Voetbalwet leidt tot Kamervragen

De PVV-fractie stelt vragen over de Voetbalwet.

Vragen van het lid De Mos (PVV) aan de minister van Veiligheid en Justitie over gaten in de Voetbalwet (ingezonden 16 mei 2011).
Antwoord van minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 14 juni 2011).

Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Meldplicht Ajaxfans mislukt weer»1 en dat daardoor drie relschoppers met een meldplicht via de voorzieningenrechter alsnog toegang hebben gekregen tot de bekerfinale van afgelopen zondag?

Antwoord 1
Ja.

Vraag 2
Deelt u de mening dat deze gebeurtenis laat zien dat er nog gaten in de Voetbalwet zitten en dat deze gaten zo snel mogelijk worden gedicht, bijvoorbeeld door een stadionverbod te laten gelden voor alle stadions in Nederland, in plaats van alleen voor het stadion in de stad waar het verbod is uitgesproken? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 2
Deze mening deel ik niet. De Wet maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast richt zich op de aanpak van personen, die individueel of in groepsverband in het verleden herhaaldelijk de openbare orde hebben verstoord of bij die groepsgewijze ordeverstoringen een leidende rol gehad en jegens wie ernstige vrees voor verdere ordeverstoring bestaat. De burgemeester kan een gebiedsverbod opleggen aan een persoon. Dit gebied is aan te wijzen binnen de gemeente en kan ook rondom het stadion zijn. Daaraan heeft de voorzieningenrechter geen enkele afbreuk gedaan. Van een lacune in de wet is derhalve ook geen sprake. De toewijzing van de voorlopige voorziening was gelegen in de – naar het oordeel van de voorzieningenrechter – mogelijk onvoldoende feitelijke grondslag voor en mogelijk onvoldoende zorgvuldige voorbereiding van de besluiten.Naast het toepassen van de Wet maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast door de burgemeester, kan binnen het betaald voetbal door de KNVB een stadionverbod worden opgelegd op basis van de Standaardvoorwaarden van de KNVB dan wel op grond van een door een betaaldvoetbalorganisatie (hierna: bvo) vooraf aan de KNVB afgegeven volmacht om het zogeheten «huisrecht» van de bvo’s toe te passen. Het stadionverbod van de KNVB heeft derhalve een civielrechtelijk karakter.Zowel een bvo als het OM kunnen bij de KNVB melding doen van een supporter die zich vermoedelijk schuldig heeft gemaakt aan het overtreden van de Standaardvoorwaarden van de KNVB of voetbalgerelateerd wangedrag. Indien de melding voldoende aanknopingspunten bevat gaat de KNVB in beginsel over tot oplegging van een landelijk stadionverbod.

Vraag 3 en 4
Deelt u de mening dat de Engelse Voetbalwet een groot succes is, mede omdat die vele malen strenger is dan de Nederlandse? Zo nee, hoe verklaart u het dan dat het hooliganisme in de Engelse stadions, zonder clubcardregelingen en verplichte combireizen, tot het verleden behoort?Bent u bereid de Nederlandse Voetbalwet naast de Engelse te leggen en de alsdan te vinden zwaktes in de Nederlandse Voetbalwet te repareren met in de Engelse Voetbalwet te vinden maatregelen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 3 en 4
De ervaringen met de Engelse voetbalwet worden meegenomen bij de evaluatie van de Wet maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast, zoals toegezegd bij de aanvaarding van de daartoe strekkende motie Dölle c.s. (Kamerstukken I, vergaderjaar 2009–2010, 31 467, I). Ik wil deze evaluatie afwachten voordat ik uitspraken doe over de Engelse voetbalwet.

Zie hier.

Vlaamse voetbalhooligans krijgen huisarrest en gemeentelijke administratieve boete

In Borgerhout (België) vonden op 4 juni 2011 rellen plaats na de voetbalwedstrijd Marokko- Algerije. De burgemeester van Antwerpen heeft nu maatregelen genomen tegen de hooligans. Hij heeft een aantal hooligans huisarrest opgelegd. Daarnaast krijgen de hooligans een gemeentelijke administratieve sanctie (GAS) opgelegd. De Liga van Mensenrechten heeft reeds gemeld dat zij het huisarrest ontwettig vindt:

De Liga is van mening dat het huisarrest een strafmaatregel is, en die kan volgens haar alleen worden uitgesproken door een rechter en niet door de burgemeester (als hoofd van de politie).

De Morgen meldt:

Negen personen die vorige zaterdagavond opgepakt werden bij de rellen op de Turnhoutsebaan in Borgerhout, zijn door burgemeester Patrick Janssens onder huisarrest geplaatst om de rust in de buurt te laten terugkeren. Zesentwintig relschoppers krijgen een gemeentelijke sanctie, dat wil zeggen een boete tussen 125 en 250 euro.

Tijdens de ongeregeldheden na de voetbalwedstrijd Marokko – Algerije werden door de politie een dertigtal mensen aangehouden. Naast de gerechtelijke arrestaties werden 28 personen bestuurlijk aangehouden.

Maatregelen
Er worden door het stadsbestuur drie verschillende maatregelen genomen: een retributie voor het vervoer per combi (100 euro), een gemeentelijke administratieve sanctie (GAS) voor het verstoren van de openbare rust (maximum 250 euro) en huisarrest, een preventieve maatregel om te voorkomen dat de rust nog verstoord wordt de komende periode.

Twee van de 28 personen die bestuurlijk aangehouden werden, ontsnappen aan de GAS omdat ze jonger zijn dan 16 jaar. Zij moeten enkel de combitaks betalen. Van alle 28 aangehouden personen werden de antecedenten onderzocht. Negen van hen zijn gekend bij de politie voor een reeks feiten. Opdat de openbare rust en veiligheid de komende weken niet opnieuw verstoord zou worden, neemt de burgemeester voor hen een preventieve maatregel. Vier meerderjarigen krijgen huisarrest gedurende één maand van 20 tot 6 uur, twee gedurende twee weken en drie minderjarigen krijgen huisarrest gedurende twee weken van 18 tot 6 uur.

Hoorzitting
Iedereen krijgt wel eerst een hoorzitting. Een mogelijk huisarrest gaat pas in nadat de betrokkenen werden gehoord. Tot slot meldt de stad dat de camerabeelden van die avond verder worden onderzocht. Bijkomende identificaties kunnen dan ook nog leiden tot gelijkaardige maatregelen.

Zie ook hier en hier.

Voetbalwet succesvol ingezet tegen overlastveroorzakende jongeren

De burgemeester van Utrecht legt op grond van art. 172a Gemeentewet (bekend als de Voetbalwet ) een overlastveroorzaker een gebiedsverbod en een groepsverbod op. Zie ook hier. De overlastveroorzaker stapt naar de voorzieningenrechter.

De burgemeester gebruikt de Voetbalwet omdat de jongere meerdere malen de openbare orde heeft verstoord:

De voorzieningenrechter stelt vast dat het steeds gaat om verstoringen van de openbare orde, in de vorm van luidruchtig zijn en rondhangen, lastig vallen van voorbijgangers, met scooters op plaatsen rijden waar dat niet mag, zich ophouden op plaatsen waar dat verboden is en gedrag vertonen dat in de openbare ruimte tot ruzie leidt. Bij de drie, in het bestreden besluit en de onderliggende stukken specifiek genoemde, incidenten gaat het om twee ernstige incidenten in de openbare ruimte: op 1 oktober 2010 is er een vechtpartij tussen verzoeker en drie jongens met twee andere jongens bij (de ingang van) een supermarkt en op 21 januari 2011 haalt verzoeker in aanwezigheid van andere jongens verhaal bij een medewerker van een sociaal cultureel centrum waarbij vervolgens een dreigende situatie ontstaat die door tussenkomst van de politie beëindigd moet worden. Daarnaast is er een incident op 18 september 2010 waarbij verzoeker met anderen laat op de avond onder invloed van alcohol luidruchtig aanwezig is bij een jongeren ontmoetingsplek. Verder is er – zoals gezegd – de lijst van situaties waarbij verzoeker betrokken was tussen december 2009 en februari 2011. Anders dan namens verzoeker is gesteld, is slechts in een enkel geval sprake van een situatie waarin blijkens de mutatie op verzoekers gedrag niets is aan te merken. Uit deze stukken komt naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende naar voren dat herhaaldelijk sprake is geweest van verstoring van de openbare orde, groepsgewijs dan wel alleen, waarbij verzoeker keer op keer betrokken is geweest en herhaaldelijk een actieve rol heeft gespeeld.

Het eerste bezwaar van de overlastveroorzaker is dat de Voetbalwet hier niet had mogen worden gebruikt, maar art. 172 lid 3 Gemeentewet of de APV. De rechter acht dit onjuist:

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter blijkt uit deze toelichting niet van hiërarchie tussen de bevoegdheid uit artikel 172a van de Gemeentewet en de gebiedsverboden uit artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet en uit de APV of van een voorwaarde van trapsgewijze of achtereenvolgende toepassing. Deze bevoegdheden kunnen dan ook los van elkaar worden gebruikt. Per geval dient te worden bekeken of aan de voorwaarden voor toepassing van de bevoegdheid is voldaan en of de feiten en omstandigheden de wijze waarop daarvan gebruik is gemaakt, rechtvaardigen.

Ook de bezwaren dat het besluit in strijd is met het proportionaliteit-, subsidiariteits- en gelijksheidsbeginsel worden door de voorzieningenrechter niet gegrond verklaard. Ook het feit dat de moeder van de overlastjongere niet is ingelicht, slaagt niet.

Hier is de Voetbalwet dus succesvol, anders dan bij de aanpak van voetbalvandalisme.

Zie LJN: BQ5186.

Zie ook LJN: BQ5217.

Meldingsplicht Voetbalwet sneuvelt weer bij rechter

Weer sneuvelt een op grond van de Voetbalwet opgelegde meldingsplicht: voor eerdere mislukkingen zie hier en hier. De burgemeester van Rotterdam legt in deze zaak op grond van art. 172a Gemeentewet een meldingsplicht op aan Ajax-fan: deze moet zich melden bij een politiebureau te Amsterdam.

De voetbalfan stapt naar de (civiele) voorzieningenrechter. Deze schorst het besluit op basis van de Voetbalwet:

4.4. De voorzieningenrechter acht het waarschijnlijk dat het betreffende besluit door de bestuursrechter zal worden vernietigd omdat bij het nemen van dit besluit niet de vereiste zorgvuldigheid in acht genomen is. Daarbij wordt van belang geacht dat [eiser] ten onrechte geen gelegenheid is gegeven een zienswijze in te dienen en dat het moment waarop het (onaangekondigde) besluit is genomen en hem heeft bereikt 4 resp. 3 dagen voor de datum van de meldplicht is gelegen, zodat het hem, mede gelet op de tussenliggende vrije dagen, zeer moeilijk is gemaakt daartegen op te komen. Niet in te zien valt dat het besluit niet eerder genomen kon worden. Voorts zijn in dit kort geding weliswaar nadere stukken overgelegd, maar daarin is slechts ten aanzien van een deel van de in het besluit van 4 mei 2011 genoemde gebeurtenissen informatie opgenomen; op dit moment is onvoldoende -specifiek en verifieerbaar- gebleken van concrete gedragingen waardoor de openbare orde is verstoord in de periode na de inwerkingtreding van art. 172 a Gemeentewet, waarbij [eiser] op zodanige wijze is betrokken dat deze een voldoende basis voor een dergelijke maatregel kunnen vormen. In dat kader is van belang dat voor [eiser] geen stadionverbod geldt en dat de door de Amsterdamse burgemeester opgelegde maatregel naar aanleiding van (grotendeels) dezelfde gebeurtenissen vooralsnog niet meer van kracht is.

4.5. Een belangenafweging valt ook niet in het voordeel van de burgemeester uit.
De burgemeester heeft laten weten dat de bekerfinale tussen Ajax en FC Twente als risico-wedstrijd wordt beschouwd en dat met het besluit van 5 mei 2011 met name wordt beoogd ongeregeldheden tussen supporters van Ajax en Feijenoord te voorkomen. Op zichzelf betreft het voorshands een te billijken inschatting en is daarin een legitiem belang gelegen voor de burgemeester om maatregelen te treffen. Het besluit zal echter slechts in beperkte mate bijdragen aan het na te streven doel, nu het [eiser], volgens dat besluit en naar de gemachtigde van de burgemeester ter zitting bevestigde, vrij staat zich op 8 mei om 18.00 uur in Amsterdam te melden en zich korte tijd daarna naar Rotterdam te begeven. Daarbij moet worden bedacht dat hij zich anders, in het kader van het begeleid vervoer van Amsterdam naar Rotterdam vanaf de vroege middag in een bus zal bevinden, in het stadion zal worden gelaten en zich vervolgens na de wedstrijd weer van Rotterdam naar Amsterdam zal begeven, dit alles onder voortdurende (politie)bewaking. De voorzieningenrechter gaat ervan uit, mede gelet op de stukken en de mededelingen ter zitting, dat [eiser] ook daadwerkelijk van dit begeleid vervoer gebruik zal maken.

Zie LJN: BQ3848.

Zoals voorspeld, is de Voetbalwet toe nu toe niet een groot succes. Het is te hopen dat de wet aangepast wordt of (misschien wel beter) gemeenten hun eigen verordende bevoegdheid gebruiken om problemen met hooligans aan te pakken. Er blijkt dan meer mogelijk te zijn dan bij de Voetbalwet.

Burgemeester Utrecht zet Voetbalwet in tegen overlastjongere

De burgemeester van Utrecht heeft een overlastgevende jongere  een groeps- en gebiedsverbod opgelegd. Het is de eerste keer dat hij de maatregel uit art. 172a Gemeentewet (onderdeel van de Voetbalwet) oplegd. Het is afwachten of dit succesvol zal zijn: de eerste ervaringen met de Voetbalwet zijn uiterst teleurstellend: zie hier en hier. Meer