten en arrondissementen bij de toepassing van de wet tot 1 april 2011.

De Voetbalwet is 58 keer ingezet: 25 keer bij voetbal en negentien keer bij overlast in wijken. Verder was er twaalf keer een gebiedsverbod bij evenementen en ging het twee keer om individuele gevallen van overlast.

De burgemeester van Den Haag zette de Voetbalwet twaalf keer in, gevolgd door de burgemeesters van Amsterdam (tien keer) en Rotterdam (acht keer).

De rechter beoordeelde inzet van de Voetbalwet vier keren. Drie keer kregen de klagers gelijk. Het dossier tegen een mogelijke hooligan of overlastveroorzakers was dan niet compleet en concreet genoeg was om een maatregel tegen hem te nemen. Eerder zagen wij al dat de aanpak van hooligans met de Voetbalwet niet erg succesvol was. Aanpak van overlastgevende jongeren met de Voetbalwet lukt soms wel.

De bevoegdheid uit art. 172b Gemeentewet is nog niet ingezet.

Het rappport is hier te vinden. De beleidsreactie van de regering is hier te vinden.

Vernieuwde Handreiking aanpak woonoverlast verschenen

De vernieuwde handreiking aanpak woonoverlast is gepubliceerd. De Ministeries van Binnenlanse Zaken, Veiligheid en Justitie en de Vrom-inspectie hebben samen met het Centrum voor Openbare Orde en Veiligheid deze handreiking opgesteld. Eerder verscheen een minder uitgebreide versie van de handreiking. Het Ministerie van BZK meldt:

In de nieuwste versie van de Handreiking Aanpak woonoverlast en verloedering wordt uitgelegd hoe gemeenten nu ook overlast rond woonschepen, kamerverhuurpanden en recreatiewoningen kunnen bestrijden. Deze informatie ontbrak in de eerdere versie die in juni 2010 is verschenen.

Naast deze nieuwe onderwerpen zijn sommige bestaande onderwerpen van de Handreiking geactualiseerd zoals bijvoorbeeld de relatie met de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Daarmee vervangt de nieuwe versie de oude versie in zijn geheel.

De Handreiking biedt gemeentelijke ambtenaren en bestuurders praktische informatie en is gebaseerd op ervaringen uit de praktijk. Veel van die ervaringen zijn opgenomen als voorbeelden.

Het actualiseren van de Handreiking Aanpak woonoverlast en verloedering is in opdracht van de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties en Veiligheid en Justitie gebeurd.

Download de handreiking hier.

Evaluatie aanpak woonoverlast Rotterdam verschenen

Een onderzoek naar de aanpak van woonoverlast door  gemeente Rotterdam is door het Verwey-Jonker Instituut gepubliceerd. Het instituut meldt over het onderzoek:

In 2009 heeft de gemeente Rotterdam samen met alle partners de krachten gebundeld in het Actieplan Aanpak Woonoverlast. Met dit Actieplan moet ervaren woonoverlast fors worden teruggedrongen en moet elke overlastsituatie binnen drie maanden worden beëindigd. De professionals die zich met het bestrijden van woonoverlast bezighouden, zoals de gemeente, de woningcorporaties, de politie, buurtbemiddeling en lokale zorgnetwerken, beschikken hiertoe over een uitgebreid instrumentarium.

In opdracht van de dienst dS+V van de gemeente Rotterdam heeft het Verwey-Jonker Instituut de resultaten van het tegengaan van woonoverlast over het eerste jaar onderzocht. Dit rapport besteedt aandacht aan drie hoofdthemas: de ervaringen met en de haalbaarheid van de doelstellingen uit het Actieplan, het proces en de werkwijze van de betrokkenen en de effectiviteit en functionaliteit van het instrumentarium.

De onderzoekers besluiten het rapport met tien aanbevelingen om het Actieplan verder te ontwikkelen en het fundament dat er nu ligt te verstevigen

Download het rapport hier.

 

Kamervragen over rellen rond woning burgemeester van Urk

Vragen van het lid Marcouch (PvdA) aan de ministers van Veiligheid en Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over rellen en vernielingen bij het huis van de burgemeester van Urk (ingezonden 13 mei 2011).
Antwoord van de ministers Opstelten (Veiligheid en Justitie) en Donner (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) (ontvangen 14 juni 2011) Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2010–2011, nr. 2737.

Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van de berichtgeving van omroep Flevoland over de terrorisering van de burgemeester door Urks tuig omdat hij een einde wil maken aan gewelddadig drugs- en drankgebruik?

Antwoord 1
Ja.

Vraag 2 en 3
Deelt u de mening dat het gezag van de burgemeester altijd boven elke twijfel verheven moet zijn en dat rellen, vernielingen en aanslagen tegen dat gezag hard moeten worden aangepakt? Zo ja, hoe heeft u de burgemeester van Urk ondersteund in de bevestiging van zijn gezag en op welke wijze bent u van plan dat de komende tijd te doen? Heeft u al contact gehad met de burgemeester?Deelt u de mening dat u met uw publiekelijk waarneembare bescherming en aanmoediging van de burgemeester van Urk aan alle burgemeesters van Nederland duidelijk maakt dat u verlangt dat burgemeesters grenzen stellen en normerend optreden? Is dat voor u een reden dit te gaan doen?

Antwoord 2 en 3
Burgemeesters hebben een belangrijke rol bij de invulling van de democratische waarden zoals die in de wet verankerd zijn. Van hen wordt verwacht dat zij deze rol op deskundige en integere wijze uitvoeren. Het is onacceptabel als agressie en geweld hen in deze uitvoering belemmert. Burgemeesters verdienen dan ook extra steun en bescherming. Dit kabinet zet stevig in om agressie en geweld tegen personen met publieke taken te verminderen.De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft hierover op 21 maart 2011 een brief gestuurd aan alle politieke ambtsdragers. Daarin is benadrukt dat burgemeesters en andere politieke ambtsdragers een voorbeeldrol vervullen naar de gemeenschap en de werknemers met publieke taken die zij (in)direct aansturen. Het is vanuit die voorbeeldrol van belang dat zij duidelijk maken waar de grenzen van het toelaatbare liggen, en dat zij de aanpak van agressie en geweld nadrukkelijk uitdragen. Dit heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op 9 mei 2011 ook besproken met het Nederlands Genootschap voor Burgemeesters. Verder heeft hij met de burgemeester contact gehad om hem ook persoonlijk te steunen in zijn optreden.

Vraag 4
Naar welke strafbare feiten rond de rellen en de aanslag op de woning van de burgemeester van Urk voert de politie op dit moment onderzoek uit? Wanneer zijn deze onderzoeken gestart? Wat is het verloop van de onderzoeken? Hoe is de medewerking uit de gemeenschap, van omstanders en ouders?

Antwoord 4
De burgemeester van Urk heeft naar aanleiding van incidenten bij zijn woning (in de nasleep van Koninginnenacht) aangifte gedaan bij de politie. Naar aanleiding van het incident met de brandbom is een strafrechtelijk onderzoek gestart. Dit onderzoek loopt nog. In het weekend van 28 en 29 mei 2011 zijn in deze zaak drie aanhoudingen verricht. Ter bescherming van het opsporingsbelang kunnen geen verdere bijzonderheden worden gegeven over de start van het onderzoek, het verloop daarvan en de medewerking daaraan. Als het strafrechtelijk onderzoek is geëindigd, zal het Openbaar Ministerie beoordelen of, en zo ja welke, feiten vervolgd kunnen worden.

Vraag 5
Deelt u de mening dat bestuurders van alle bedreigingen en strafbare feiten jegens hen aangifte zouden moeten doen? Van welke gebeurtenissen heeft de burgemeester op dit moment zelf aangifte gedaan? Als de burgemeester nog niet van alle strafbare feiten aangifte heeft gedaan, wilt u hem daar dan toe aansporen?

Antwoord 5
Zoals de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties uw Kamer heeft laten weten naar aanleiding van het onderzoek Bedreigd Bestuur (Kamerstukken II, vergaderjaar 2010–2011, 28 684, nr. 295), baart het ons zorgen dat te vaak geen melding wordt gemaakt van agressie en geweld, en dat slechts in een derde van de gevallen de dader op zijn gedrag wordt aangesproken. Politieke ambtsdragers moeten ongewenst gedrag altijd melden. Met het Nederlandse Genootschap van Burgemeesters is afgesproken een aantal maatregelen te implementeren. Dit betreft onder andere een geweldsprotocol voor burgemeesters, kennis- en vaardigheidstrainingen voor nieuwe en zittende burgemeesters, een Vertrouwenslijn politieke ambtsdragers. Deze maatregelen zullen eind 2012 op hun effectiviteit worden geëvalueerd.Vraag 6
Hoe serieus acht u de plannen om opnieuw te protesteren tegen de burgemeester en de maatregelen van het Urker gemeentebestuur? Hoe helpt u het Urker gemeentebestuur zich hierop voor te bereiden?

Antwoord 6
De politie is op de hoogte van geruchten over nieuwe protesten. De lokale politiechef en de jeugdagent participeren in diverse overleggen tussen belanghebbenden en jongeren waarin dit aan de orde komt. In de lokale driehoek zijn afspraken gemaakt over de beleidsuitgangspunten en de tolerantiegrenzen alsmede over de preparatie en politie-inzet bij eventuele vervolgacties. Indien wij vanuit de lokale driehoek signalen krijgen dat er behoefte is aan ondersteuning dan zullen wij het nodige doen. Verder verwijzen wij naar het antwoord op vragen 2 en 3.

Vraag 7
Deelt u de analyse dat de ongeregeldheden voortkomen uit de strengere aanpak door de gemeente Urk van drank- en drugsgebruik en van oude gebruiken die voor de bevolking veel overlast veroorzaken? Zo nee, wat is volgens u dan de aanleiding van deze ongeregeldheden? Zo ja, hoe waardeert u de keus van het gemeentebestuur om gegroeide misstanden aan te pakken die illegaal of ongewenst zijn?

Antwoord 7
De ongeregeldheden lijken vooral te zijn ontstaan naar aanleiding van de aanpak van jongeren die gevaarlijke en overlastgevende overtredingen begaan met scooters. Wij hebben geen reden om te twijfelen aan het oordeel van de burgemeester van Urk dat deze gedragingen dermate ernstig zijn dat zij niet kunnen worden getolereerd, zeker niet als er (een teveel aan) alcohol in het spel is.

Vraag 8
Hoe waarborgt u dat de politie in een hechte gemeenschap als Urk de wetten en regels handhaaft in plaats van onderdeel uit te maken van de cultuur die de jongeren uitdragen? Welke maatregelen neemt de korpsbeheerder van Flevoland hiervoor?

Antwoord 8
Sinds vele jaren werkt de politie Flevoland met een vast team van allround politiemensen binnen de gemeente Urk. Slechts een enkel lid van het team woont op Urk. Deze werkwijze leidt tot een grote mate van lokale bekendheid van de betrokken politiemensen, en – omgekeerd – tot een grote mate van acceptatie van deze politiemensen door de bevolking. De prioriteiten van het team zijn afgestemd op het veiligheidsbeeld van Urk en vastgesteld in de lokale driehoek.Uit de managementrapportages van de politie Flevoland blijkt dat er door de Urker politiemensen intensief en meer dan gemiddeld wordt gehandhaafd op feiten als rijden onder invloed, te hard rijden en geweld. Het ophelderingspercentage van aangegeven misdrijven is hoog. Het team is effectief gebleken bij het interveniëren op hinderlijke en overlastgevende jeugdgroepen. Tegelijk wordt er door het team sterk ingezet op preventiemaatregelen als het gaat om het voorkomen van onder andere verkeersongevallen en geweld in de horeca. Het participeren in overlegstructuren inzake jongeren en het regelmatig in gesprek gaan met jongeren zelf draagt hieraan bij. Er is dan ook geen sprake van dat de politie onderdeel is gaan uitmaken van de cultuur die overlastgevende jongeren uitdragen.

Vraag 9 en 10
Wat is naar uw mening de rol van de Urker gemeenschap en de ouders van de relschoppers in de cultuurveranderingen die het gemeentebestuur nastreeft? Wordt deze rol al voldoende opgepakt? Zo nee, wat moet er volgens u gebeuren om dit te veranderen?Deelt u de mening dat een gesprek volstrekt onvoldoende is om een zo fundamentele cultuurverandering te bewerkstelligen als op Urk nagestreefd wordt, maar dat er een beschavingsoffensief nodig is? Zo ja, wat gaat u doen om dit beschavingsoffensief vorm te geven en wanneer moet dit offensief zijn vruchten afwerpen?

Antwoord 9 en 10
De Urker gemeenschap en de ouders van relschoppers hebben een belangrijke rol bij het realiseren van de cultuurverandering(en) die het gemeentebestuur nastreeft. Het is echter niet aan ons om te bepalen welke maatregelen hiervoor nodig zijn en in welk tempo dit mogelijk is. De burgemeester heeft ons gemeld dat op Urk sinds kort een Centrum voor Jeugd en Gezin bestaat om, voor zover noodzakelijk, ouders met problemen te begeleiden. De burgemeester meldde voorts dat hij ervan uit gaat dat gesprekken en de geboden ondersteuning voldoende zijn om de gewenste cultuurverandering te realiseren, maar dat een dergelijke verandering nu eenmaal tijd kost.

Zie hier.

Overlast rond coffeeshops leidt tot kamervragen

De PvdA fractie heeft kamervragen gesteld over overlast rondom coffeeshops en de invoering van de wietpas:

Vragen van het lid Bouwmeester (van de PvdA) aan de minister van Veiligheid en Justitie over drugstoerisme in Breda (ingezonden 21 april 2011). Antwoord van minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 1 juni 2011) Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2010–2011, nr. 2488.

Vraag 1

Kent u het bericht «Drugstoerisme in Breda neemt verder toe»?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2, 4

Klopt het dat het aantal bezoekers dat coffeeshops bezoekt in Breda met bijna de helft is gestegen? Zo nee, wat zijn dan wel de exacte cijfers? Zo ja, klopt het dat de stijging met name Belgische en Franse drugstoeristen betreft? Hoe verhoudt dit zich tot uw eerdere berichtgeving waarin u dit ontkent? Deelt u de mening dat uit deze cijfers blijkt dat het sluiten van de coffeeshops in Bergen op Zoom en Roosendaal toch heeft geleid tot een verplaatsing van de verkoop? Zo nee, waar komt deze stijging van bezoekers dan vandaan?

Antwoord 2, 4

De gemeente Breda heeft het aantal bezoekers aan de gedoogde coffeeshops in Breda door een onderzoeksbureau laten tellen in de periode van september 2009 tot en met september 2010. Daarbij werd mede gekeken naar de herkomst. Aan het eind van de tellingen in september 2010 was het totale aantal bezoekers gestegen met 50% ten opzichte van de eerste telling in 2009. De betrokken onderzoekers concluderen in hun eindrapportage dat er na de sluiting van de coffeeshops in Roosendaal en Bergen op Zoom sprake is van een toename van bezoekers aan de Bredase coffeeshops. Naast een toename van de «drugstoeristen» afkomstig uit België, Frankrijk en West-Brabant, is er ook een toename vanuit Breda zelf. De onderzoekers merken op dat de toename derhalve niet alleen is toe te schrijven aan de beëindiging van het gedoogbeleid in Roosendaal en Bergen op Zoom.

Vraag 3

Klopt het dat de stijging van het aantal coffeeshopbezoekers niet heeft geleid tot overlast? Hoe kwalificeert u de toename van het aantal coffeeshopbezoekers zonder een toename van overlast?

Antwoord 3

De gemeente Breda heeft mij gemeld dat in het onderzoek de drugsgerelateerde meldingen uit de registratie van de politie in de analyse betrokken zijn. Daarbij is bij direct omwonenden en bedrijven van zeven van de acht Bredase gedoogde coffeeshops een vragenlijst afgenomen met vragen over de beleving in termen van overlast als gevolg van de aanwezigheid van een coffeeshop in de buurt. Deze vragenlijst is bij de nulmeting afgenomen en na 6 maanden nogmaals. De onderzoekers concludeerden in de eindrapportage van oktober 2010 dat op basis van de politieregistratie niet kan worden geconstateerd dat, ondanks de geconstateerde toename van het aantal bezoekers, sprake is van een toename van het aantal meldingen/incidenten als gevolg van de sluiting van de shops in Roosendaal en Bergen op Zoom.Ook uit de beleving van de omwonenden/bedrijven leiden de onderzoekers niet af dat er sprake is van een toename van overlast.

Vraag 5, 6

Bent u bekend met de toename van de handel in drugs bij tankstations in Roosendaal en omstreken, en de klachten die omwonenden hebben? Zo ja, wat is de reden dat er meer illegaal gehandeld wordt bij tankstations? Wat gaat u daar aan doen? Zo nee, bent u bereid u hierover te laten informeren door de burgemeester van Roosendaal? Hoe helpt de wietpas tegen de verschuiving van de coffeeshopverkoop aan buitenlanders naar tankstations in de grensstreek?

Antwoord 5, 6

De gemeente Roosendaal heeft mij gemeld dat er bij hun meldpunt Drugsoverlast Courage geen meldingen binnen gekomen zijn met betrekking tot overlast bij de tankstations in Roosendaal en Bergen op Zoom. Illegale verkooppunten worden krachtig aangepakt door het lokaal bestuur, het Openbaar Ministerie en de politie. Alleen in coffeeshops wordt de verkoop van cannabis gedoogd. Coffeeshops worden besloten clubs die alleen voor meerderjarige inwoners van Nederland toegankelijk zijn op vertoon van een clubpas. Voor het toepassen van het ingezetenencriterium wordt de uitkomst van de rechtszaak bij de Raad van State tussen de gemeente Maastricht en een coffeeshophouder afgewacht. De verwachting is dat de Raad van State uiterlijk begin juli 2011 uitspraak zal doen. Deze uitspraak zal worden afgewacht om er zeker van te zijn dat tot implementatie van deze maatregel kan worden overgegaan.

Vraag 7

Deelt u de mening dat deze cijfers uitwijzen dat drugstoeristen op zoek gaan naar wiet ondanks het sluiten van coffeeshops, coffeeshop-vrij maken van gemeentes, of het invoeren van een wietpas? Zo nee, waar duiden deze cijfers dan op?

Antwoord 7

Ik deel die mening niet. Het voornaamste effect van de invoering van het ingezetenencriterium zal zijn dat de drugstoeristen niet meer naar ons land zullen komen voor hun cannabis. Veel drugstoeristen blijken immers juist te komen omdat ze in de coffeeshops rustig en veilig cannabis kunnen consumeren2. In eigen land kunnen ze ook gebruik maken van al bestaande illegale markten.

Zie hier.