Woningwet ingezet bij ‘achter de voordeur’-optreden vervuilde en brandgevaarlijke woning

De burgemeester van Zoetermeer machtigt Bouw- en woningtoezicht om een woning binnen te treden. Omwonenden klagen over vervuiling, stank, muizen en overlast. De bewoonster stelt tevergeefs dat het binnentreden onrechtmatig is. Het college van b&w past vervolgens bestuursdwang toe wegens overtreding van art. 1b Woningwet. Er is sprake van overlast en brandgevaar. De Afdeling acht deze herstelsanctie ook rechtmatig. Lees verder

E-boek Aan de slag achter de voordeur verschenen

De overheid treedt steeds vaker achter de voordeur op om bijvoorbeeld woonoverlast aan te pakken. De rijksoverheid heeft nu een electronisch boek over de aanpak achter de voordeur uitgebracht.

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken laat op zijn website weten:

Het experiment ‘Achter de Voordeur’ blijkt een effectieve aanpak van zogenoemde multiprobleemgezinnen te zijn. Die aanpak bestaat er uit dat gemeenten per gezin 1 plan opstellen en 1 regisseur aanstellen. Hierdoor komt er meer rust in de gezinnen en wordt de hulp beter op elkaar afgestemd.

De resultaten van het experiment en de ervaringen van de gemeentelijke projectleiders zijn te lezen in een e-book (in dit geval een internactieve pdf). In het e-book ‘Aan de slag achter de voordeur, van signaleren naar samenwerken’ is ook een maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) opgenomen. Dat is een methode om uit te rekenen wat de ‘Achter de voordeur’-aanpak in geld oplevert.

Zoektocht
Het experiment omvat de gezamenlijke zoektocht van 6 gemeenten (Amsterdam, Den Haag, Nijmegen, Eindhoven, Groningen en Enschede) en het Rijk (BZK & VWS). In een multiprobleemgezin hebben meerdere leden van het gezin problemen. Daarom zijn er verschillende hulpverleners bij het gezin betrokken. Maar de hulpverleners weten vaak niet van elkaar wat zij precies doen. Een betere samenwerking maakt de hulp effectiever.

Om tot een betere samenwerking te komen is in het experiment gekozen voor het neerleggen van de regie en het mandaat bij 1 hulpverlener. Door deze opzet ontstaat meer rust in de gezinnen en wordt de hulp beter op elkaar afgestemd. Dit heeft weer minder escalaties tot gevolg, wat weer tot bijvoorbeeld minder schooluitval leidt. Of tot minder kosten van opvang en justitie.

Praktijk
Met deze publicatie voorzien BZK en VWS in een antwoord op de vraag ‘hoe te beginnen?’ Deze vraag stellen veel projectleiders zich als ze de opdracht krijgen een aanpak één gezin, één plan, één regisseur op te zetten.

Daarbij is elke gemeente anders: groot of klein, een geconcentreerd wonende doelgroep of een doelgroep die in meerdere wijken of buurten in de stad woont, type problematiek, enzovoorts. Deze verschillen zorgen er voor dat er niet 1 aanpak 1 gezin, 1 plan, 1 regisseur bestaat. Echter, gemeenten kunnen wel van elkaars ervaringen leren en hoeven daarmee niet ieder voor zich het wiel uit te vinden.

In het hoofdstuk ‘Wat werkt in de praktijk’ wordt beschreven wat er voor nodig is om deze succesvolle aanpak 1 gezin, 1 plan, 1 regisseur te ontwikkelen. Het bundelt de kennis en ervaring van verschillende gemeenten die beschikken over een aanpak 1 gezin, 1 plan, 1 regisseur en illustreert dit aan de hand van de ‘lessons learned’ en praktijkvoorbeelden

Download het e-boek over de achter de voordeur aanpak hier.

Gezinscoach op grond van Wet werk en bijstand rechtmatig

Eiser ontvangt een bijstandsuitkering. Het college van b&w wijst eiser op grond van art. 55 Wet werk en bijstand een gezinscoach toe. De rechtbank overweegt over deze bepaling:

“Blijkens de geschiedenis van totstandkoming van deze bepaling (Kamerstukken II, 2002-2003, 28 870, nr.3, p.76) kan het opleggen van deze nadere verplichtingen bijvoorbeeld aan de orde zijn wanneer in de persoon gelegen problemen aan arbeidsinschakeling in de weg staan, zoals bij psychische moeilijkheden of verslavingsproblemen. Een actieve, zo nodig bemiddelende, opstelling van burgemeester en wethouders om dergelijke factoren, door inschakeling van professionele hulp, weg te nemen is dan zeer gewenst. Gelet op de tekst van en toelichting bij artikel 55 van de Wwb moet deze bepaling verder aldus worden uitgelegd dat er mede gelet op de specifieke omstandigheden van de bijstandsgerechtigde een voldoende rechtstreeks verband aanwezig is tussen de aard en inhoud van de op te leggen verplichting enerzijds en de arbeidsinschakeling, alsmede de mogelijke vermindering of beëindiging van de bijstand, anderzijds. In dit kader komt aan verweerder een zekere mate van beoordelingsvrijheid toe terwijl het opleggen van de nadere verplichting een discretionaire bevoegdheid van verweerder is welke door de bestuursrechter terughoudend dient te worden getoetst.”

Eiser is het niet eens met de toewijzing van de gezinscoach. De rechtbank stelt:

“De rechtbank overweegt voorts dat het opleggen van een nadere verplichting, zoals hier aan de orde is, diep zal ingrijpen in het leven van eiseres. In zijn uitspraak van 29 juni 2010 (LJN BM9795) heeft de Centrale Raad van Beroep onder verwijzing naar zijn uitspraken van 22 december 2008, LJN BG8776 en BG8789 uitgemaakt wat dit leven omvat en voorop gesteld wat het Europese Hof voor de rechten van de mens (EHRM) het respect voor menselijke waardigheid en menselijke vrijheid als the ‘very essence’ van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens aanmerkt. Het in artikel 8 van het EVRM besloten liggende recht op respect voor het privé-leven van een persoon omvat mede de fysieke en psychische integriteit van die persoon en is er primair op gericht, zonder inmenging van buitenaf, de ontwikkeling van de persoonlijkheid van elke persoon in zijn betrekkingen tot anderen te waarborgen. Gelet hierop overweegt de rechtbank dat een verplichting als hier in geding een aantasting vormt van het recht van eiseres op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer, bedoeld in artikel 8, eerste lid, EVRM. Dit recht heeft evenwel geen absoluut karakter. Op grond van artikel 8, tweede lid, EVRM is de overheid bevoegd om inbreuk te maken op het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer voor zover dit bij wet is voorzien en in een democratische samenleving nodig is onder meer in het belang van het economisch welzijn van het land, de bescherming van de openbare orde en de voorkoming van strafbare feiten. Daarbij is van belang dat in een dergelijk geval aan de Staat een extra ruime ‘margin of appreciation’ toekomt.

3.11. Nu de wettelijke grondslag voor de inbreuk in het geval van eiseres gebaseerd kan worden op artikel 55 van de Wwb is naar het oordeel van de rechtbank voldaan aan de eis dat de inbreuk bij de wet is voorzien. Nu de aard van de verplichting er voorts toe bij kan dragen dat eiseres haar leven weer op orde krijgt en niet uitgesloten is dat daarmee te zijner tijd bijstandsonafhankelijkheid in zicht komt, is de rechtbank van oordeel dat verweerder met deze verplichting binnen de (ruime) grenzen gebleven is die de overheid toekomt bij inbreuken op het recht bedoeld in artikel 8, eerste lid, EVRM. De rechtbank acht in dit verband nog van aanmerkelijk belang dat uit de gedingstukken noch uit het verhandelde ter zitting aannemelijk is geworden dat eiseres haar eigen leven zelfstandig in goede banen kan leiden. Dit leidt de rechtbank tot de slotsom dat verweerder in redelijkheid heeft kunnen besluiten eiseres te verplichten mee te werken aan het VIG-traject.”

Het beroep is ongegrond.

Zie LJN: BP4880.

Zie een eerdere uitspraak van de Rechtbank Amsterdam, LJN: BP4880.

Drie onderzoeken over ‘achter de voordeur’ aanpak van overlast

Het ministerie van VROM publiceert drie rapporten over onder meer de aanpak van overlast door middel van interventieteams en andere projecten ‘achter de voordeur’ van burgers. Het gaat vaak om een combinatie van zorg en handhaving. Volgens het ministerie  mág en  moét de overheid achter de voordeur optreden en, zo stelt het Ministerie, “dat is winst.” De onderzoeken zijn hier te vinden.

De website van het Ministerie meldt:

“Tijdens de conferentie van Nicis Institute, ‘Het aanbellen voorbij’, zijn op 16 maart 2010 drie publicaties van onderzoeken naar de ‘Achter de voordeur’ aanpak uitgereikt. Directeur-generaal Wonen, Wijken en Integratie Mark Frequin en directeur Jeugd en Gezin Katja Mur namen de rapporten namens de ministers voor WWI en Jeugd en Gezin in ontvangst. “Het mág en het moét, en dat is winst.”

Schulden, werkloosheid, slechte beheersing van de taal, psychische aandoeningen en schooluitval. Veel gezinnen in aandachtswijken worstelen met meerdere van deze problemen tegelijk. De hulpverlening aan deze gezinnen was niet goed op elkaar afgestemd. Maar nu werken de gemeenten toe naar ‘één gezin, één plan’. Daarbij belt een hulpverlener aan bij gezinnen waarvan het vermoeden bestaat dat er meerdere problemen spelen. Zonodig verwijst hij ze door.

Experiment

In de steden zijn allerlei varianten van deze aanpak ontstaan. Maar tijdens de 40-wijkentoer in het voorjaar van 2007 bleek dat ze daarbij tegen verschillende organisatorische en financiële knelpunten aanliepen. Daarom startten de ministeries voor WWI en voor Jeugd en Gezin in zeven gemeenten het experiment ‘Achter de voordeur’. Dit experiment zoekt naar werkbare en vernieuwende manieren voor een samenhangend hulpaanbod aan de zogenaamde ‘multiprobleemgezinnen’.

Onderzoeken

Binnen het experiment zijn in opdracht van de ministeries van WWI en Jeugd en Gezin drie onderzoeken uitgevoerd naar de ‘Achter de voordeur’ aanpak. Sira Consulting geeft in ‘De gezinsmanager in beeld’ een inventarisatie van de werkzaamheden en knelpunten waarmee gezinsmanagers worden geconfronteerd. Partners+Pröpper stelde factsheets op van ‘Achter de voordeur’ projecten in de G31 gemeenten, verzameld in ‘Achter de voordeur bij de G31’. En Nicis Institute voerde een literatuuronderzoek uit naar bestaande ‘Achter de voordeur’ projecten, waarbij gekeken is naar de effectiviteit, doelstelling en samenwerking. De uitkomsten zijn gebundeld in ‘Eerste hulp bij Sociale Stijging’.

Urgentie

De publicaties werden op 16 maart 2010 tijdens de conferentie van Nicis Institute ‘Het aanbellen voorbij’ aangeboden aan directeur-generaal Wonen, Wijken en Integratie Mark Frequin en directeur Jeugd en Gezin Katja Mur, die de ministers voor WWI en Jeugd en Gezin vervingen. “Vroeger waren er dertien hulpverleners met een gezin bezig, en kregen de kinderen nóg geen brood mee naar school”, zegt Frequin. Vanuit privacy-oogpunt was de ‘Achter de voordeur’ aanpak lang omstreden. “Maar het gaat er nu niet meer om of het mag. Het mág en het moét, en dat is winst. Durf los te laten. Geef professionals de ruimte om hun werk te doen en accepteer dat verantwoordelijkheden worden overgedragen. De golven zullen groot zijn, er is minder geld, maar de problemen worden niet kleiner. Wij moeten aangeven dat er urgentie is. Dat vraagt veel inzet van jullie en van ons.””

Zie hier.