Kosten ontmanteling hennepkwekerij kunnen niet op eigenaar worden verhaald

Het college van b&w van Breda ontmantelt in een woning een hennepkwekerij op grond van art. 7.3.2. van de Bouwverordening, het Gebruiksbesluit en art. 7b Woningwet. Vervolgens worden de kosten verhaald op de eigenaar van de woning. De rechtbank acht dat in dit geval niet mogelijk:

De rechtbank dient te beoordelen of eiseres terecht door verweerder als overtreder van artikel 7b, tweede lid, sub a, van de Woningwet is aangemerkt en of de kosten verbonden aan de toepassing van bestuursdwang om die reden voor haar rekening mogen komen.

Vaststaat dat eiseres op 10 augustus 2009 op een ander adres woonde en niet als feitelijk overtreder kan worden aangemerkt. Op grond van de jurisprudentie dient daarom beoordeeld te worden of eiseres op de hoogte behoorde te zijn van het illegale gebruik van de woning, waardoor zij als overtreder kan worden beschouwd (zie bijvoorbeeld de uitspraak van Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRS) van 21 mei 2008, LJN: BD2082). Hiervoor zijn de concrete omstandigheden van het geval bepalend (zie AbRS van 10 november 2011 met de noot van A.G.A. Nijmeijer, LJN: BO3470).

Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat eiseres als eigenaar van de woning op de hoogte behoorde te zijn van het illegale gebruik van de woning en daarom als overtreder moet worden aangemerkt. Verweerder heeft in dit verband verwezen naar vaste jurisprudentie van de AbRS over ontmantelde hennepkwekerijen in verhuursituaties.

Naar het oordeel van de rechtbank vindt deze jurisprudentie hier geen rechtstreekse toepassing, reeds omdat hier geen sprake is van (professionele) huur/verhuur.

Er zijn evenmin redenen om risicoaansprakelijkheid van eiseres, zoals verweerder heeft betoogt, aan te nemen. Het enkele feit dat eiseres mede-eigenaar is, is hiervoor onvoldoende.

Verder is van belang, dat de samenwoning tussen eiseres en haar ex-echtgenoot eind 2009 is verbroken. Sindsdien staat de woning te koop en is eiseres op een ander adres gaan wonen, op welke adres zij in de GBA staat ingeschreven. Onder deze omstandigheden kan naar oordeel van de rechtbank van degene die niet meer in de echtelijke woning woont in redelijkheid niet (meer) worden verlangd om frequent te controleren of de woning door de voormalige levenspartner nog wel als woning wordt gebruikt. Dit kan eerst anders zijn indien sprake is van bijkomende omstandigheden, waarbij bijvoorbeeld kan worden gedacht aan eerder illegaal gebruik van de woning (als hennepkwekerij of anders).
Van dergelijke bijkomende omstandigheden is evenwel niet gebleken.
Tenslotte is er ook geen enkele aanwijzing dat eiseres als medepleger of medeplichtige bij de door de ex-echtgenoot gepleegde strafbare feiten in het kader van deze hennepkwekerij betrokken is geweest.
De slotsom van dit alles is dat eiseres onder deze omstandigheden niet als overtreder kan worden aangemerkt.

Zie LJN: BU3568.

Gemeente kan kosten verhalen bij hennepkwekerij

In een Rotterdams pand ontdekt de gemeente een hennepkwekerij. Deze kwekerij wordt ontmanteld. Eerst vermeldt de gemeente hiervoor als grondslag overtreding van art. 1a Woningwet (dat is bijzonder, zie daarvoor hier), hetgeen in de bezwaarprocedure wordt veranderd in strijd met bestemmingsplan.

De rechtszaak over deze zaak bij de Afdeling draait over het verhaal van de kosten. De eigenaar van het pand zegt niets te weten van de hennepkwekerij.

De Afdeling acht dat niet relevant voor de aanmerking als overtreder en staat kostenverhaal toe.

Zie LJN: BQ1029.

Raad van State: sluiting 174a Gemeentewet rechtmatig

De burgemeester van Apeldoorn sluit een woning op grond van art. 174a Gemeentewet (Victoria). Rondom de woning is sprake van ernstige overlast en geweld. De eigenaar van de woning acht de sluitingstermijn en het kostenverhaal onrechtmatig. Zowel de Rechtbank als de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State achten het besluit van de burgemeester rechtmatig.

Zie LJN: BO0223

Afdeling: kosten na ontmantelen hennepkwekerij terecht verhaald

In de kruipruimte van een woning wordt een hennepkwekerij aangetroffen. Het college treedt op grond van overtreding van het bestemmingsplan handhavend op en verhaalt de kosten voor de toepassing van bestuursdwang. De vrouw die wordt aangesproken, stelt niets te weten van de hennepkwekerij van haar echtgenoot. De Afdeling overweegt:

“Onder deze op zichzelf niet betwiste omstandigheden, heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat [appellante] wist of redelijkerwijs kon weten dat de kruipruimte onder het pand, waarover zij als enige in elk geval feitelijk zeggenschap had, als hennepkwekerij werd gebruikt. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat deze kwekerij uitsluitend via een luik in haar slaapkamer behoorlijk bereikbaar was en dat een hennepkwekerij van deze omvang de nodige warmte-, geluids- en stankoverlast met zich brengt. Indien [appellante], als gesteld, bij haar ex-echtgenoot meerdere malen navraag heeft gedaan naar de onaangename geur in het pand, zonder daarop van hem een bevredigend antwoord te krijgen en zonder vervolgens actie te hebben ondernomen, dient dit voor haar rekening en risico te komen.”

Het hoger beroep is ongegrond.

Zie LJN: BM7105

Hennepplantage en kostenverhaal

In Rotterdam ontmantelt het gemeentebestuur een hennepplantage. Het hebben van een plantage is onder meer in strijd met het bestemmingsplan. Het college van B&W verhaalt vervolgens de kosten op de verhuurder van het pand. Deze verhuurder stelt echter niet als overtreder te kunnen worden aangemerkt aangezien deze niets wist van de plantage.

De Afdeling geeftde verhuurder daarin ongelijk:

‘Hierbij wordt in aanmerking genomen dat [appellante= verhuurder] niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij niet heeft kunnen weten dat het pand als hennepkwekerij werd gebruikt. Van haar mocht als professionele verhuurder worden gevergd dat zij zich tot op zekere hoogte informeerde over het gebruik dat van de door haar verhuurde woning werd gemaakt. De bezichtiging van de woning vóór aanvang van de huurovereenkomst volstond in dit geval niet. Zoals de rechtbank terecht heeft overwogen had [appellante] in het feit dat de huur niet door de huurder zelf werd voldaan, maar door verschillende andere personen en betalingen bovendien door stortingen op het postkantoor plaats vonden, aanleiding moeten zien een nader onderzoek in te stellen naar het gebruik van de woning door de huurder. Anders dan [appellante] ter zitting heeft gesteld doet de omstandigheid dat [appellante] meer dan 500 woningen verhuurt en het veel werk met zich brengt om zich op de hoogte te stellen van het gebruik dat van deze woningen wordt gemaakt, er niet aan af dat het uit een oogpunt van zorgvuldigheid op de weg van [appellante] had gelegen om het gebruik van de woning te controleren. Nu [appellante] dit nader onderzoek heeft nagelaten heeft zij niet de benodigde zorgvuldigheid in acht genomen en heeft zij niet aannemelijk gemaakt dat zij van de hennepkwekerij niet heeft kunnen weten.”

Er bestaat volgens de Afdeling geen grond waarin de verhuurder de kosten van de tenuitvoerlegging van de last onder bestuursdwang niet hoeft te betalen.

Zie BL4128. Zie ook BL4127.