‘Slachtoffer’ homogeweld probeert tevergeefs woningcorporatie te dwingen tot aanpak overlastveroorzakers

Een huurder zegt slachtoffer te zijn van homohaat. Hij zou door de buren zijn uitgescholden en geslagen. Volgens de huurder moet de woningcorporatie de buren aanpakken en hij stapt naar de rechter. De rechter weigert de woningcorporatie te dwingen een ontruimingsprocedure te starten: hij wil de verhuurder niet op een ‘gerechtelijke mission impossible’ sturen. Het is onduidelijk wat er precies is voorgevallen en of de huurder zelf ook niet schuldig is aan overlast. Er is bovendien volgens de rechter geen sprake van homohaat maar slechts van een uit de hand gelopen burenruzie. Lees verder

Contractsweigering woningcorporatie wegens eerdere overlast huurder

Een woningbouwcorporatie weigert een huurovereenkomst te sluiten met een man die eerder zijn huurwoning verloor vanwege ernstige overlast. Een beroep op art. 8 EVRM van de man is tevergeefs. De rechter acht de contractsweigering rechtmatig. Lees verder

Vernieuwde Handreiking aanpak woonoverlast verschenen

De vernieuwde handreiking aanpak woonoverlast is gepubliceerd. De Ministeries van Binnenlanse Zaken, Veiligheid en Justitie en de Vrom-inspectie hebben samen met het Centrum voor Openbare Orde en Veiligheid deze handreiking opgesteld. Eerder verscheen een minder uitgebreide versie van de handreiking. Het Ministerie van BZK meldt:

In de nieuwste versie van de Handreiking Aanpak woonoverlast en verloedering wordt uitgelegd hoe gemeenten nu ook overlast rond woonschepen, kamerverhuurpanden en recreatiewoningen kunnen bestrijden. Deze informatie ontbrak in de eerdere versie die in juni 2010 is verschenen.

Naast deze nieuwe onderwerpen zijn sommige bestaande onderwerpen van de Handreiking geactualiseerd zoals bijvoorbeeld de relatie met de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Daarmee vervangt de nieuwe versie de oude versie in zijn geheel.

De Handreiking biedt gemeentelijke ambtenaren en bestuurders praktische informatie en is gebaseerd op ervaringen uit de praktijk. Veel van die ervaringen zijn opgenomen als voorbeelden.

Het actualiseren van de Handreiking Aanpak woonoverlast en verloedering is in opdracht van de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties en Veiligheid en Justitie gebeurd.

Download de handreiking hier.

E-boek Aan de slag achter de voordeur verschenen

De overheid treedt steeds vaker achter de voordeur op om bijvoorbeeld woonoverlast aan te pakken. De rijksoverheid heeft nu een electronisch boek over de aanpak achter de voordeur uitgebracht.

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken laat op zijn website weten:

Het experiment ‘Achter de Voordeur’ blijkt een effectieve aanpak van zogenoemde multiprobleemgezinnen te zijn. Die aanpak bestaat er uit dat gemeenten per gezin 1 plan opstellen en 1 regisseur aanstellen. Hierdoor komt er meer rust in de gezinnen en wordt de hulp beter op elkaar afgestemd.

De resultaten van het experiment en de ervaringen van de gemeentelijke projectleiders zijn te lezen in een e-book (in dit geval een internactieve pdf). In het e-book ‘Aan de slag achter de voordeur, van signaleren naar samenwerken’ is ook een maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) opgenomen. Dat is een methode om uit te rekenen wat de ‘Achter de voordeur’-aanpak in geld oplevert.

Zoektocht
Het experiment omvat de gezamenlijke zoektocht van 6 gemeenten (Amsterdam, Den Haag, Nijmegen, Eindhoven, Groningen en Enschede) en het Rijk (BZK & VWS). In een multiprobleemgezin hebben meerdere leden van het gezin problemen. Daarom zijn er verschillende hulpverleners bij het gezin betrokken. Maar de hulpverleners weten vaak niet van elkaar wat zij precies doen. Een betere samenwerking maakt de hulp effectiever.

Om tot een betere samenwerking te komen is in het experiment gekozen voor het neerleggen van de regie en het mandaat bij 1 hulpverlener. Door deze opzet ontstaat meer rust in de gezinnen en wordt de hulp beter op elkaar afgestemd. Dit heeft weer minder escalaties tot gevolg, wat weer tot bijvoorbeeld minder schooluitval leidt. Of tot minder kosten van opvang en justitie.

Praktijk
Met deze publicatie voorzien BZK en VWS in een antwoord op de vraag ‘hoe te beginnen?’ Deze vraag stellen veel projectleiders zich als ze de opdracht krijgen een aanpak één gezin, één plan, één regisseur op te zetten.

Daarbij is elke gemeente anders: groot of klein, een geconcentreerd wonende doelgroep of een doelgroep die in meerdere wijken of buurten in de stad woont, type problematiek, enzovoorts. Deze verschillen zorgen er voor dat er niet 1 aanpak 1 gezin, 1 plan, 1 regisseur bestaat. Echter, gemeenten kunnen wel van elkaars ervaringen leren en hoeven daarmee niet ieder voor zich het wiel uit te vinden.

In het hoofdstuk ‘Wat werkt in de praktijk’ wordt beschreven wat er voor nodig is om deze succesvolle aanpak 1 gezin, 1 plan, 1 regisseur te ontwikkelen. Het bundelt de kennis en ervaring van verschillende gemeenten die beschikken over een aanpak 1 gezin, 1 plan, 1 regisseur en illustreert dit aan de hand van de ‘lessons learned’ en praktijkvoorbeelden

Download het e-boek over de achter de voordeur aanpak hier.

Kamervragen over hulp gevaarlijke psychiatrische patiënten

Vragen van het lid Bouwmeester (PvdA) aan de minister en staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over tekortschietende hulp aan psychiatrische patiënten (ingezonden 21 april 2011).
Antwoord van minister Schippers (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 19 mei 2011).

Vraag 1
Bent u op de hoogte van het feit dat er in Nederland psychiatrische patiënten rondlopen die geen professionele hulp ontvangen, terwijl de sociale omgeving (familie, vrienden) van de patiënt wel bij meerdere instanties om hulp heeft gevraagd? Zo ja, hoe beoordeelt u dit? Zo nee, waarom komen deze signalen niet bij u?1

Antwoord 1
Ik ben niet op de hoogte van alle gevallen, maar krijg wel brieven van familie van psychiatrische patiënten die mij aangeven dat zij soms moeilijk terecht kunnen bij hulpverleners.

Vraag 2
Indien de sociale omgeving van een psychiatrische patiënt signaleert dat deze persoon hulp nodig heeft, bij welke instanties kunnen zij nu terecht? Heeft de minister aanwijzingen in hoeverre deze instanties bij de gewone burger bekend zijn?

Antwoord 2
Familie of naastbetrokkenen kunnen in eerste instantie terecht bij de huisarts van de patiënt. Daarnaast bestaan er familievertrouwenspersonen. De familievertrouwenspersoon kan familie helpen contact te leggen met de hulpverlening of helpen bij klachten. Het is ook van belang dat er goed contact is tussen behandelaar van de patiënt en de familie of naastbetrokkenen. In de herziene versie Multidisciplinaire richtlijn voor schizofrenie staan voor de behandelaar meerdere aanwijzingen hoe familie te betrekken bij de behandeling.In sommige regio’s bestaan er bemoeizorgteams. Dit zijn (vaak gemeentelijk gefinancierde) sociaal verpleegkundigen die op basis van signalen bij mensen langsgaan om te proberen hen in zorg te krijgen. Familieleden kunnen deze professionals ook inschakelen.Nederland kent bovendien op dit moment 75 FACT (Functionele Assertive Community Treatment) teams. Dit zijn outreachende behandelteams die psychiatrische patiënten in de wijk multidisciplinaire zorg en behandeling bieden. De patiënt wordt thuis opgezocht en in zorg gehouden waardoor gedwongen opnames en eventuele maatschappelijke overlast kunnen worden voorkomen. In FACT teams wordt indien nodig besloten een aparte familiebegeleider aan te wijzen om bijvoorbeeld een completer beeld te krijgen rondom de situatie van een cliënt.De huidige Wet Bopz (Bijzondere opneming psychiatrische ziekenhuizen) biedt voldoende aangrijpingspunten om iemand tegen zijn wil te laten opnemen als hij een direct gevaar vormt voor zichzelf en/of zijn omgeving. Er moet dan wel sprake zijn van een causaal verband tussen de psychische stoornis en het gevaar. Als laatste redmiddel staat het een ieder vrij een melding te doen bij het IGZ loket over tekortkomingen in de zorg.

Vraag 3
Heeft u in beeld bij welke instanties, bijvoorbeeld de politie, IGZ of GGD, mensen met een hulpvraag over een psychiatrische patiënt zich nu melden? Om hoeveel hulpvragen per jaar gaat dit? Wat wordt er met deze hulpvragen gedaan? Hoeveel klachten zijn hierover bekend?

Antwoord 3
Er zijn mij geen cijfers bekend van hulpvragen van familie of naastbetrokkenen omtrent psychiatrische patiënten.

Vraag 4
Deelt u de mening dat er, om misverstanden te voorkomen, één centraal meldpunt zou moeten zijn, dat herkenbaar is en waar krachten van professionals worden gebundeld? Zo ja, per wanneer wordt dit meldpunt opgezet? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 4
Nee, ik deel deze mening niet. Eén centraal meldpunt is wel herkenbaar maar kan ook zorgen voor een extra schakel in de zorgketen. Familie kan beter direct melden bij een huisarts, die vervolgens voor goede zorg en doorverwijzing kan zorgen.

Vraag 5
Vindt u het wenselijk dat bij een melding van verwarde mensen de politie wordt gebeld en niet de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ)? Wat is het effect van de inschakeling van de politie op de geestelijke toestand van de patiënt? Zou het niet beter zijn als de GGZ direct wordt ingezet

Antwoord 5
Wanneer er sprake is van overlast, onveiligheid en openbare ordeproblematiek heeft de politie in eerste instantie de verantwoordelijkheid om geëigende maatregelen te nemen. Altijd direct de GGZ inschakelen zou ook een onnodige druk op de GGZ leggen. De politie tracht bij personen van wie bekend is dat zij psychische problematiek hebben eerst contact te zoeken met de huisarts. Ook kan de crisisdienst van de GGZ worden ingeschakeld. In 2003 is door GGZ Nederland en de Raad van Hoofdcommissarissen een convenant ondertekend betreffende de opvang, begeleiding en behandeling van mensen met psychische en/of verslavingsproblematiek. Hoewel in het convenant staat aangegeven dat de crisisdienst de complete beoordeling binnen zes uur moet afhandelen reageert de crisisdienst in 80% van de gevallen binnen twee uur op een (telefonisch) verzoek om bijstand. In overige gevallen garanderen zij aanwezigheid binnen maximaal drie uur. Het convenant wordt daarom uiterlijk in januari 2012 herzien.

Vraag 6
Is het waar dat het onder dwang meenemen van de patiënt enkel mag worden uitgevoerd door de politie en deze vervolgens op het politiebureau de GGZ crisisdienst moet inschakelen? Bepaalt de politie welke GGZ organisatie de crisisdienst in de regio uitvoert? Is het waar dat de politie de eerste beoordeling doet over wat een verward persoon aan hulp nodig heeft? Waarom niet de GGZ, die ervoor is opgericht?

Antwoord 6
Op grond van de Politiewet heeft de politie de taak te zorgen voor de daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde en het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven. Als er sprake is van overlast, onveiligheid of openbare ordeproblematiek zal de politie dus de eerste zijn die ter plaatse is. De politie kan vervolgens de crisisdienst inschakelen. Hiervoor hoeft de persoon niet altijd naar het politiebureau te worden gebracht. De politie bepaalt niet welke GGZ organisatie de crisisdienst in de regio uitvoert. Op grond van de WTZi (Wet toelating zorginstellingen) garandeert de overheid in ieder geval één crisisdienst in de regio. Wie dit levert is aan verzekeraars en instellingen zelf.

Vraag 7
Wat is de voortgang van de onderhandeling tussen politie en GGZ over een convenant dat de opsluiting van psychiatrische patiënten zou moeten voorkomen en in uiterste nood beter moet vormgeven? Kunt u het definitieve convenant naar de Kamer sturen?

Antwoord 7
Het convenant wordt op dit moment herzien en zal uiterlijk in januari 2012 verschijnen. Ik zal het definitieve convenant op termijn naar de kamer sturen.

Zie hier. Zie ook het (lopend) onderzoek naar woonoverlast veroorzaakt door sociaal zwakkeren.