Handreiking aanpak overlast veroorzaakt door mensen met psychische problemen

De handreiking met tips en trucs voor de aanpak van psychisch kwetsbaren is verschenen. Ik heb meegewerkt bij het samenstellen van deze handreiking over de juridische aanpak van psychisch gestoorde overlastveroorzakers. Dit onderzoek leidt tot de volgende publicatie:

T.C. van Schendel, J.G. Brouwer & M. Vols, Bestrijding woonoverlast veroorzaakt door psychisch kwetsbaren, Den Haag: Ministerie van Binnenlandse Zaken 2012.

De handreiking voor gemeenten en hun samenwerkingspartners biedt aanvullende middelen om overlast die wordt veroorzaakt door minder goed aanspreekbare mensen te voorkomen of aan te pakken. Download de handreiking hier.

Bijeenkomst aanpak overlast veroorzaakt door psychisch gestoorden op 3/10/2012

Op 3 oktober 2012 organiseert het CCV een bijeenkomst over de aanpak van overlast veroorzaakt door mensen met psychische problemen (psychisch kwetsbaren). Ik zal één van de sprekers zijn. Deelname is gratis en kan via deze site. Lees verder

Verzamelwoede huurder (hoarding) leidt tot schadepost van 16000 euro bij verhuurder

Een verhuurder wil een woning slopen en spreekt met de huurder af om de verhuizing te organiseren en te betalen. Huurder krijgt ook een nieuwe woning. De oude woning blijkt echter helemaal vol spullen te staan. Huurder heeft 150 m3 spullen verzameld. De verhuizing kost daarom meer dan 16.000 euro en sommige spullen worden opgeslagen. De verhuurder weigert vervolgens om de spullen naar het nieuwe huis van huurder te brengen.

De voorzieningenrechter verplicht de verhuurder om de spullen naar een opslagplaats van de huurder te brengen.

Zie LJN: BO8981.

Een typisch geval van verzamelwoede (ook wel hoarding) genoemd.

Psychisch zieke overlastveroorzaker hoeft huurwoning (nog) niet uit na brandstichting

Een huurder is psychisch in de war. Hij maakt zich schuldig aan brandstichting. Hij zegt vervolgens zijn huurovereenkomst op. Een maand later wil hij dat terugdraaien, aangezien hij toentertijd in de war was. De verhuurder vordert bij de kantonrechter toch ontruiming. Deze vordering wordt afgewezen:

3.5 De primaire grondslag van Vieya is gebaseerd op het standpunt dat [gedaagde] op 4 oktober 2011 de huurovereenkomst rechtsgeldig heeft opgezegd, waardoor hij gehouden is de woning te ontruimen. De kantonrechter is dienaangaande van oordeel dat de instemming van een huurder met beëindiging van zijn huurovereenkomst -gezien de gevolgen die instemming met vrijwillige beëindiging van de huurovereenkomst kan hebben- slechts mag worden aangenomen op grond van verklaringen en/of gedragingen van de huurder waaruit deze instemming duidelijk en ondubbelzinnig blijkt. Daarnaast dient de verhuurder zich met redelijke zorgvuldigheid ervan te vergewissen of de huurder vrijwillig instemt met beëindiging van de huurovereenkomst tussen partijen. Op Vieya rust terzake een verzwaarde onderzoeksplicht, nu [gedaagde], zo is de kantonrechter gebleken, de Nederlandse taal niet goed begrijpt. Het is de kantonrechter binnen het kader van deze kort geding procedure, die zich niet leent voor bewijslevering, niet gebleken dat [gedaagde] op 4 oktober 2011 bij het ondertekenen van het opzeggingsformulier (volledig) de gevolgen van zijn handelen begreep. Hetzelfde geldt voor de vraag of Vieya aan haar verzwaarde onderzoeksplicht heeft voldaan. Daarbij neemt de kantonrechter tevens in aanmerking dat, waar [gedaagde] de schijn heeft gewekt dat hij zich neerlegt bij beëindiging van de huurovereenkomst door niet te reageren op de hierboven (in rechtsoverweging 3.1 sub g. en i.) vermelde brieven van Vieya van 4 oktober en 20 oktober 2011, dit niet voldoende is voor het aannemen van een duidelijke en ondubbelzinnige instemming. Verder kan het feit dat Vieya de woning op 3 november 2011 aan een andere huurder heeft toegewezen [gedaagde] niet worden tegengeworpen.

3.6 Met betrekking tot de subsidiaire grondslag geldt het volgende. De kantonrechter beschouwt ontruiming als een laatste middel. Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter is het echter allerminst zeker dat een bodemrechter in deze zaak zal oordelen dat dit punt in onderhavig geval reeds is bereikt. Daartoe is van belang dat [gedaagde] ter zitting heeft erkend dat er (brand)gevaarlijke incidenten hebben plaatsgevonden in zijn woning, maar dat hij om herhaling te voorkomen vanaf het laatste incident geen gebruik meer maakt van zijn gasfornuis. Bovendien heeft [gedaagde] ter zitting nadrukkelijk verklaard geen alcohol meer te nuttigen in verband met de medicijnen die hij gebruikt vanwege zijn suikerziekte. De verandering in zijn gedrag heeft er kennelijk toe geleid dat na 2 oktober 2011 geen incidenten meer hebben plaatsgevonden, zoals Vieya desgevraagd heeft bevestigd. [gedaagde] lijkt zich bewust geworden te zijn van het feit dat hij ervoor dient te zorgen dat de (brand)gevaarlijke incidenten tot het verleden behoren. Immers -zoals ter zitting is gebleken- is hij in dat verband zelfs bereid gebleken om in zijn woning uitsluitend niet opgewarmd voedsel te eten. Op grond van voornoemde omstandigheden is de kantonrechter er vooralsnog onvoldoende van overtuigd dat de huidige situatie zo acuut gevaarlijk is voor de overige bewoners van het complex dat de subsidiaire grondslag voor ontruiming in een eventuele bodemprocedure een zodanige kans van slagen zal hebben, dat vooruitlopen daarop reeds nu gerechtvaardigd is.

3.7 Daarbij wenst de kantonrechter overigens nog wel te benadrukken dat er sprake is geweest van ernstige incidenten die een serieus gevaar voor de medebewoners van [gedaagde] hadden kunnen opleveren. Wat dat betreft kan [gedaagde] zich naar het oordeel van de kantonrechter geen nieuwe misstap veroorloven, omdat dit in dat geval hoogstwaarschijnlijk wel tot ontruiming zal leiden.

Zie LJN: BU9934.