Handreiking aanpak overlast veroorzaakt door mensen met psychische problemen

De handreiking met tips en trucs voor de aanpak van psychisch kwetsbaren is verschenen. Ik heb meegewerkt bij het samenstellen van deze handreiking over de juridische aanpak van psychisch gestoorde overlastveroorzakers. Dit onderzoek leidt tot de volgende publicatie:

T.C. van Schendel, J.G. Brouwer & M. Vols, Bestrijding woonoverlast veroorzaakt door psychisch kwetsbaren, Den Haag: Ministerie van Binnenlandse Zaken 2012.

De handreiking voor gemeenten en hun samenwerkingspartners biedt aanvullende middelen om overlast die wordt veroorzaakt door minder goed aanspreekbare mensen te voorkomen of aan te pakken. Download de handreiking hier.

VVE ontzegt psychisch gestoorde overlastveroorzaker toegang tot appartement

Een eigenaar van een appartement veroorzaakt veel overlast. Hij heeft psychisch problemen en wordt soms gedwongen opgenomen in een psychiatrische kliniek:

De overlastgedragingen uiten zich onder andere in het verwaarlozen van zijn appartement, het naar buiten gooien en gevaarlijk laten overhellen van diverse voorwerpen vanaf zijn balkon, zoals bloempotten en kastdeuren, het bevuilen van de gemeenschappelijke gang, het schelden naar andere appartementseigenaren, het veroorzaken van geluidsoverlast, het veroorzaken van lekkages met schade bij benedenburen door verstopping en het bewust laten openstaan van waterkranen met kortsluiting als gevolg, vernielingen in het gemeenschappelijk trappenhuis, het ’s nachts schuiven met meubelstukken en zorgen voor levensbedreigende situaties, doordat [gedaagde] gevaarlijk speelt met vuur. Inmiddels ligt er zowel bij de politie als bij het Meldpunt Zorg en Overlast een dik dossier met vele mutaties waaruit de overlast en de geconstateerde misdragingen blijken. [gedaagde] is niet aanspreekbaar en vaak onder invloed van alcohol en cannabis.

De vereniging van eigenaars (VVE) ontzegt vervolgens op basis van het splitsingsreglement de eigenaar het gebruiksrecht van het appartement.

De eigenaar verzoekt niet om vernietiging van dit vonnis. De rechter acht dat geen sprake is van misbruik van recht (artikel 3:13 BW).

De VVE verzoekt dat de eigenaar wordt verboden om voortaan gebruik te maken van het appartement, dat wil zeggen: de VVE wil dat de eigenaar het appartement ook niet meer kan verhuren:

Het gevorderde verbod om nog langer gebruik te doen maken van het aan [gedaagde] toebehorende appartemenstrecht is echter niet toewijsbaar. Voor zover de VvE deze vordering baseert op het door haar genomen besluit, dat is gebaseerd op artikel 27 van het toepasselijke reglement (zoals aangehaald onder 2.2) kan dit besluit het gevorderde niet dragen. Genoemde bepaling betreft blijkens het eerste lid “de eigenaar die zelf het recht van gebruik uitoefent”. De bepaling kan weliswaar volgens lid 7 ook worden toegepast op “een gebruiker” als de eigenaar zijn privé gedeelte in gebruik heeft gegeven, maar die situatie doet zich hier (tot op heden) niet voor. De strekking van art. 27 is niet zo ruim dat het wangedrag van [gedaagde] als eigenaar er toe kan leiden dat een verbod tot verder gebruik (reeds bij voorbaat) ook derden treft aan wie [gedaagde] – nu hij zelf geen toegang meer heeft – het appartement in gebruik zou willen geven, zoals bijvoorbeeld een huurder.
Voor zover de VvE het verbod zou willen baseren op de wettelijke bepalingen inzake hinder is het evenmin toewijsbaar, nu immers niet is gesteld of aannemelijk is geworden dat [gedaagde] zijn appartementsrecht aan derden in gebruik heeft gegeven, laat staan dat deze derden hinder hebben veroorzaakt.

De overlastveroorzakende eigenaar wordt wel door de rechter verboden om nog gebruik te maken van zijn appartementsrecht, op straffe van een dwangsom.

Zie LJN: BT2463.

Psychisch gestoorde huurder mag van rechter in huurwoning blijven na overlast

Een huurder veroorzaakt veel overlast voor de medebewoners. De huurder bedreigt andere buurtbewoners en scheldt deze uit. De medebewoners stellen dat de huurder psychotisch is en aan achtervolgingswanen leidt, aangezien de huurder hen verbiedt hem aan te kijken of te groeten. De overlastveroorzaker wordt opgenomen in een psychiatrische inrichting.

De verhuurder vordert in kort geding om de woning wegens de overlast te ontruimen. De rechter wijst deze vordering af:

In het kader van dit kort geding is onvoldoende aannemelijk geworden dat dergelijke bijzondere omstandigheden aanwezig zijn. Vast staat dat gedaagde psychische problemen heeft. Het namens gedaagde gevoerde betoog dat volgens GGZ Delfland gedaagde weer zelfstandig kan gaan wonen zonder overlast aan zijn omwonenden te veroorzaken zolang hij hulp van instanties blijft aanvaarden en zijn dagelijkse medicatie inneemt, acht de voorzieningenrechter geenszins onaannemelijk. Vóór 11 juni 2011 hebben zich geen ernstige incidenten voorgedaan en na 11 juni 2011 evenmin. Daarbij moet overigens wel worden aangetekend dat het uitschelden en bedreigen van medebewoners, zoals zich dat voor 11 juni 2011 heeft voorgedaan, niet acceptabel is. De ernstige misdraging op 11 juni 2011 is een eenmalig incident geweest. Hoewel deze gedraging buitengewoon ernstig is, dient onder ogen te worden gezien dat sinds dat incident intensieve hulpverlening aan gedaagde wordt verleend en dat de overlast, overlast in de vorm van schelden en bedreigen daaronder begrepen, mogelijk niet zal terugkeren. Tegen die achtergrond staat niet vast dat in een bodemprocedure de ontbinding van de huurovereenkomst zal worden uitgesproken. Dat wordt anders indien de overlast op enig moment in de toekomst zich onverhoopt opnieuw manifesteert. In dat geval zal eiseres opnieuw als voorlopige voorziening ontruiming kunnen vorderen. Op dit moment is de gevorderde ontruiming prematuur. Nu de vordering tot ontruiming zal worden afgewezen, komt de grondslag voor het gevorderde straatverbod te vervallen, zodat deze vordering eveneens niet voor toewijzing vatbaar is.

Zie LJN: BR1686.

Kamervragen over hulp gevaarlijke psychiatrische patiënten

Vragen van het lid Bouwmeester (PvdA) aan de minister en staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over tekortschietende hulp aan psychiatrische patiënten (ingezonden 21 april 2011).
Antwoord van minister Schippers (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 19 mei 2011).

Vraag 1
Bent u op de hoogte van het feit dat er in Nederland psychiatrische patiënten rondlopen die geen professionele hulp ontvangen, terwijl de sociale omgeving (familie, vrienden) van de patiënt wel bij meerdere instanties om hulp heeft gevraagd? Zo ja, hoe beoordeelt u dit? Zo nee, waarom komen deze signalen niet bij u?1

Antwoord 1
Ik ben niet op de hoogte van alle gevallen, maar krijg wel brieven van familie van psychiatrische patiënten die mij aangeven dat zij soms moeilijk terecht kunnen bij hulpverleners.

Vraag 2
Indien de sociale omgeving van een psychiatrische patiënt signaleert dat deze persoon hulp nodig heeft, bij welke instanties kunnen zij nu terecht? Heeft de minister aanwijzingen in hoeverre deze instanties bij de gewone burger bekend zijn?

Antwoord 2
Familie of naastbetrokkenen kunnen in eerste instantie terecht bij de huisarts van de patiënt. Daarnaast bestaan er familievertrouwenspersonen. De familievertrouwenspersoon kan familie helpen contact te leggen met de hulpverlening of helpen bij klachten. Het is ook van belang dat er goed contact is tussen behandelaar van de patiënt en de familie of naastbetrokkenen. In de herziene versie Multidisciplinaire richtlijn voor schizofrenie staan voor de behandelaar meerdere aanwijzingen hoe familie te betrekken bij de behandeling.In sommige regio’s bestaan er bemoeizorgteams. Dit zijn (vaak gemeentelijk gefinancierde) sociaal verpleegkundigen die op basis van signalen bij mensen langsgaan om te proberen hen in zorg te krijgen. Familieleden kunnen deze professionals ook inschakelen.Nederland kent bovendien op dit moment 75 FACT (Functionele Assertive Community Treatment) teams. Dit zijn outreachende behandelteams die psychiatrische patiënten in de wijk multidisciplinaire zorg en behandeling bieden. De patiënt wordt thuis opgezocht en in zorg gehouden waardoor gedwongen opnames en eventuele maatschappelijke overlast kunnen worden voorkomen. In FACT teams wordt indien nodig besloten een aparte familiebegeleider aan te wijzen om bijvoorbeeld een completer beeld te krijgen rondom de situatie van een cliënt.De huidige Wet Bopz (Bijzondere opneming psychiatrische ziekenhuizen) biedt voldoende aangrijpingspunten om iemand tegen zijn wil te laten opnemen als hij een direct gevaar vormt voor zichzelf en/of zijn omgeving. Er moet dan wel sprake zijn van een causaal verband tussen de psychische stoornis en het gevaar. Als laatste redmiddel staat het een ieder vrij een melding te doen bij het IGZ loket over tekortkomingen in de zorg.

Vraag 3
Heeft u in beeld bij welke instanties, bijvoorbeeld de politie, IGZ of GGD, mensen met een hulpvraag over een psychiatrische patiënt zich nu melden? Om hoeveel hulpvragen per jaar gaat dit? Wat wordt er met deze hulpvragen gedaan? Hoeveel klachten zijn hierover bekend?

Antwoord 3
Er zijn mij geen cijfers bekend van hulpvragen van familie of naastbetrokkenen omtrent psychiatrische patiënten.

Vraag 4
Deelt u de mening dat er, om misverstanden te voorkomen, één centraal meldpunt zou moeten zijn, dat herkenbaar is en waar krachten van professionals worden gebundeld? Zo ja, per wanneer wordt dit meldpunt opgezet? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 4
Nee, ik deel deze mening niet. Eén centraal meldpunt is wel herkenbaar maar kan ook zorgen voor een extra schakel in de zorgketen. Familie kan beter direct melden bij een huisarts, die vervolgens voor goede zorg en doorverwijzing kan zorgen.

Vraag 5
Vindt u het wenselijk dat bij een melding van verwarde mensen de politie wordt gebeld en niet de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ)? Wat is het effect van de inschakeling van de politie op de geestelijke toestand van de patiënt? Zou het niet beter zijn als de GGZ direct wordt ingezet

Antwoord 5
Wanneer er sprake is van overlast, onveiligheid en openbare ordeproblematiek heeft de politie in eerste instantie de verantwoordelijkheid om geëigende maatregelen te nemen. Altijd direct de GGZ inschakelen zou ook een onnodige druk op de GGZ leggen. De politie tracht bij personen van wie bekend is dat zij psychische problematiek hebben eerst contact te zoeken met de huisarts. Ook kan de crisisdienst van de GGZ worden ingeschakeld. In 2003 is door GGZ Nederland en de Raad van Hoofdcommissarissen een convenant ondertekend betreffende de opvang, begeleiding en behandeling van mensen met psychische en/of verslavingsproblematiek. Hoewel in het convenant staat aangegeven dat de crisisdienst de complete beoordeling binnen zes uur moet afhandelen reageert de crisisdienst in 80% van de gevallen binnen twee uur op een (telefonisch) verzoek om bijstand. In overige gevallen garanderen zij aanwezigheid binnen maximaal drie uur. Het convenant wordt daarom uiterlijk in januari 2012 herzien.

Vraag 6
Is het waar dat het onder dwang meenemen van de patiënt enkel mag worden uitgevoerd door de politie en deze vervolgens op het politiebureau de GGZ crisisdienst moet inschakelen? Bepaalt de politie welke GGZ organisatie de crisisdienst in de regio uitvoert? Is het waar dat de politie de eerste beoordeling doet over wat een verward persoon aan hulp nodig heeft? Waarom niet de GGZ, die ervoor is opgericht?

Antwoord 6
Op grond van de Politiewet heeft de politie de taak te zorgen voor de daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde en het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven. Als er sprake is van overlast, onveiligheid of openbare ordeproblematiek zal de politie dus de eerste zijn die ter plaatse is. De politie kan vervolgens de crisisdienst inschakelen. Hiervoor hoeft de persoon niet altijd naar het politiebureau te worden gebracht. De politie bepaalt niet welke GGZ organisatie de crisisdienst in de regio uitvoert. Op grond van de WTZi (Wet toelating zorginstellingen) garandeert de overheid in ieder geval één crisisdienst in de regio. Wie dit levert is aan verzekeraars en instellingen zelf.

Vraag 7
Wat is de voortgang van de onderhandeling tussen politie en GGZ over een convenant dat de opsluiting van psychiatrische patiënten zou moeten voorkomen en in uiterste nood beter moet vormgeven? Kunt u het definitieve convenant naar de Kamer sturen?

Antwoord 7
Het convenant wordt op dit moment herzien en zal uiterlijk in januari 2012 verschijnen. Ik zal het definitieve convenant op termijn naar de kamer sturen.

Zie hier. Zie ook het (lopend) onderzoek naar woonoverlast veroorzaakt door sociaal zwakkeren.