Afdeling bestuursrechtspraak RvS: oplegging tijdelijk huisverbod rechtmatig

De Afdeling Bestuursrechtspraak acht in meerdere uitspraken de oplegging van een tijdelijk huisverbod rechtmatig. Wel verklaart de Afdeling in een zaak het hoger beroep gegrond:

“2.1. De rechtbank heeft overwogen dat het opgelegde huisverbod op 2 februari 2010 is geëindigd en derhalve ten tijde van de behandeling van de beroepen niet meer tot nadelige gevolgen voor [appellant] kan leiden. Naar het oordeel van de rechtbank is niet gebleken dat [appellant] belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroepen tegen de besluiten van 5 januari 2010 en 14 januari 2010. De rechtbank heeft de door [appellant] tegen deze besluiten ingestelde beroepen niet-ontvankelijk verklaard.

2.2. [appellant] komt op tegen dit oordeel van de rechtbank. Hij stelt dat hij tijdig en in voldoende mate heeft aangetoond dat hij als gevolg van voormelde besluiten zowel financiële als emotionele schade heeft geleden.

2.2.1. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 19 mei 2010 in zaak nr.200907721/1/H3), heeft een persoon aan wie een tijdelijk huisverbod is opgelegd dat is geëindigd ten tijde van de toetsing daarvan door de rechter, nog een rechtens te beschermen belang bij beoordeling van de rechtmatigheid van dit besluit. Daarbij is redengevend dat een huisverbod, gelet op de gronden waarop dit wordt opgelegd, een publiekelijke afwijzing van het gedrag van betrokkene impliceert. Gelet hierop is tot op zekere hoogte aannemelijk dat iemand aan wie een huisverbod is opgelegd, als gevolg daarvan in zijn eer en goede naam is geschaad. Anders dan de rechtbank, is de Afdeling derhalve van oordeel dat [appellant] belang heeft bij een beoordeling van zijn beroepen tegen het opleggen en verlengen van deze maatregel. De rechtbank heeft zijn beroepen reeds daarom ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard.

2.3. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling de door [appellant] tegen de besluiten van 5 januari 2010 en 14 januari 2010 ingestelde beroepen beoordelen.”

In de daarop volgende beoordeling acht de ABRvS de opgelegde huisverboden rechtmatig.

Zie LJN: BP9574.

Zie ook:

LJN: BP9573

LJN: BP5460

LJN: BO1131

LJN: BP5464

Jurisprudentieoverzicht Wet Tijdelijk Huisverbod

Het ministerie van Veiligheid en Justitie heeft een jurisprudentieoverzicht voor de Wet Tijdelijke Huisverbod gepubliceerd. In het overzicht zijn de beslissingen uit de jurisprudentie geordend.

Huisverbod.nl meldt:

“Het ministerie van Veiligheid en Justitie heeft een uitgebreid overzicht met jurisprudentie gemaakt over het tijdelijk huisverbod. In dit overzicht wordt op thematische wijze aandacht besteed aan de rechterlijke uitspraken met betrekking tot de wet.

Het is een eerste globale verkenning van de uitspraken die zijn gepubliceerd tot en met 30 november 2010. Dit document beoogt een globaal, thematisch overzicht te geven van de uitspraken die zijn gedaan met betrekking tot het huisverbod. Het is geen grondige juridische analyse. Evenmin zijn de onderliggende dossiers van de betreffende casussen bestudeerd.

Om deze redenen kunnen aan dit document dan ook geen rechten worden ontleend. Het document is vooral bedoeld als handreiking, die gebruikt kan worden voor beleidsdoeleinden. Voor nadere informatie over de uitspraken inzake het betreffende thema wordt verwezen naar de in de voetnoten vermelde uitspraken.”

Download het overzicht hier.

Voorzieningenrechter vernietigt huisverbod

De voorzieningenrechter van de Rechtbank Amsterdam vernietigt een Tijdelijk Huisverbod:

“De rechter is echter van oordeel dat er geen feiten of omstandigheden zijn vastgesteld op grond waarvan verweerder het ernstig vermoeden heeft kunnen hebben dat de veiligheid van de vrouw en de kinderen door de aanwezigheid van de man in de woning ernstig in gevaar was.
Het enkele feit dat de vrouw de politie heeft gebeld en dat de kinderen van slag waren is hiertoe onvoldoende, zelfs bezien in het licht van de getuigenverklaring van de zuster van de vrouw. Aan die verklaring dient een beperkt belang te worden gehecht nu al hetgeen zij heeft verklaard informatie betreft die zij van haar moeder heeft verkregen, te weten informatie over hetgeen haar zuster aan haar moeder had verteld. Daarbij komt dat zij deze verklaring later heeft ingetrokken.
Het gedrag van de kinderen komt de rechter niet ongebruikelijk voor in geval zij getuige zijn van een heftige woordenwisseling tussen ouders. Dit is derhalve onvoldoende indicatie om te vrezen voor toekomstig ernstig fysiek of mentaal geweld. Naar niet in geschil is zijn de kinderen eerst harder of meer gaan huilen na aankomst van de politie in de woning.
Voorts is van belang, dat bij de vrouw geen letsel is geconstateerd. Zij heeft bovendien geen aangifte tegen de man willen doen en zij heeft zich verzet tegen het opleggen van een tijdelijk huisverbod aan de man. Tegenover de politie heeft zij verklaard dat zij in de toekomst geen geweld van de man vreest. Deze gegevens ziet de rechter als een indicatie voor de ernst van het huiselijk geweld dat zou hebben plaatsgevonden. In dit verband merkt de rechter voorts op dat de registratie van eerder geweld door de man dateert uit 2006. Mede gelet op de aard van het betreffende (niet huiselijke) geweldsincident en het feit dat de man hiervoor niet is vervolgd hecht de rechter hieraan in dit verband geen belang.
Tot slot overweegt de rechter dat de omstandigheid dat de man de ernst van de situatie, naar moet worden aangenomen, bagatelliseert weliswaar zorgwekkend is, maar gelet op de overige omstandigheden onvoldoende grond vormt tot een ernstig vermoeden als hier aan de orde.

Dit leidt tot de conclusie dat verweerder zich niet op goede gronden bevoegd heeft geacht om het tijdelijk huisverbod op te leggen. Aan een beoordeling van de door verweerder gehanteerde belangenafweging komt de rechter daarom niet toe.”

Zie LJN: BO1680.

Onderzoek bescherming uithuisgeplaatsten Tijdelijk Huisverbod

Het WODC heeft een onderzoek naar de rechtsbescherming van uithuisgeplaatsten als gevolg van een Tijdelijk Huisverbod gepubliceerd:

“Op 1 januari 2009 is de Wet tijdelijk huisverbod in werking getreden. Daarmee is het mogelijk geworden om bij een (dreigende) situatie van huiselijk geweld de pleger een tijdelijk huisverbod op te leggen voor de duur van 10 dagen. Het huisverbod houdt in dat de pleger zijn of haar woning niet meer in mag en ook geen contact mag opnemen met partner, kinderen en/of andere huisgenoten. Op deze wijze wordt een afkoelingsperiode gecreëerd, waarbinnen de nodige hulpverlening op gang kan worden gebracht en waardoor escalatie kan worden voorkomen. Het huisverbod wordt in de vorm van een beschikking uitgereikt door de burgemeester of, namens deze, door de politie (te weten de hulpofficier van justitie). De burgemeester kan, afhankelijk van de situatie, het huisverbod verlengen met maximaal 18 dagen. Uithuisgeplaatsten die het niet eens zijn met het huisverbod, of de verlenging daarvan, hebben de mogelijkheid om hiertegen in beroep te gaan bij de rechtbank.
Omdat de (maximale) verlengingsperiode van het huisverbod (18 dagen) bijna twee keer zolang is als de opleggingsperiode (10 dagen) vond de Eerste Kamer bij de behandeling van het wetsvoorstel dat bij de verlenging meer rechtsbescherming voor de pleger zou moeten komen, in de vorm van een verplichte toets door een rechter. Dit zou betekenen dat de rechter beslist over verlenging van het huisverbod en niet de burgemeester. In dit kader is behoefte aan een onderzoek naar de huidige rechtsbescherming van plegers en de wenselijkheid van een verplichte rechterlijke toets bij verlenging van het huisverbod. Vanwege de impact van een huisverbod en het mogelijk in geding zijn van de grondrechten van de pleger, wordt dit onderzoek op korte termijn uitgevoerd.”

Zie hier voor het onderzoek.

Hoger beroep burgemeester tegen tijdelijk huisverbod ongegrond

De burgemeester van de gemeente Hof van Twente legt29 september 2009 een man een tijdelijk huisverbod op. De man stelt  beroep in tegen dit besluit. De voorzieningenrechter vernietigt het huisverbod aangezien vanaf 2 en 9 oktober de vrouw en kinderen van de man niet meer in de woning verblijven. Het gevaar is derhalve geweken.

De burgemeester stelt hoger beroep in. De voorzieningenrechter had namelijk de feiten die zich na de oplegging hebben voorgedaan niet mogen betrekken bij zijn oordeel. De Afdeling is het oneens met deze stelling:

“Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 17 februari 2010 in zaak nr.200901869/1/H3), volgt uit het stelsel van de Wth dat de rechter in de eerste plaats moet beoordelen of het huisverbod had mogen worden opgelegd en, in het geval het is verlengd, of het had mogen worden verlengd. Als het huisverbod nog geldt op de dag waarop de rechter zijn uitspraak doet, dient hij vervolgens in verband met artikel 6, derde lid, van de Wth te bezien of zich na de oplegging of de verlenging van het huisverbod feiten of omstandigheden hebben voorgedaan waaruit blijkt dat de dreiging van gevaar of het vermoeden daarvan zich ten tijde van de beoordeling door de rechter niet langer voordoet, zodat het niet gerechtvaardigd is het huisverbod te laten voortduren. Het betoog dat de burgemeester zich gedurende het verstrijken van de tien dagen er niet ambtshalve van behoeft te vergewissen of nog aan de toepassingsvoorwaarden voor het opleggen van het huisverbod is voldaan, wat daar ook van zij, laat deze beoordeling door de rechter onverlet. De voorzieningenrechter heeft derhalve terecht beoordeeld of zich na de oplegging van het huisverbod feiten of omstandigheden hebben voorgedaan waaruit blijkt dat de dreiging van gevaar of het vermoeden daarvan zich ten tijde van zijn beoordeling niet langer voordeed, zodat het niet gerechtvaardigd was het huisverbod te laten voortduren.”

Het hoger beroep is ongegrond.

Zie LJN: BM4987