Omwonenden trachten tevergeefs komt overlastgevend voetbalveld tegen te houden

Buurtbewoners vrezen overlast wegens de komst van een voetbalveld. Zij stellen dat dit trapveldje in strijd is met het bestemmingsplan (Wro) en veel overlast veroorzaakt. Dit blijkt tevergeefs. De rechtbacht verklaart het beroep ongegrond.

Lees verder

Burenruzie over hockeyveld eindigt in rechtszaak over onrechtmatige hinder

Eiser is de buurman van gedaagde. De gedaagde heeft een hockeyveld in zijn tuin aangelegd. In de tuin van eiser zijn al zeventien hockeyballen met aardige snelheid terechtgekomen. Ook klaagt hij over geluidsoverlast. Kortom, een burenruzie. Eiser vordert op grond van art. 5:37 BW dat gedaagde geen hockey meer mag spelen of andere mag laten spelen op het veld. De rechtbank oordeelt dat sprake is van onrechtmatige gevaarzetting maar legt een minder bezwarende voorzorgsmaatregel op. Het hockeydoel moet worden verplaatst, ondanks dat dit gedaagde 3000 tot 5000 euro kost. Lees verder

Bewoners proberen tevergeefs overlast door kinderdagverblijf te weren

Het stadsbestuur van Amsterdam verleent een bouwvergunning voor een kinderdagverblijf.  Ook wordt een ontheffing verleend voor het bestemmingsplan. Omwonenden vrezen overlast en komen in het verweer.

De rechtbank stelt over de geluidsoverlast:

3.6.    Ten aanzien van de vrees voor geluidsoverlast deelt de rechtbank verweerders standpunt dat de kans op geluidsoverlast vanuit het pand ten opzichte van het huis van eiseres, dat bouwkundig niet aangrenzend is gering is. Voorts acht de rechtbank verweerders visie dat vanwege de spelende kinderen in de tuin weliswaar enige geluidsoverlast zal optreden maar dat die gelet op de hiervoor weergegeven argumentatie niet onaanvaardbaar is, niet onjuist. De rechtbank deelt daarbij het standpunt van verweerder dat het Activiteitenbesluit op het stemgeluid van kinderen niet van toepassing is. Hetgeen door eiseres is aangevoerd leidt naar het oordeel van de rechtbank niet tot de conclusie dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met de belangen van de bewoners of zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat er geen aanleiding is voor hun vrees voor overlast. Eiseres heeft deze vrees voor geluidsoverlast, onvoldoende onderbouwd of aannemelijk gemaakt.

De rechtbank stelt vervolgens:

3.9.  Blijkens het bestreden besluit streeft verweerder ernaar een goede afweging te maken tussen het belang van aanvrager bij vestiging van het beoogde kinderdagverblijf en het maatschappelijk belang dat is gediend met de komst van voldoende kinderopvangvoorzieningen enerzijds en de belangen van omwonenden anderzijds. Verweerder heeft overwogen dat er een grote behoefte bestaat aan voldoende kinderopvang en dat door het faciliteren van voldoende kinderopvang het gemakkelijker wordt gemaakt voor ouders met kinderen om te gaan werken. Dit heeft een positieve invloed op de uitstraling van het stadsdeel als geheel. Verweerder is van oordeel dat het maatschappelijke belang en het belang van aanvrager bij vestiging van het gevraagde kinderdagverblijf in dit specifieke geval zwaarder wegen dan de belangen die zijn gediend bij het weigeren van de gevraagde ontheffing. Niet kan worden gezegd dat verweerder, mede gelet op hetgeen hiervoor omtrent de geluidsoverlast is overwogen, bij afweging van alle belangen in redelijkheid niet tot een dergelijke keuze kon komen. Dat verweerder daarbij niet de door de VNG geadviseerde 30 meter afstand aanhoudt, acht de rechtbank begrijpelijk gelet op de stedelijke situatie ter plaatse.

Het lukt de bewoners dus niet om het overlastgevende kinderdagverblijf te weren.

Zie LJN: BT6948.

Overlast kinderdagverblijf door gemeente geweerd met bestemmingsplan

Het college van b&w weigert een ontheffing van het bestemmingsplan te verlenen voor de vestiging van een kinderdagverblijf in een woonhuis:

Bij brief van 8 december 2009 heeft eiseres aan verweerder verzocht medewerking te verlenen aan een ontheffing op grond van artikel 3.23 Wet ruimtelijke ordening (Wro) voor de bedrijfsmatige opvang van maximaal 12 kinderen op het perceel [adres] te Soest (hierna: het perceel). Blijkens het voorstel tot besluit van 31 mei 2010 was verweerder aanvankelijk voornemens om medewerking te verlenen aan het verzoek van eiseres. Dit voornemen heeft vanaf 24 juni 2010 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Na binnenkomst van een tweetal zienswijzen heeft verweerder het nadere standpunt ingenomen dat onvoldoende rekenschap was gegeven aan het feit dat zich aan één kant van het perceel wel degelijk buren bevinden en dat het een twee-onder-een-kapwoning betreft. De bedrijfsmatige opvang van 12 kinderen maakt volgens verweerder een onevenredige inbreuk op de woonbestemming van de [adres], zijnde de woning van [belanghebbenden]. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de door eiseres gevraagde ontheffing van het bestemmingsplan geweigerd.

Omwonenden hebben geklaagd over de te verwachten overlast van het kinderdagverblijf:

In de ingediende zienswijzen is kort samengevat naar voren gebracht dat sprake is van (geluids)overlast van de kinderen die worden opgevangen door het gastouderbureau, dat het aantal verkeersbewegingen bij een toename van het aantal kinderen (van zes naar twaalf) nog verder zal toenemen, en dat door de realisatie van parkeerplekken in de voortuin stankoverlast wordt veroorzaakt. Stichting de Alliantie heeft als eigenaar en verhuurder van de [adres] en van diverse andere omringende woningen, in het bijzonder naar voren gebracht dat één van haar hoofdverplichtingen is het verschaffen van het rustige woongenot aan haar huurders.

De rechtbank gaat akkoord met de weigering van de ontheffing van het bestemmingsplan:

De rechtbank is van oordeel dat verweerder in redelijkheid een groter gewicht heeft mogen toekennen aan het meer algemene belang van een ongestoord woongenot dan aan het belang van eiseres. Verweerder heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat de opvang van 12 kinderen te zeer afbreuk doet aan de (op het naastgelegen perceel gegeven) woonbestemming en in redelijkheid de ontheffing kunnen weigeren.

Zie LJN: BR0220.

Onderzoek praktijkervaringen met Voetbalwet verschenen

De Voetbalwet (Wet maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast) is vorig jaar in werking getreden. De inspectie Openbare Orde en Veiligheid heeft de Voetbalwet geëvalueerd. De inspectie meldt op de site:

Op 1 september 2010 is de wet ‘maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast’ (mbveo) in werking getreden.

De wet regelt enkele wijzigingen in de Gemeentewet, het Wetboek van Strafvordering en het Wetboek van Strafrecht. De burgemeester en de officier van justitie krijgen daarmee (nieuwe) bevoegdheden tot het treffen van maatregelen om voetbalvandalisme en ernstige overlast door groepen en individuen te bestrijden. De wet mbveo is een aanvulling op de al bestaande instrumenten waarover burgemeesters en officieren van justitie beschikken om overlast te bestrijden.

Bij de behandeling van deze wet heeft de Eerste Kamer de wens geuit om tussentijds geïnformeerd te worden over de toepassing van de wet in de praktijk. De Inspectie OOV is gevraagd hierover te rapporteren in juni 2011 en in juni 2012.

Het doel van het rapport is om de eerste praktijkervaringen met de wet mbveo in kaart te brengen. Het rapport bevat cijfer- en feitenmateriaal over het gebruik van de wet en inzicht in de ervaringen van gemeenten en arrondissementen bij de toepassing van de wet tot 1 april 2011.

De Voetbalwet is 58 keer ingezet: 25 keer bij voetbal en negentien keer bij overlast in wijken. Verder was er twaalf keer een gebiedsverbod bij evenementen en ging het twee keer om individuele gevallen van overlast.

De burgemeester van Den Haag zette de Voetbalwet twaalf keer in, gevolgd door de burgemeesters van Amsterdam (tien keer) en Rotterdam (acht keer).

De rechter beoordeelde inzet van de Voetbalwet vier keren. Drie keer kregen de klagers gelijk. Het dossier tegen een mogelijke hooligan of overlastveroorzakers was dan niet compleet en concreet genoeg was om een maatregel tegen hem te nemen. Eerder zagen wij al dat de aanpak van hooligans met de Voetbalwet niet erg succesvol was. Aanpak van overlastgevende jongeren met de Voetbalwet lukt soms wel.

De bevoegdheid uit art. 172b Gemeentewet is nog niet ingezet.

Het rappport is hier te vinden. De beleidsreactie van de regering is hier te vinden.