Woonoverlast en hennepteelt leiden tot verlies huurwoning

In een huurwoning wordt in 2008 een hennepplantage aangetroffen. De verhuurder waarschuwt de huurder dat bij herhaling hij de huurovereenkomst wil laten ontbinden en de woning wil laten ontruimen. Vervolgens veroorzaakt de huurder zoveel woonoverlast dat hij op de lijst van de Top 30 probleemadressen wordt geplaatst. Er is sprake van van geluidsoverlast, bedreiging, intimidatie, geweld en alcoholmisbruik. De woonoverlast veroorzaakt het vertrek van buren en dreigende escalatie in de buurt.

De verhuurder stapt naar de rechter. Over het gebruik van politiegegevens overweegt de rechter:

Anders dan huurster kennelijk betoogt, is er geen aanleiding om de door verhuurster van de politie verkregen informatie – onder meer weergegeven in de vaststaande feiten sub k. en o. – ter zijde te laten, omdat – naar huurster stelt – voor de verstrekking daarvan geen wettelijke grondslag is gebleken en die verstrekking strijdt met de bescherming van haar privacy. In een civiele procedure heeft de rechter een grote vrijheid in de waardering van het bewijs, waarbij materiële waarheidsvinding voorop staat. In de dienaangaande te maken belangenafweging omtrent het gebruik van bedoelde informatie moet worden vastgesteld dat bedoelde informatie vrijwillig door (medewerkers van) de politie is verstrekt, zulks in het kader van de aanpak van ervaren structurele en ernstige overlast. Die aanpak heeft, zo moet de kantonrechter vaststellen, (in ieder geval in de gemeente [woonplaats]) groot maatschappelijk draagvlak, getuige de deelname door organisaties als de politie, justitie, de gemeente [woonplaats], de reclassering/verslavingszorg en het maatschappelijk werk. Voorts moet worden vastgesteld dat huurster over die informatie vervolgens ter zitting uitgebreid heeft verklaard. Er valt dan ook naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter niet in te zien dat een gebruik van voormelde informatie door verhuurster in strijd zou komen met de goede procesorde.

Over de overlast stelt de rechter:

Gelet op de door de wijkagent verstrekte informatie, de meerdere meldingen van naaste buurman [N] over geluidsoverlast, ruzies en vechtpartijen, het door een andere wijkbewoner opgestelde ‘sfeerverslag’ waarin wordt gesproken over ruzies, scheldpartijen, bedreigingen en alcoholmisbruik in en om het gehuurde, een en ander gevoegd bij de door huurster erkende overlast als hiervoor bedoeld, is, anders dan huurster ingang wil doen vinden, niet voldoende aannemelijk geworden dat de overlast sindsdien beperkt is gebleven tot de incidenten van november 2010 en februari 2011. De wijkagent spreekt immers in november 2010 over 38 meldingen in de periode vanaf mei 2009. De advocaat van verhuurster heeft ter zitting voorts medegedeeld dat meerdere buurtgenoten hem hebben bevestigd dat de overlast als ernstig en als onhoudbaar wordt ervaren doch ook dat zij uit angst voor represailles niet willen dat hun naam wordt gebruikt. De kantonrechter heeft geen aanleiding om aan de juistheid van die mededeling van verhuursters advocaat te twijfelen.

(…)

Het staat dan ook vast dat huurster – zelf dan wel aan haar toe te rekenen – al langere tijd als ernstig te betitelen overlast aan haar buurtgenoten heeft toegebracht. Daarmee staat tevens vast dat huurster niet heeft voldaan aan haar contractuele verplichting om dit na te laten. Dit betekent dat zij opnieuw niet heeft gehandeld zoals een goed huurder betaamt en dat zij (wederom) tekort is geschoten in de op haar rustende verplichtingen uit de huurovereenkomst.

Dat er vanuit kan worden gegaan dat die overlast (mede) een gevolg is van de geestelijke problemen (de angst- en paniekaanvallen) waarmee huurster kampt en van haar moeizame relatie met [W], maakt dat niet anders. Voor zover huurster met een beroep op haar geestelijke gesteldheid betoogt dat de overlast/tekortkoming niet aan haar toerekenbaar is, geldt immers dat toerekenbaarheid van een tekortkoming geen voorwaarde is voor ontbinding van een (huur)overeenkomst en daardoor evenmin een voorwaarde is voor de gevorderde ontruiming.

De gevordere ontruiming wordt toegewezen. Het gevorderde contactverbod wordt afgewezen:

Wat betreft de door verhuurster gevorderde straat- en contactverboden, zulks op straffe van een dwangsom, geldt dat daarvoor naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter een onvoldoende onderbouwing is gegeven. Verhuurster spreekt dienaangaande slechts over een vrees dat huurster in de wijk represailles zal nemen en dat om die reden een straatverbod is aangewezen, maar concrete feiten en omstandigheden die die vrees zouden kunnen wettigen, zijn gesteld noch gebleken. Hetzelfde geldt voor het gevorderde contactverbod. Verhuurster heeft dienaangaande niet meer gesteld dan dat huurster ‘er niet voor terug deinst om haar ongenoegen over de ontruiming kenbaar te maken en haar medewerkers daar persoonlijk op aan spreekt’. Dit is evenmin voldoende voor een maatregel als gevorderd. Zowel het straatverbod als het contactverbod zijn dan ook op dit moment niet voor toewijzing vatbaar.

Zie LJN:BQ2949.