PvdA stelt in kamervragen over voetbalrellen Utrecht dat Voetbalwet niet voldoet

Vragen van de leden Van Dekken en Marcouch (beiden PvdA) aan de minister van Veiligheid en Justitie over voetbalrellen in Utrecht (ingezonden 7 december 2011). Antwoord van minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 12 januari 2012).

Vraag 1

Kent u het bericht «Acht agenten gewond bij voetbalrellen»1, het bericht «Voetbalrellen: beschuldigende vinger naar supporters Utrecht»2 en het bericht «PVV en PvdA willen aanscherping voetbalwet»?3
Antwoord 1

Ja.
Vraag 2

Deelt u de mening dat de verantwoordelijken voor de rellen in Utrecht de betrokken daders, zichzelf supporter noemende, zijn? Zo nee, wie acht u dan wel verantwoordelijk?
Antwoord 2

Op dit moment loopt nog een grootschalig onderzoek naar de rellen tijdens en na de wedstrijd tussen FC Utrecht en FC Twente op 4 december jongstleden. De verantwoordelijkheid voor de rellen ligt bij de personen die geweld hebben gepleegd tegen onder meer de politie. Wie dat zijn staat nog niet vast.
Vraag 3

Deelt de mening dat er geen enkel excuus mag gelden voor supporters die politieagenten met stenen bekogelen of vernielingen verrichten, ook niet als zij geprovoceerd zijn door supporters van de tegenpartij of een nederlaag van hun club? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3

Ja.
Vraag 4

Hoe is de informatie-uitwisseling tussen de verschillende politiekorpsen over mogelijke risico’s rond een voetbalwedstrijd geregeld? Acht u deze informatie-uitwisseling adequaat? Zo ja, heeft deze informatie-uitwisseling voorafgaande aan de voetbalwedstrijd FC Utrecht-FC Twente gegevens opgeleverd die duiden op een hoog risico? Zo nee, wat moet er dan worden verbeterd?
Antwoord 4

Alle politiekorpsen in Nederland met betaald voetbal in hun werkgebied maken gebruik van het Voetbal Volg Systeem. Met behulp van dit systeem wordt informatie uitgewisseld over te spelen wedstrijden (zowel nationaal als internationaal; zowel beker-, oefen- als competitiewedstrijden). Via dit systeem wordt ook informatie uitgewisseld over personen die aangehouden zijn, personen met een stadionverbod en gegevens uit een databank met notoire verstoorders van de openbare orde.
Ruim voordat een wedstrijd gespeeld wordt (in de regel 8 tot 12 weken) vindt een overleg plaats tussen beide clubs. Hieraan nemen ook de politiekorpsen van beide regio’s deel en in sommige gevallen ook supporterscoördinatoren en de betreffende gemeente. In dit vooroverleg komen onder andere de wijze van vervoer, de te verwachten risico’s, het aantal beschikbare kaarten en het aantal stewards dat de bezoekende club meeneemt aan de orde.
Doorlopend wordt informatie uitgewisseld tussen de korpsen die specifiek inzoomt op (dreigende) verstoringen van de openbare orde. Deze uitwisseling kan verlopen via de voetbalcoördinatoren van de betreffende korpsen of via de regionale inlichtingendiensten van de betreffende korpsen.
Ook voorafgaand aan de wedstrijd FC Utrecht-FC Twente is de geschetste werkwijze gevolgd.
Het landelijke Auditteam Voetbal & Veiligheid zal onderzoek doen naar de gang van zaken rond de bewuste wedstrijd. Afhankelijk van de uitkomsten van de audit kan er aanleiding zijn om verbeteringen in het werkproces door te voeren.
Vraag 5

Deelt u de mening dat voetbalgeweld een probleem is dat de grenzen van gemeenten overstijgt en daarom nationaal dient te worden aangepakt? Zo ja, hoe denkt u over de inzet van een gespecialiseerd politieteam en een officier van justitie voor voetbalgeweld? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5

Voetbalvandalisme is geen lokaal fenomeen, en overschrijdt zelfs in toenemende mate de landsgrenzen. Die constatering bestempelt de aanpak van deze problematiek echter niet als vanzelf tot een nationale aangelegenheid. Het bestrijden van voetbalgeweld behoort tot de reguliere politietaak van de politieregio’s. De regionale korpsen en het KLPD werken intensief samen met gemeentebesturen en Openbaar Ministerie, mede dankzij de, in veel korpsen ingerichte, «voetbaleenheden» en het landelijk opererende Centraal Informatiepunt Voetbalvandalisme (CIV). Het CIV fungeert als gespecialiseerd landelijk team ten dienste van de korpsen met als doel het verspreiden van informatie over potentiële ordeverstoorders en het aanbieden van best practices rondom de aanpak van voetbalvandalisme. De nationale schaal waarop de politie in 2012 zal zijn georganiseerd zal de slagkracht bij het aanpakken van dit fenomeen verder vergroten.
Aparte voetbalofficieren bestaan al. Ieder parket met een betaald voetbalclub in het arrondissement heeft een voetbalofficier. De werkwijze van de voetbalofficier staat beschreven in de Aanwijzing bestrijding van voetbalvandalisme en -geweld. Er is ook een landelijke voetbalofficier. Dat is thans de hoofdofficier van Amsterdam.
Vraag 6

Gaat u bij het vaststellen van de nationale prioriteiten voor de Nationale Politie extra aandacht schenken aan de bestrijding van voetbalvandalisme en daar bij de verdeling van het budget en politieagenten ook rekening mee houden zodat de burgemeesters in voorkomende gevallen over voldoende capaciteit beschikken? Zo ja, bent u bereid met burgemeesters van de steden met betaald voetbalorganisaties in overleg hierover te treden? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6

De nationale prioriteiten voor de politie zijn bepaald tot en met het jaar 2014. De aanpak van voetbalvandalisme behoort daar niet toe. Dat betekent uiteraard niet dat er geen aandacht is voor de aanpak van dit fenomeen. Zie mijn brief van 21 december 2011, kenmerk 204 886, waarin ik de maatregelen om dit fenomeen aan te pakken uiteenzet.
Binnen het huidige regionale bestel stellen de korpsbeheerders extra politiecapaciteit ter beschikking indien burgemeesters die met het oog op de handhaving van de openbare orde rondom voetbalwedstrijden nodig hebben. Waar nodig kan de mobiele eenheid (ME) in paraatheid worden gebracht of extra ME worden aangevraagd. Bij de vorming van de nationale politie zullen robuuste districten en basiseenheden ontstaan waarmee voldoende capaciteit, waar nodig met bijstandsverlening door andere regionale eenheden van de nationale politie, kan worden verzekerd.
Vraag 7

Bent u bekend met het succesvolle programma Hooligans in Beeld, waarin diverse korpsen samenwerken om voetbalrelschoppers aan te pakken? Doet het korps Utrecht hier aan mee? Zo nee waarom niet? Bent u bereid alle korpsen verplicht deel te laten nemen aan Hooligans in Beeld?
Antwoord 7

Ik ben bekend met het programma. Het korps Utrecht doet hier ook aan mee. Ik vind het wenselijk dat alle korpsen deel nemen aan het programma Hooligans in Beeld en zal hen hier op aanspreken.
Vraag 8 en 9

Deelt u de mening dat de huidige Voetbalwet (Stb. 2010, nr. 325) tekortschiet als het gaat om het voorkomen dat supporters die eerder ernstig over de schreef zijn gegaan, dat weer doen? Zo ja, op welke punten? Zo nee, hoe kunt u dan aantonen dat deze wet wel effectief werkt in het geval van het tegengaan van supportersgeweld?
Deelt u de mening dat de mogelijkheden voor het opleggen van een gebiedsverbod moeten worden verruimd en dat in het algemeen de straffen voor supportersgeweld omhoog moeten? Zo ja, hoe gaat u hierin tegemoet komen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 8 en 9

Gelet op de behoefte om op korte termijn zicht te hebben op de toepassing van de wet en eventuele knelpunten daarbij heb ik besloten de voor de tweede helft van 2012 aangekondigde evaluatie van de Wet maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast (mbveo) te vervroegen en nu te starten. De mogelijkheden voor het opleggen van een gebiedsverbod en de strafmaat voor supportersgeweld zullen deel uitmaken van de te houden evaluatie. Aan de hand van de uitkomsten zal worden bezien welke maatregelen de toepassing van de wet mbveo kunnen verbeteren. Na afronding van de evaluatie zal ik u hierover informeren.
Wellicht ten overvloede meld ik u nog dat met het wetsvoorstel Rechterlijk gebieds- of contactverbod dat op 1 april aanstaande in werking treedt, de mogelijkheden voor het opleggen van een gebiedsverbod worden verruimd. De strafrechter kan dan aan een te veroordelen verdachte van een strafbaar feit een gebiedsverbod opleggen voor maximaal twee jaar.
Vraag 10

Kunt u deze vragen vόόr het dertigledendebat in de Kamer over dit onderwerp beantwoorden?
Antwoord 10

Ja.

Zie hier.

Hooligans NAC veroordeeld voor overtreding samenscholingsverbod

In 2009 rijdt een colonne NAC-supporters (de hooligans) naar Tilburg. Zij willen naar het stadion van Willem II, maar rijden door naar een café waar harde kern supports van Willem II zich ophouden. Het lukt vervolgens de ME om de groepen uit elkaar te houden. De hooligans worden succesvol vervolgd wegens het overtreden van het samenscholingsverbod uit de APV Tilburg. Het hof overweegt:

Het hof stelt bij de beoordeling van het verweer voorop dat naar zijn oordeel ook sprake kan zijn van samenscholen, in de zin van: het groepsgewijs bij elkaar komen van mensen, indien het betreft personen die zich in verschillende auto’s bevinden. Samenscholen kan men te voet, op de fiets, op een tweewieler, maar ook met een auto.

Vervolgens dient het hof de vraag te beantwoorden of de bedoelde samenscholing er één was als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Tilburg 2005; de tenlastelegging heeft immers uitsluitend op een dergelijke samenscholing het oog.
Uit het opschrift van artikel 7 van die Verordening (‘samenscholing en ongeregeldheden’) valt af te leiden dat bij een samenscholing wordt gedacht aan een groepsgewijs bijeen zijn op een wijze, die een gerechtvaardigde vrees voor een min of meer ernstige verstoring van de openbare orde oproept. Daartoe dient, ingevolge de toelichting op genoemde APV, meer in het bijzonder te worden vastgesteld dat sprake was van mensen die een dreigende houding aannamen of kwade bedoelingen hadden. Dat de betrokken personen een dreigende houding aannamen is niet gebleken, van kwade bedoelingen echter wel. Daaromtrent overweegt het hof het volgende.

De verdachte en zijn mededaders hebben opgegeven dat zij zich van Breda naar Tilburg hebben begeven, enkel en alleen ten behoeve van het bezoeken van de wedstrijd tussen Jong Willem II en Jong NAC Breda. Het hof hecht aan deze bewering geen geloof, en wel om de volgende redenen.

Uit hetgeen het hof hierboven als feitelijke gang van zaken heeft vastgesteld, blijkt dat
een deel van de betrokkenen zich onderweg (kennelijk: willens en wetens) zo lang heeft opgehouden, dat zij het stadion onmogelijk nog voor het begin van de wedstrijd konden bereiken. Tevens leidt het hof daaruit af dat men het gezamenlijk oprukken naar Tilburg belangrijker vond dan het op tijd aldaar aankomen. Voor alle betrokkenen geldt dat zij Tilburg pas geruime tijd na aanvang van de wedstrijd bereikten. Vervolgens is geen enkele ernstig te nemen poging ondernomen om het stadion binnen te gaan; sommige betrokkenen verklaarden huiswaarts te hebben willen keren omdat vanuit het stadion het bericht zou zijn gekomen ‘dat de (toegangs)hekken waren gesloten’, zonder dat de juistheid van dit bericht werd geverifieerd; anderen verklaarden dit te hebben willen doen omdat werd bericht ‘dat men niet welkom was in het stadion’, en nog weer anderen verklaarden gewoon, zonder meer, mee terug te hebben willen gaan toen hun metgezellen zeiden huiswaarts te zullen keren. Het hof concludeert dat men het stadion helemaal niet in wilde. Het betrekt hierbij het gegeven, dat tenminste drie van de betrokkenen het stadion niet eens binnen mochten, omdat voor hen een stadionverbod gold, en dat de betrokkenen, in plaats van zich naar binnen te begeven, schijnbaar doelloos met hun colonne auto’s een rondje zijn gaan rijden. Dat dit geschiedde om een parkeerplaats te zoeken acht het hof – mede gelet op de wijze waarop dit gebeurde – onaannemelijk.
Verdachte en zijn mededaders hadden kennelijk een andere bedoeling. Dat dit een kwade bedoeling was leidt het hof af uit de wapens, welke door een niet onbelangrijk aantal van hen werden meegevoerd, zoals verzwaarde (vecht)handschoenen en ploertendoders. Dat deze uitsluitend bedoeld waren als bescherming tegen de kou (voorzover de handschoenen aangaat) acht het hof, mede gelet op het aantal meegevoerde handschoenen en de aard van de overige wapens, ongeloofwaardig. Wat men precies voor ogen had behoeft niet te worden vastgesteld, maar het ligt voor de hand om aan te nemen, zoals blijkens het dossier ook de politie op dat moment heeft gedaan, dat men een harde confrontatie zocht met supporters van de tegenpartij, Willem II.

Het hof acht op grond van de bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte heeft deelgenomen aan een samenscholing van ongeveer 34 personen, die zich verdeeld over ongeveer acht personenauto’s over een aantal wegen in de omgeving van het voetbalstadion van Willem II binnen de gemeente Tilburg heeft bewogen, waarbij die personenauto’s meermalen tot stilstand zijn gebracht.

Naar het oordeel van het Hof is niet komen vast te staan dat alle personen, die deel uitmaakten van de in de tenlastelegging omschreven samenscholing, waren voorzien van wapens, dat zij allen hun auto’s hebben verlaten, zich (vervolgens) als groep (het Hof begrijpt: te voet) hebben verzameld en (vervolgens) in de richting van het voetbalstadion van Willem II zijn gelopen; in zoverre dient vrijspraak te volgen. Deze gedeeltelijke vrijspraak heeft verder geen invloed, omdat de hier bedoelde omstandigheden geheel ten overvloede ten laste waren gelegd en de verdediging niet op een verkeerd spoor blijken te hebben gebracht.
Verder heeft het hof onvoldoende aanknopingspunten gevonden om te kunnen vaststellen dat (enkel) door voornoemde samenscholing een dreigende situatie is ontstaan. Ook in zoverre dient vrijspraak te volgen.

Zie LJN: BU9215.

Burgemeester Heerenveen verplicht voetbalsupporters AZ tot autocombi

De burgemeester van Heerenveen beveelt de voetbalclub AZ dat de supporters van AZ voor het vervoer naar Heerenveen verplicht gebruik moeten maken van de autocombi. Hij baseert dit bevel op art. 172 lid 3 Gemeentewet. Hoewel de burgemeester eerder had toegezegd dat hij de autocombi niet zou verplichten, doet hij dit toch vanwege een gebrekkige politiecapaciteit, het groeiend aantal meereizende supporters en het feit dat tegelijkertijd een schaatsevenement plaatsvindt.

AZ en de supportersvereniging verzoeken tevergeefs om een voorlopige voorziening. De rechter overweegt:

Gelet op deze motivering, is de voorzieningenrechter van oordeel dat de burgemeester, in het kader van zijn verantwoordelijkheid voor het handhaven van de openbare orde als bedoeld in artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet, in redelijkheid heeft kunnen besluiten tot het instellen van de verplichte autocombi. Daarbij merkt de voorzieningenrechter op dat waar een bevoegdheid als de onderhavige vooraf moet worden aangewend ter voorkoming van verstoring van de openbare orde de burgemeester onvermijdelijk een algemene inschatting en weging van de risico’s moet maken, die is gebaseerd op de deskundigheid en ervaring van de politie. Aan het feit dat AZ en de supportersvereniging op grond van verschillende argumenten tot een andere weging van de risico’s rond de wedstrijd komen, mocht de burgemeester dan ook voorbijgaan.

Ook een beroep op het vertrouwensbeginsel faalt:

2.5.1 Naar vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRS), zie bijvoorbeeld haar uitspraak van 8 juni 2011, LJN BQ7477, is voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel nodig dat aan het bestuursorgaan toe te rekenen concrete, ondubbelzinnige toezeggingen zijn gedaan door een daartoe bevoegd persoon, waaraan rechtens te honoreren verwachtingen kunnen worden ontleend. Gelet daarop kunnen AZ en de supportersvereniging aan hetgeen is besproken in het overleg van 13 oktober 2011 geen gerechtvaardigd vertrouwen ontlenen, reeds omdat de burgemeester daaraan niet deelnam.
2.5.2 Tussen partijen is niet in geschil dat in het veiligheidsoverleg van 7 juli 2011 is afgesproken dat voor het komende voetbalseizoen de verplichte autocombi niet zou worden opgelegd aan AZ-supporters. Onder verwijzing naar de uitspraak van de AbRS van 6 juli 2011 (LJN BR04888) overweegt de voorzieningenrechter dienaangaande dat het vertrouwensbeginsel niet alleen eist dat gewekte verwachtingen worden gehonoreerd, indien deze gerechtvaardigd zijn, maar ook dat bij afweging van de betrokken belangen, waarbij het belang van degene bij wie de gerechtvaardigde verwachtingen zijn gewekt zwaar weegt, geen zwaarder wegende belangen – het algemeen belang of belangen van derden – aan het honoreren van de verwachtingen in de weg staan. Vaststaat dat de burgemeester het feit dat in het veiligheidsoverleg van 7 juli 2011 is besloten om geen verplichte autocombi op te leggen in de belangenafweging heeft betrokken, maar daaraan niet het gewicht heeft toegekend dat AZ en de supportersvereniging hieraan gehecht wilden zien. Hij heeft het belang bij de handhaving van de openbare orde zwaarder laten wegen. Hij mocht dat doen. Hij hoefde aan de financiële en praktische belangen van AZ en de supporters niet meer gewicht toe te kennen dan aan het algemeen belang dat gediend wordt door het opleggen van de autocombi. Het betoog faalt.

Zie LJN:BU6560.

Aanpak van hooligans centraal in Kamervragen PvdA

Vragen van de leden van Dekken en Marcouch (beiden PvdA) aan de ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Veiligheid en Justitie over het geweld dat gebruikt werd bij de gewelddadige demonstratie van Feyenoord-supporters, de afschuwelijke spreekkoren bij PSV – Ajax, agressieve supporters van Veendam die de spelersbus van Emmen binnenstormen en het geweld in en om het veld bij amateurvoetbalwedstrijd van KVVA – VOP C-junioren (ingezonden 21 september 2011).

Antwoord van minister Opstelten (Veiligheid en Justitie), mede namens de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (ontvangen 3 november 2011). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2011–2012, nr. 295.

Vraag 1

Hebt u kennisgenomen van de berichten over gewelddadige demonstratie van Feyenoord supporters, de afschuwelijke spreekkoren bij PSV – Ajax, agressieve supporters van Veendam die de spelersbus van Emmen binnenstormen en het geweld in en om het veld bij amateurvoetbalwedstrijd van KVVA – VOP C-junioren?1
Antwoord 1

Ja.
Vraag 2

Hoe beoordeelt u deze berichten? Deelt u de mening dat fysiek en verbaal geweld niet om en in het veld thuishoort, en dat voetbal veiliger moet en veiliger kan?
Antwoord 2

Ik heb met afschuw kennis genomen van deze berichten. Fysiek en verbaal geweld horen niet thuis op het sportveld. Ik ben ervan overtuigd dat voetbal veiliger moet en veiliger kan. Daartoe dienen ook het Kader voor beleid Voetbal en Veiligheid, dat ik op 23 mei jongstleden heb gepresenteerd, en het actieplan Naar een veiliger sportklimaat, dat de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport 22 april jongstleden aan uw Kamer heeft gezonden.
Vraag 3

Hoe verhouden het geweld dat gebruikt werd bij de demonstratie van Feyenoord-supporters, de nare spreekkoren bij PSV – Ajax en het binnenstormen van de spelersbus van Emmen door de supporters van Veendam zich tot uw voornemen tot stevige uitvoering van het plan «voetbal en veiligheid»? Bent u van mening dat dit jammerlijk faalt? Zo nee, kunt u uw antwoord toelichten?
Antwoord 3

Dat deze incidenten hebben plaatsgevonden betreur ik. Zij tonen niet het falen van het kader aan, maar onderstrepen juist het belang ervan. Het kader is erop gericht incidenten zo veel mogelijk te voorkomen. Daar waar zich toch incidenten voordoen, moet krachtig en direct worden ingegrepen. Die uitgangspunten staan voor mij en de ketenpartners nog steeds recht overeind. Alle partijen moeten nu doorpakken en de uitgangspunten van het kader op landelijk en lokaal niveau vertalen in concreet handelen.
Vraag 4

Bent u bereid op de kortst mogelijke termijn in overleg te treden met het Supportersplatform Betaald Voetbal (SVB) en met de KNVB, om te onderzoeken welke extra maatregelen nodig zijn om dergelijke praktijken een halt toe te roepen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke termijn kunt u de Kamer op de hoogte stellen van de uitkomsten van dit overleg?
Antwoord 4

Vanuit het ministerie van Veiligheid en Justitie is reeds gesproken met het SBV. Binnenkort vindt er opnieuw overleg plaats, waarbij ook de KNVB betrokken is. Indien de uitkomsten van deze gesprekken daartoe aanleiding geven zal ik uw Kamer daarover informeren.
Vraag 5

Bent u bereid in overleg te treden met burgemeesters, het Supportersplatform Betaald Voetbal (SVB) en de KNVB over het invoeren van een voetbalwet naar Engels model? Deelt u de mening dat ook in Nederland supporters desnoods definitief geweerd moeten kunnen worden als zij zich ernstig misdragen? Zo nee, kunt u uw antwoord toelichten? Zo ja, op welke termijn kan de Kamer uw reactie tegemoet zien?
Antwoord 5

Na de zomer van 2012 wordt de Wet maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast geëvalueerd. Zoals toegezegd bij de aanvaarding van de daartoe strekkende motie Dölle c.s. (Kamerstukken I, vergaderjaar 2009–2010, 31 467, I) worden de ervaringen met de Engelse voetbalwet meegenomen bij de evaluatie. Ik wil deze evaluatie afwachten.
Vraag 6

Hebt u kennisgenomen van het bericht «Voetbalwedstrijd verandert in veldslag», over de toeschouwers die elkaar massaal te lijf gingen, onder toeziend oog van jonge voetballers, nadat een grensrechter een speler te lijf was gegaan met zijn vlaggenstok? Zo ja, hoe beoordeelt u dit bericht?
Antwoord 6

Ja. Dit incident keur ik ten zeerste af. Met de maatregelen uit het actieplan «Naar een Veiliger Sportklimaat» en de «Effectieve Aanpak van Excessen» treedt de KNVB hard op tegen fysiek of verbaal geweld.
Vraag 7

Is hier sprake van een incident of heeft het geweld rondom amateurwedstrijden inmiddels een structureel karakter? Heeft u inzicht in het aantal incidenten dat zich jaarlijks bij jeugdwedstrijden voordoet? Zo nee, waarom niet? Zo ja, kunt u een overzicht geven van de incidenten die zich het afgelopen jaar hebben voorgedaan, waarbij de politie betrokken was?
Antwoord 7

Incidenten rond jeugdwedstrijden of incidenten waarbij politie betrokken is geweest worden niet afzonderlijk geregistreerd. De KNVB heeft de afgelopen seizoenen alleen geregistreerd hoe vaak scheidsrechters en spelers zodanig zijn gemolesteerd dat als straf een uitsluiting van tien wedstrijden of meer volgde. Dit betrof in het vorige seizoen 181 molestaties. Met ingang van het lopende voetbalseizoen registreert de KNVB «excessen». Hieronder vallen meerdere overtredingen. Individuele en collectieve overtredingen van spelers onderling (buitensporig fysiek en verbaal geweld) worden aangemerkt als exces, alsmede overtredingen richting de arbitrage waar in het verleden een uitsluiting van minder dat 10 wedstrijden op stond. Aan de hand van dit nieuwe criterium zijn alle overtredingen uit het seizoen 2010/2011 opnieuw beoordeeld. De uitkomst was dat 1094 overtredingen waarschijnlijk als exces bestempeld zouden zijn.
Vraag 8

Bent u van mening dat het beleid dat gericht is op veilig en sportief jeugdvoetbal volstaat? Zo ja, waar baseert u dit op? Zo nee, welke rol ziet u voor zichzelf?
Antwoord 8

Met het nieuwe actieplan «Naar een veiliger Sportklimaat» wordt de komende vijf en een half jaar de georganiseerde sport ondersteund om maatregelen te nemen die gericht zijn op spel- en gedragsregels, tuchtrecht, veiligheidsbeleid, excessen en op de ondersteuning van vrijwilligers hierin. Het actieplan bevat ook vele preventieve maatregelen die zijn gericht op de jeugdspelers zelf, hun ouders, scheidsrechters en bestuurders van de verenigingen. Ik ben dan ook van mening dat met het nieuwe actieplan «Naar een veiliger Sportklimaat» een goede stap wordt gezet om veilig en sportief jeugdvoetbal te garanderen.

Zie hier.

Kamervragen over rellen hooligans Feijenoord

Vragen van de leden Marcouch en Van Dekken (beiden PvdA) aan de minister van Veiligheid en Justitie over de reactie van OM en politie op rellen door Feyenoordhooligans (ingezonden 22 september 2011).

Antwoord van minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 3 november 2011). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2011–2012, nr. 246.

Vraag 1

Kent u het bericht «Nog één verdachte rellen de Kuip vast»?1 Hoe heeft u gereageerd op de handelswijze van het Openbare Ministerie (OM) tegen het ruziezoekend tuig dat het bestuursgebouw van Feyenoord bestormde, waardoor nog slechts één persoon in voorarrest zit?
Antwoord 1

Ja. Ik heb van een en ander kennis genomen.
Vraag 2

Klopt het dat twee verdachten heengezonden zijn terwijl hun aandeel in de rellen later groter bleek te zijn? Hoeveel langer hadden zij op basis van dit grotere aandeel in voorarrest gehouden kunnen worden? Klopt het dat deze twee personen niet opnieuw in voorarrest genomen kunnen worden?
Antwoord 2

Het klopt dat twee verdachten met een dagvaarding zijn heengezonden omdat hun aandeel in de rellen in eerste instantie klein leek. Als op dat moment bekend was geweest dat deze verdachten zich schuldig hadden gemaakt aan openlijke geweldpleging, hadden zij in verzekering kunnen worden gesteld en worden voorgeleid aan de rechter-commissaris. Op 22 september jongsleden zijn beide verdachten alsnog ter zake van de verdenking van openlijke geweld in voorlopige hechtenis genomen. De hechtenis van een van deze verdachten is diezelfde dag door de rechter-commissaris geschorst. Ten aanzien van de andere verdachte is de bewaring gelast.
Vraag 3

Hoe kan het dat, met zoveel politie in de buurt en andere bewijsmiddelen voorhanden, het aandeel van deze twee daders te laat duidelijk werd? Hoe gaat u voorkomen dat door dergelijke blunders opnieuw gewelddadige hooligans te snel vrijkomen?
Vraag 3

Hoe kan het dat, met zoveel politie in de buurt en andere bewijsmiddelen voorhanden, het aandeel van deze twee daders te laat duidelijk werd? Hoe gaat u voorkomen dat door dergelijke blunders opnieuw gewelddadige hooligans te snel vrijkomen?
Antwoord 4

Het Openbaar Ministerie zet fors in op de opsporing en vervolging van deze verdachten. Zo zijn er foto’s van verdachten op billboards gepubliceerd in het centrum van Rotterdam, waarmee de hulp van het publiek wordt ingeroepen.
Aangezien het strafrechtelijk onderzoek naar de verdachten nog in volle gang is, kan ik op dit moment geen verdere mededelingen doen.
Vraag 5

Ziet u meerwaarde in een levenslang stadionverbod voor hooligans die rond voetbalwedstrijden zo gericht geweld gebruiken? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op wat voor termijn wilt u hiervoor de Voetbalwet aanpassen?
Antwoord 5

Na de zomer van 2012 wordt de Wet maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast geëvalueerd. Ik wil deze evaluatie afwachten voordat ik uitspraken doe over mogelijke aanpassingen aan deze wet.

Zie hier.

Vragen van het lid Berndsen (D66) aan de minister van Veiligheid en Justitie over rellen veroorzaakt door voetbalsupporters in Rotterdam (ingezonden 20 september 2011).

Antwoord van minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 3 november 2011). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2011–2012, nr. 24.

Vraag 1

Wat is uw reactie op de schrikbarende situatie in Rotterdam dit weekeinde, waarbij rellende voetbalsupporters zo ver over de schreef zijn gegaan dat de politie het vuurwapen moest trekken?1
Antwoord 1

Ik betreur deze rellen ten zeerste.
Vraag 2

Bent u van mening dat in het algemeen het lokale gezag voldoende middelen in handen heeft om dit soort ongeregeldheden adequaat te bestrijden?
Zo ja, welke middelen beschouwt u hiervoor als voldoende adequaat?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 2

Ja. De Algemene Plaatselijke Verordening (APV) kan de burgemeester diverse middelen in handen geven om overlast en ordeverstoringen tegen te gaan. Daarnaast beschikt de burgemeester op grond van artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet, over een bevoegdheid om een gebieds- en/ of samenscholingsverbod te geven. Tot slot beschikt de burgemeester over noodrechtbevoegdheden. In geval van (acute) ernstige openbare ordeverstoringen kan de burgemeester alle bevelen geven dan wel verordeningen vaststellen die hij nodig acht om de openbare orde te handhaven.
Vraag 3, 4

Is in dit geval de Voetbalwet ingezet om de genoemde rellen in Rotterdam te bestrijden? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?
Biedt de Voetbalwet volgens u voldoende handvatten om ongeregeldheden zoals deze adequaat te bestrijden? Zo ja, waar blijkt dat uit? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3, 4

De Wet maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast is in dit geval niet ingezet. De Wet is bedoeld voor de aanpak van personen, die individueel of in groepsverband in het verleden herhaaldelijk de openbare orde hebben verstoord of bij die groepsgewijze ordeverstoringen een leidende rol hebben gehad en jegens wie ernstige vrees voor verdere ordeverstoring bestaat. Uit een dossier moet het plegen van herhaaldelijke overlast blijken. Het ging in de onderhavige casus echter om «first offenders», niet om notoire overlastplegers.

Zie hier.