Hooligans NAC veroordeeld voor overtreding samenscholingsverbod

In 2009 rijdt een colonne NAC-supporters (de hooligans) naar Tilburg. Zij willen naar het stadion van Willem II, maar rijden door naar een café waar harde kern supports van Willem II zich ophouden. Het lukt vervolgens de ME om de groepen uit elkaar te houden. De hooligans worden succesvol vervolgd wegens het overtreden van het samenscholingsverbod uit de APV Tilburg. Het hof overweegt:

Het hof stelt bij de beoordeling van het verweer voorop dat naar zijn oordeel ook sprake kan zijn van samenscholen, in de zin van: het groepsgewijs bij elkaar komen van mensen, indien het betreft personen die zich in verschillende auto’s bevinden. Samenscholen kan men te voet, op de fiets, op een tweewieler, maar ook met een auto.

Vervolgens dient het hof de vraag te beantwoorden of de bedoelde samenscholing er één was als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Tilburg 2005; de tenlastelegging heeft immers uitsluitend op een dergelijke samenscholing het oog.
Uit het opschrift van artikel 7 van die Verordening (‘samenscholing en ongeregeldheden’) valt af te leiden dat bij een samenscholing wordt gedacht aan een groepsgewijs bijeen zijn op een wijze, die een gerechtvaardigde vrees voor een min of meer ernstige verstoring van de openbare orde oproept. Daartoe dient, ingevolge de toelichting op genoemde APV, meer in het bijzonder te worden vastgesteld dat sprake was van mensen die een dreigende houding aannamen of kwade bedoelingen hadden. Dat de betrokken personen een dreigende houding aannamen is niet gebleken, van kwade bedoelingen echter wel. Daaromtrent overweegt het hof het volgende.

De verdachte en zijn mededaders hebben opgegeven dat zij zich van Breda naar Tilburg hebben begeven, enkel en alleen ten behoeve van het bezoeken van de wedstrijd tussen Jong Willem II en Jong NAC Breda. Het hof hecht aan deze bewering geen geloof, en wel om de volgende redenen.

Uit hetgeen het hof hierboven als feitelijke gang van zaken heeft vastgesteld, blijkt dat
een deel van de betrokkenen zich onderweg (kennelijk: willens en wetens) zo lang heeft opgehouden, dat zij het stadion onmogelijk nog voor het begin van de wedstrijd konden bereiken. Tevens leidt het hof daaruit af dat men het gezamenlijk oprukken naar Tilburg belangrijker vond dan het op tijd aldaar aankomen. Voor alle betrokkenen geldt dat zij Tilburg pas geruime tijd na aanvang van de wedstrijd bereikten. Vervolgens is geen enkele ernstig te nemen poging ondernomen om het stadion binnen te gaan; sommige betrokkenen verklaarden huiswaarts te hebben willen keren omdat vanuit het stadion het bericht zou zijn gekomen ‘dat de (toegangs)hekken waren gesloten’, zonder dat de juistheid van dit bericht werd geverifieerd; anderen verklaarden dit te hebben willen doen omdat werd bericht ‘dat men niet welkom was in het stadion’, en nog weer anderen verklaarden gewoon, zonder meer, mee terug te hebben willen gaan toen hun metgezellen zeiden huiswaarts te zullen keren. Het hof concludeert dat men het stadion helemaal niet in wilde. Het betrekt hierbij het gegeven, dat tenminste drie van de betrokkenen het stadion niet eens binnen mochten, omdat voor hen een stadionverbod gold, en dat de betrokkenen, in plaats van zich naar binnen te begeven, schijnbaar doelloos met hun colonne auto’s een rondje zijn gaan rijden. Dat dit geschiedde om een parkeerplaats te zoeken acht het hof – mede gelet op de wijze waarop dit gebeurde – onaannemelijk.
Verdachte en zijn mededaders hadden kennelijk een andere bedoeling. Dat dit een kwade bedoeling was leidt het hof af uit de wapens, welke door een niet onbelangrijk aantal van hen werden meegevoerd, zoals verzwaarde (vecht)handschoenen en ploertendoders. Dat deze uitsluitend bedoeld waren als bescherming tegen de kou (voorzover de handschoenen aangaat) acht het hof, mede gelet op het aantal meegevoerde handschoenen en de aard van de overige wapens, ongeloofwaardig. Wat men precies voor ogen had behoeft niet te worden vastgesteld, maar het ligt voor de hand om aan te nemen, zoals blijkens het dossier ook de politie op dat moment heeft gedaan, dat men een harde confrontatie zocht met supporters van de tegenpartij, Willem II.

Het hof acht op grond van de bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte heeft deelgenomen aan een samenscholing van ongeveer 34 personen, die zich verdeeld over ongeveer acht personenauto’s over een aantal wegen in de omgeving van het voetbalstadion van Willem II binnen de gemeente Tilburg heeft bewogen, waarbij die personenauto’s meermalen tot stilstand zijn gebracht.

Naar het oordeel van het Hof is niet komen vast te staan dat alle personen, die deel uitmaakten van de in de tenlastelegging omschreven samenscholing, waren voorzien van wapens, dat zij allen hun auto’s hebben verlaten, zich (vervolgens) als groep (het Hof begrijpt: te voet) hebben verzameld en (vervolgens) in de richting van het voetbalstadion van Willem II zijn gelopen; in zoverre dient vrijspraak te volgen. Deze gedeeltelijke vrijspraak heeft verder geen invloed, omdat de hier bedoelde omstandigheden geheel ten overvloede ten laste waren gelegd en de verdediging niet op een verkeerd spoor blijken te hebben gebracht.
Verder heeft het hof onvoldoende aanknopingspunten gevonden om te kunnen vaststellen dat (enkel) door voornoemde samenscholing een dreigende situatie is ontstaan. Ook in zoverre dient vrijspraak te volgen.

Zie LJN: BU9215.

Kamervragen omtrent vernietigd samenscholingsverbod Utrecht

Vragen van de leden Kuiken en Spekman (beiden PvdA) aan de ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het vernietigen van een samenscholingsverbod door de Hoge Raad (ingezonden 24 juni 2010).

Antwoord van minister Hirsch Ballin (Justitie en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) (ontvangen 16 juli 2010). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2009–2010, nr 2838.
Vraag 1
Kent u het bericht «Hoge Raad vernietigt samenscholingsverbod Utrecht»? (de Volkskrant, 23 juni 2010)
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Is het waar dat op basis van een zogenoemde vormfout door het Openbaar Ministerie (OM) de Hoge Raad een arrest van het Hof met betrekking tot het samenscholingsverbod in de wijk Zuilen in Utrecht heeft vernietigd?
Antwoord 2
De Hoge Raad heeft een arrest van het gerechtshof Amsterdam, zitting houdend te Arnhem, van 1 oktober 2008 vernietigd en het Openbaar Ministerie (OM) alsnog niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep (22 juni 2010, LJN: BK9727). De reden hiervoor was dat op de door het OM ingediende akte van het rechtsmiddel «cassatie» stond vermeld in plaats van «hoger beroep». Overigens betrof dit een Utrechts samenscholingsverbod in de wijk Kanaleneiland en niet in de wijk Zuilen.
Vraag 3
Deelt u de mening dat het te betreuren valt dat een arrest vanwege een vormfout en niet om inhoudelijke reden wordt vernietigd? Zo ja, wat gaat u ondernemen om dergelijke vormfouten tegen te gaan? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
Er is helaas sprake geweest van een vergissing. Het OM heeft aangegeven dat slechts zelden sprake is van het onjuist instellen van een rechtsmiddel. Bovendien geven de gevolgen die de Hoge Raad in het arrest aan een dergelijk vormfout verbindt een aanzienlijke prikkel aan het OM om nog scherper op te letten. Om die reden zie ik geen aanleiding maatregelen te nemen.
Vraag 4 en 5
Is het waar dat het genoemde samenscholingsverbod door de vernietiging van het arrest van het Hof nu de facto niet meer kan worden gebruikt, zoals de gemeente Utrecht dat voor ogen stond? Zo ja, wat zijn de gevolgen voor de handhaving van de openbare orde en de veiligheid in desbetreffende wijk?
Heeft de uitspraak van de Hoge Raad gevolgen voor andere samenscholingsverboden? Zo ja, welke?
Antwoord 4 en 5
Het samenscholingsverbod zoals dat in vrijwel alle algemene plaatselijke verordeningen (APV) is opgenomen, geldt voor eenieder. Over het algemeen houdt het samenscholingsverbod niet meer in dan dat het verboden is op of aan de weg deel te nemen aan een samenscholing. De geldigheid van een dergelijk samenscholingsverbod is door de Hoge Raad bevestigd in zijn arrest van 28 mei 2002 (LJN: AE1494).
Het samenscholingsverbod wordt in Utrecht als volgt toegepast. De burgemeester van Utrecht en het OM hebben in 2007 besloten het gebied Kanaleneiland-Noord voor de duur van zes maanden aan te wijzen als een gebied waarin het samenscholingsverbod, zoals opgenomen in artikel 10 van de APV Utrecht, intensief zou worden gehandhaafd ten aanzien van een specifieke groep jongeren die tevoren waren aangewezen als potentiële overlastveroorzakers. De aangewezen personen kregen van de burgemeester een brief waarin stond dat zij in het aangewezen gebied niet in een groep van vijf of meer personen mochten staan. Dit specifieke handhavingsbeleid heeft ertoe geleid dat een aantal jongeren is vervolgd wegens overtreding van het samenscholingsverbod, omdat zij in het aangewezen gebied in een groep van vijf of meer personen bijeen stonden.
Zoals onder 1 aangegeven heeft de Hoge Raad in cassatie de officier van justitie alsnog op procedurele gronden niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Daardoor zijn in deze zaken de veroordelingen die het gerechtshof had uitgesproken vernietigd en blijven de door de kantonrechter van Utrecht op 13 februari 2008 uitgesproken vrijspraken in stand. Door de niet-ontvankelijk verklaring is de Hoge Raad niet toegekomen aan het inhoudelijk behandelen van de zaken en daarmee niet aan de vraag of het samenscholingsverbod correct is toegepast en/of het hof de verdachten terecht heeft veroordeeld.
De lokale driehoek van Utrecht heeft zich beraden op de gevolgen van het arrest van de Hoge Raad. De driehoek heeft geconcludeerd dat er geen aanleiding is om het gerichte handhavingsbeleid ten aanzien van het samenscholingsverbod te beëindigen. Dit beleid, dat nu wordt toegepast in de wijk Zuilen-Oost, zal derhalve worden voortgezet. Bij overtreding van het samenscholingsverbod door een persoon tot wie het handhavingsbeleid zich richt, zal deze worden geverbaliseerd en worden gedagvaard voor de kantonrechter. Bij een eventuele vrijspraak kan het OM opnieuw hoger beroep aantekenen.
Vraag 6
Deelt u de mening dat van de aanwezigheid van sommige groepen ook een dreiging kan uitgaan ook al is er (nog) geen sprake van daadwerkelijke ordeverstoring? Zo ja, past dit binnen de huidige definitie van het begrip bedreiging, zoals bedoeld in het Wetboek van Strafrecht?
Antwoord 6
Een groep kan door houding, gedrag, kleding e.d. op sommigen dreigend of intimiderend overkomen, ook als er (nog) geen sprake is van daadwerkelijke verstoring van de openbare orde. Dit zal feitelijk moeten worden vastgesteld aan de hand van de uiterlijke verschijningsvorm en de gedragingen van een groep, mede bezien in samenhang met plaatselijke omstandigheden.
Bij samenscholing is nog geen sprake van bedreiging in de zin van artikel 285 Wetboek van Strafrecht.
Vraag 7
Als het wetsvoorstel maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast (31 467) in werking is getreden, is een samenscholingsverbod, zoals in het vernietigd arrest is besproken, wettelijk mogelijk?
Antwoord 7
Zoals in het voorgaande is aangegeven, heeft de Hoge Raad zich niet uitgesproken over de vraag of het samenscholingsverbod correct is toegepast en het gerechtshof de verdachten terecht heeft veroordeeld.
In het wetsvoorstel maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast, dat op 6 juli 2010 door de Eerste Kamer is aangenomen en binnenkort in werking zal treden, wordt het zogenaamde «groepsverbod» geïntroduceerd. Dit houdt in dat de burgemeester aan een persoon die herhaaldelijk individueel of groepsgewijs de openbare orde heeft verstoord of bij groepsgewijze verstoring van de openbare orde een leidende rol heeft gehad, bij ernstige vrees voor verdere verstoring van de openbare orde een bevel kan geven zich niet binnen een door de burgemeester aangewezen gebied op voor het publiek toegankelijke plaatsen in groepsverband op te houden zonder redelijk doel met meer dan drie andere personen. Deze bevoegdheid van de burgemeester biedt een extra mogelijkheid voor het tegengaan van ongewenste groepsvorming en daarmee gepaard gaande verstoringen van de openbare orde door groepen (zie ook Kamerstukken II, 2007–2008, Aanhangsel 1611 en 1639 met de antwoorden op Kamervragen van de leden Teeven (VVD) en Kuiken en Depla (beiden PvdA) over het samenscholingsverbod in Utrecht).
Zie hier.

Culemborg: samenscholingsverbod van kracht en gebiedsontzeggingen mogelijk

De noodverordening in de gemeente Culemborg is niet langer van kracht. Wel is daar een samenscholingsverbod en de mogelijkheid tot opleggen van gebiedsontzeggingen voor in de plaats gekomen. Op de website van de gemeente Culemborg zijn twee berichten te vinden. Het eerste bericht luidt:

‘Vanwege de gebeurtenissen in Terweijde was in Culemborg van 4 ja nuari tot en met 25 januari een noodverordening van kracht. In plaats hiervan heeft de burgemeester van Culemborg, op grond van artikel 2:1 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2009, een samenscholingverbod voor Terweijde vastgesteld. Het verbod is bedoeld om in een zo vroeg mogelijk stadium op te kunnen treden tegen overlast en criminaliteit. Goedwillende bewoners en bezoekers hebben van de maatregel geen enkele last: ‘normale’ vormen van samenkomen vallen er niet onder. De politie blijft scherp toezicht houden in de Staatsliedenbuurt.

Burgemeester Roland van Schelven heeft na overleg met politie en OM besloten tot het instellen van het samenscholingsverbod voor een periode van 6 maanden. Het samenscholingsverbod is een extra maatregel om de openbare orde in het aangewezen gebied te blijven waarborgen, de criminaliteit terug te dringen en bewoners hun gevoel van veiligheid terug te geven. De huidige situatie rechtvaardigt naar de mening van burgemeester, politie en OM een maatregel als het samenscholingsverbod. Daarnaast wordt de al bestaande intensieve aanpak van de veiligheid in het gebied voortgezet.

Het samenscholingsverbod richt zich op de jongeren die in het gebied overlast veroorzaken (als schelden, roekeloos rijden met scooters of auto’s, vernieling, hinderen en intimideren voorbijgangers) of zich schuldig maken aan strafbare feiten. Het verbod houdt in dat het niet is toegestaan in het aangewezen gebied met vier of meer personen bij elkaar te staan. De politie beoordeelt of daarbij overlast of verstoring van de openbare orde dreigt. Overtreding of het niet opvolgen van door de politie gegeven bevelen, wordt strafrechtelijk vervolgd. Het Openbaar Ministerie geeft hieraan prioriteit.

Het samenscholingsverbod heeft betrekking op het gebied dat begrensd wordt door de Weidsteeg, Rijksstraatweg, Provinciale weg N320 en de Parklaan, inclusief oostelijke groenstroken. Het samenscholingsverbod is van kracht voor de duur van zes maanden. Gedurende de looptijd worden de resultaten van de maatregel geëvalueerd. Aan de hand van de evaluaties wordt besloten of verlenging van de maatregel nodig is.

De gemeente Culemborg werkt intensief, samen met bewoners, aan het normaliseren van de situatie in de Staatsliedenbuurt. Concreet is afgesproken dat er een bewonersoverleg komt voor de wijk Terweijde: een representatieve groep die de wijk vertegenwoordigt en gesprekspartner is voor de gemeente. Daarnaast worden er aanspreekpunten benoemd, mensen die bij incidenten ingeschakeld kunnen worden om te proberen escalatie te voorkomen. Tot slot komen er buurtveiligheidsteams. Het is de bedoeling dat in elk team drie bewoners uit de wijk meelopen onder begeleiding van een professioneel bureau. De teams gaan dagelijks surveilleren in de wijk om personen die overlast geven aan te spreken op hun gedrag.’ Zie ook hier.

Het tweede bericht luidt als volgt:

‘De burgemeester van de gemeente Culemborg, heeft, naast het eerder aangekondigde samenscholingsverbod, besloten het gebied Terweijde aan te wijzen als gebied waarvoor een verblijfsontzegging kan gelden. Hierdoor wordt het mogelijk om personen en groepen die zich eerder schuldig hebben gemaakt aan overlast danwel verstoring van de openbare orde uit dit gebied te weren.

Met de mogelijkheid tot verblijfsontzegging heeft de politie een effectief instrument in handen om iets te doen tegen bepaalde (groepen) jongeren in de wijk Terweijde die zich schuldig maken aan onder andere overlast, opdringerig gedrag, beledigingen, intimidaties en het plegen van vernielingen en geweldsdelicten. Zo kunnen personen en groepen die zich eerder schuldig hebben gemaakt aan overlast of verstoring van de openbare orde een verblijfsontzegging krijgen voor een bepaalde tijd. Dit betekent dat personen die veroordeeld zijn met een ontzegging, in overtreding zijn zo gauw zij zich in het gebied begeven. De politie kan dan ingrijpen en de betrokkene uit het gebied verwijderen.

In de Algemeen Plaatselijke Verordening was de mogelijkheid tot verblijfontzeggingen reeds opgenomen. In 2003, 2004 en 2005 zijn het uitgaansgebied in het centrum, het Stationsgebied en het Chopinplein in Culemborg als gebied waarvoor verblijfsontzeggingen kunnen gelden aangewezen. Inmiddels is de noodzaak gebleken van toepassing van verblijfsontzegging voor het gebied Terweijde. Dit gebied wordt omsloten door het Chopinplein (aan voor- en achterzijde) en alle straten die vallen in het gebied binnen de Mozartlaan, Parklaan, Van Limburg Stirumstraat en Middelcoopstraat.

De burgemeester heeft zijn bevoegdheid tot het opleggen van een verblijfsontzegging gemandateerd aan de teamchef van de politie van Culemborg.’ Zie hier voor het besluit.

Advocaat-Generaal kraakt samenscholingsverbod Utrecht

Advocaat-Generaal (AG) Knigge is in zijn advies aan de Hoge Raad zeer kritisch over het arrest van het Hof omtrent het samenscholingsverbod uit Kanaleneiland. Zie hier voor een eerder bericht over dit verbod.

In deze zaak is het de vraag of het Hof het begrip samenscholing niet te ruim heeft uitgelegd. Volgens Knigge is dat het geval:

‘Het oordeel van het Hof dat niet iedere groepsvorming “samenscholing” oplevert, kan worden onderschreven. De vraag is echter of een bijkomende “negatieve connotatie” voldoende is om van samenscholing te spreken. Dat hangt uiteraard af van wat met “negatieve connotatie” wordt bedoeld. Als het Hof daarmee tot uitdrukking heeft willen brengen dat sprake moet zijn van een daadwerkelijke verstoring van de openbare orde doordat de groep een dreigende houding aanneemt of anderszins kenbaar maakt dat zij kwade bedoelingen heeft, is van een onjuiste rechtsopvatting geen sprake. Daar lijkt het echter niet op. Het beroep dat het Hof doet op de “context” van de problemen in de wijk Kanaleneiland-Noord laat mijns inziens geen andere conclusie toe dan dat een daadwerkelijke ordeverstoring in de zojuist bedoelde zin naar het oordeel van het Hof niet vereist is. Volgens het Hof is voor de vereiste “negatieve connotatie” voldoende dat de groepsvorming plaats heeft in een wijk waarvan de bewoners en bezoekers zich onveilig voelen door overlastgevend gedrag van jongeren. Daarmee heeft het Hof blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting, hetgeen betekent dat sprake is van grondslagverlating.’

Daarnaast komt Knigge met nog twee bezwaren. De AG vraagt zich af of het Hof in dit geval terecht een samenscholing bewezen acht . Vijf jongens stonden namelijk nog geen twee minuten bij elkaar:

‘De vaststelling van het Hof dat die “vijf jongens buiten op de stoep bij elkaar stonden” gedurende die twee (kleine) minuten, lijkt te impliceren dat het Hof van oordeel is dat ook vijf personen een samenscholing kunnen vormen en dat voor het door het Hof op zich terecht relevant geachte “tijdselement” een periode van nog geen twee minuten voldoende is. Of een en ander met het algemene spraakgebruik is te verenigen, lijkt mij de vraag. ‘

Daarnaast blijkt niet dat de jongeren een dreigende houding aannamen of anderszins blijk gaven van kwade bedoelingen. De AG concludeert dat het arrest van het Hof vernietigd moet worden. Zie voor het (lange) advies BK9727.

Het is afwachten of de Hoge Raad het advies van de AG overneemt. De AG bracht ook nog twee andere adviezen uit over het samenscholingsverbod. Deze hebben nagenoeg dezelfde inhoud.

Samenscholingsverbod opgeheven en Mosquito weg in Utrecht

De gemeente Utrecht meldt het volgende:

Het pakket aan maatregelen ter bevordering van de veiligheid in de Utrechtse wijk Kanaleneiland werpt vruchten af. Zo daalt de criminaliteit, neemt overlast van jongeren af en zeggen wijkbewoners zich veiliger te voelen. Ook is er een verbeterde relatie tussen jongeren en straatcoaches. Het gebruik van mosquito’s zal eveneens per vandaag worden beëindigd.
Juist die combinatie van een verbeterde relatie tussen jongeren en straatcoaches enerzijds en een afname van de jongerenoverlast anderzijds, heeft burgemeester Aleid Wolfsen van Utrecht, namens de politie Utrecht en het Openbaar Ministerie, doen besluiten het aflopende samenscholingsverbod in Kanaleneiland per 1 december (vandaag) niet te verlengen.
Uit cijfers blijkt dat de criminaliteit in Kanaleneiland na invoering van een uitgebreid pakket aan maatregelen in 2008 met zeker 14% is gedaald. In datzelfde jaar daalde de specifieke jongerenoverlast van 62% in 2007 naar 56%. De algemene beleving van onveiligheid onder bewoners van de wijk is van 56% naar 49% gedaald. Deze positieve trend lijkt zich nog steeds voort te zetten. Ook constateert de politie dat de vormen van overlast steeds lichter van aard zijn. Er is minder sprake van intimidatie, maar meer van op straat voetballende jeugd.
“Het verheugt me zeer om vast te stellen dat de overlast in Kanaleneiland verminderd is en dat mensen zich er veiliger voelen. We vertrouwen erop dat deze trend zich blijft voortzetten. Mocht er onverhoopt weer sprake zijn van terugval, dan zal ik uiteraard niet aarzelen om opnieuw gebruik te maken van een zwaar middel als het samenscholingsverbod,” aldus de burgemeester.
De overige instrumenten ter bevordering van de veiligheid in de wijk worden grotendeels gehandhaafd. Bovenal blijft de gemeente inzetten op het creëren van kansen voor jongeren met ondermeer persoonlijke begeleiding richting werk, scholing, zorg en schuldhulpverlening.

‘Het pakket aan maatregelen ter bevordering van de veiligheid in de Utrechtse wijk Kanaleneiland werpt vruchten af. Zo daalt de criminaliteit, neemt overlast van jongeren af en zeggen wijkbewoners zich veiliger te voelen. Ook is er een verbeterde relatie tussen jongeren en straatcoaches. Het gebruik van mosquito’s zal eveneens per vandaag worden beëindigd.

Juist die combinatie van een verbeterde relatie tussen jongeren en straatcoaches enerzijds en een afname van de jongerenoverlast anderzijds, heeft burgemeester Aleid Wolfsen van Utrecht, namens de politie Utrecht en het Openbaar Ministerie, doen besluiten het aflopende samenscholingsverbod in Kanaleneiland per 1 december (vandaag) niet te verlengen.

Uit cijfers blijkt dat de criminaliteit in Kanaleneiland na invoering van een uitgebreid pakket aan maatregelen in 2008 met zeker 14% is gedaald. In datzelfde jaar daalde de specifieke jongerenoverlast van 62% in 2007 naar 56%. De algemene beleving van onveiligheid onder bewoners van de wijk is van 56% naar 49% gedaald. Deze positieve trend lijkt zich nog steeds voort te zetten. Ook constateert de politie dat de vormen van overlast steeds lichter van aard zijn. Er is minder sprake van intimidatie, maar meer van op straat voetballende jeugd.

“Het verheugt me zeer om vast te stellen dat de overlast in Kanaleneiland verminderd is en dat mensen zich er veiliger voelen. We vertrouwen erop dat deze trend zich blijft voortzetten. Mocht er onverhoopt weer sprake zijn van terugval, dan zal ik uiteraard niet aarzelen om opnieuw gebruik te maken van een zwaar middel als het samenscholingsverbod,” aldus de burgemeester.

De overige instrumenten ter bevordering van de veiligheid in de wijk worden grotendeels gehandhaafd. Bovenal blijft de gemeente inzetten op het creëren van kansen voor jongeren met ondermeer persoonlijke begeleiding richting werk, scholing, zorg en schuldhulpverlening.’

Zie hier.