Hof: Dierenasiel moet vertrekken vanwege overlast

In Aarle-Rixtel is een dierentehuis gevestigd, alwaar 1500 katten en 60 honden wonen.  De activiteiten van het asiel zijn in strijd met het bestemmingsplan. Het college van B&W hebben handhavend opgetreden en een dwangsom opgelegd, maar zijn niet van plan om de dwangsom te innen. De buren van het asiel klagen over geluids- en stankoverlast en stappen naar de civiele rechter. Zij vorderen:

“primair: staken c.q. beëindigen van de illegale activiteiten,
subsidiair: het treffen van voldoende voorzieningen om de geluids- en stankoverlast tot nihil te reduceren door middel van een zogenaamde “ophokplicht”,
meer subsidiair: verbieden van het aanvoeren van nieuwe zieke honden en katten en te gebieden alle op het perceel Bakelseweg 27 te Aarle-Rixtel aanwezige dieren te chippen,  alles op straffe van verbeurte van een dwangsom en met veroordeling van Stichting Dierenthuis in de kosten van deze procedure”

De rechtbank overweegt over de schade die het dierenasiel veroorzaakt:

“Het ligt voor de hand dat er, bij de aantallen dieren die nu aanwezig zijn, aan de zijde van [eisers]. sprake is van schade. Het is aannemelijk dat er stank van uitwerpselen kan en zal overwaaien en dat er geluid kan en zal worden geproduceerd, met name ook op ongelegen momenten als gedurende de avond en nacht. Stichting Dierenthuis heeft zulks weersproken, onder meer onder verwijzing naar een tweetal rapporten; een akoestisch onderzoek en een geuronderzoek, waaruit volgens Stichting Dierenthuis zou volgen dat de geluids- en stankoverlast zeer beperkt zijn en binnen de geldende normen vallen. Aan die onderzoeken kan evenwel geen beslissende betekenis worden toegekend, al was het maar omdat het niet overschrijden van een bepaald aantal decibel nog geenszins uitsluit dat sprake kan zijn van hinder (de hinder is immers ook van de aard, duur en moment van produceren van het geluid afhankelijk). Het is verder voldoende aannemelijk dat potentiële kopers van de onroerende zaken door de aanwezigheid van een zo groot aantal katten en honden zullen worden afgeschrikt; het argument van Stichting Dierenthuis dat zij aangetrokken zullen worden door de te verwachten neerwaartse bijstelling van de WOZ-waarde is uiteraard niet serieus te nemen. De voorzieningenrechter gaat er daarom vanuit dat Stichting Dierenthuis overlast veroorzaakt en dat daardoor [eisers]. – op zijn minste genomen immateriële – schade lijden.”

De rechtbank bepaalt vervolgens dat het dierenasiel de strijdige activiteiten na oktober 2010 moet staken. Daarnaast moeten tot die tijd de bakken met ontlasting van de dieren verplaatst en gesloten te worden. De rechtbank verbindt aan alle veroordelingen  een dwangsom van 1000 euro per dag.

Zie LJN: BM2908. (Het dierenasiel zit inmiddels met de handen in het haar. De SP heeft Kamervragen over de kwestie gesteld. Zie hier.)

Update januari 2011: het Hof in Den Bosch bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Zie LJN: BP1956

College van B&W moet papegaaienoverlast onderzoeken

Een man heeft meerdere papegaaien in een volière in de tuin. Deze vogels maken lawaai. De buurman verzoekt het college van B&W om handhaving van een bepaling uit de APV. Artikel 4.1.5b verplicht degene die zorg heeft voor een dier te voorkomen dat dit voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder veroorzaakt. Het college doet onderzoek naar de overlast waarna de man enkele vogels wegdoet. De buurman blijft klagen, waarna opnieuw onderzoek wordt verricht. Het college weigert om handhavend op te treden. De Rechtbank overweegt over het ingestelde beroep:

“Voorop staat dat het laatstgenoemde geluidsonderzoek bestaat uit slechts een viertal metingen, waarbij slechts één keer is gemeten in de vroege avonduren, een tijdstip waarop de papagaaien en kaketoes volgens eiser en [buurman] extra actief zijn. Voorts zijn de metingen verricht nadat [buurman] kennelijk enkele kaketoes heeft verwijderd. Nu onbetwist is dat [buurman] niet alleen vogels houdt maar ook in deze vogels handelt, had het op de weg van verweerder gelegen over een veel langere periode (namelijk een representatieve periode waarin vogels zijn ge- en verkocht) te meten. Verder volgt uit de resultaten van dit onderzoek dat het geluid van de papagaaien en kaketoes wel degelijk leidt tot een verhoging van het geluidsniveau. Immers, het omgevingsgeluid produceert een Lmax tussen 45 en 55 dB(A), het geluid van de vogels leidt tot een hogere Lmax. Daar komt bij dat de gemeten Lmax-waarden van het geluid van de vogels van [buurman] enkele malen de waarden overschrijden volgens de handreiking industrielawaai en vergunningverlening, bij welke handreiking verweerder bij het bestreden besluit aansluiting heeft gezocht. Ook uit de resultaten van het door eiser verrichte geluidsonderzoek door HMB B.V. kan de rechtbank in deze geen conclusies trekken nu HMB slechts op één dag omstreeks één tijdstip, te weten 9 mei 2008 rond 18.00 uur, metingen heeft verricht en deze metingen plaatsvonden terwijl de omstandigheden (hoeveelheid vogels) anders waren dan ten tijde in geding.

Gelet op het vorenoverwogene bieden de resultaten van voornoemd onderzoek onvoldoende grondslag voor de conclusie dat eiser geen geluidsoverlast ondervindt van de vogels van [buurman]. Dat betekent dat het onderzoek niet met de vereiste zorgvuldigheid is verricht en dat het daarop gebaseerde bestreden besluit een deugdelijke motivering ontbeert, zodat sprake is van strijd met het bepaalde in de artikelen 3:2 en 7:12, eerste lid, van de Awb. Het beroep zal daarom gegrond worden verklaard en het bestreden besluit zal worden vernietigd.”

Zie LJN: BN8192.

Zie ook LJN:BN4417.

Kattenvrouwtje moet aantal katten verminderen

Een vrouw heeft 18 katten in huis. Deze katten veroorzaken veel hinder (stank wegens urine en uitwerpselen). De buren vorderen op grond van artikel 5:37 BW dat de vrouw wordt veroordeelt tot het terugbrengen van het aantal katten naar twee. De rechtbank overweegt:

“Het aantal katten terugbrengen tot tien, zoals [C] heeft voorgesteld, waarbij hij zich beroept op een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Leeuwarden (LJN: BL0162), acht de rechtbank eveneens onvoldoende om de onrechtmatige hinder tegen te gaan. Het aantal van tien katten dat in genoemde uitspraak als redelijk wordt aangemerkt is niet als universele maatstaf bepaald, maar na afweging van alle omstandigheden van dat specifieke geval tot stand gekomen. Bij haar oordeel over deze zaak dient de rechtbank zich te baseren op alle omstandigheden aan de [straatnaam] te [woonplaats]. In dit oordeel betrekt de rechtbank de oppervlakte van de woning en de tuin van [C], de omstandigheid dat zijn woning en die van [A] c.s. in een dichtbebouwde woonwijk staan en de ruimte die [C] blijkbaar heeft om kattenbakken te plaatsen en bij te houden, zowel fysiek als in tijd – [C] verklaart immers dat hij door drukke werkzaamheden op werkdagen veelvuldig van huis is. Uitgaande van de twee aangetroffen kattenbakken en het permanent gebruik van de derde kattenbak die door [C] als reserve is aangemerkt en gezien alle feitelijke omstandigheden als hiervoor vermeld, acht de rechtbank het redelijk om in dit geval het aantal katten tot drie te beperken. Daarmee heeft iedere kat de beschikking over één bak en kan [C] worden geacht, bij minimaal gelijkblijvende frequentie van schoonmaken, zijn huisdieren te houden op een wijze waarbij geen overlast voor de buren zal ontstaan. Omdat de rechtbank het maximum aantal katten blijvend op drie zal stellen, op straffe van een dwangsom als hierna te melden, zal de rechtbank [C] daarnaast veroordelen om de overblijvende katten te laten steriliseren of castreren, eveneens op straffe van een na te melden dwangsom. De gevorderde termijn voor het vinden van een nieuw tehuis voor de overige katten – vier maanden na betekening van dit vonnis – acht de rechtbank redelijk.”

De vrouw mag dus nog drie katten hebben.

Zie LJN: BM5481

Overlast paarden niet aangepakt

Inwoners van Best verzoeken het college van burgemeester en wethouders handhavend op te treden tegen overlast veroorzaakt door paarden. De paarden zouden veel geluidshinder veroorzaken, hetgeen verboden is de APV van de gemeente Best.  Het college wijst dit verzoek af: de eigenaar heeft reeds maatregelen genomen. Hij heeft rubberen dempingplaten in de stal geplaatst. De inwoners doen vervolgens een nieuw verzoek. Het college wijst dit verzoek wederom af: de verzoekers hebben geen nieuwe omstandigheden gemeld. De voorzieningenrechter acht deze afwijzing rechtmatig. De Afdeling stelt dat de verzoekers wel nieuwe omstandigheden hebben gemeld in het tweede verzoek: de paarden stonden nu buiten. Desalniettemin hoeft het college niet handhavend op te treden. Bij controles van de gemeente is namelijk geen geluidshinder geconstateerd.

Zie BL5339.